Filmfestival Cannes 2018 (2)

The Hype That Lars Built

  • Datum 30-05-2018
  • Auteur
  • Deel dit artikel

The House That Jack Built

Lars Von Trier haalde zich in Cannes weer eens een rel op de hals met zijn seriemoordenaarsfilm The House That Jack Built. Hoe ontstaat zo’n hype? En wie heeft er baat bij?

Door Joost Broeren-Huitenga

Het eerste shot van de film toont een vrouw die is vermoord. Nee, niet een vrouw die wordt vermoord — ze is al dood, alleen ze weet het zelf nog niet. Haar nek is opengereten, het bloed spuit eruit, maar ze doet nog een wanhopige poging haar hoofd vast te houden zodat het op haar romp blijft zitten. Vergeefs.
Nee, dit gaat niet over Lars von Triers The House That Jack Built, de buiten competitie vertoonde film waarbij de première op het Filmfestival Cannes naar verluid honderden mensen walgend de zaal uit zouden zijn gelopen. Dit gaat over een andere film in het festivalprogramma, Meure, monstruo, meure (of zoals de Engelse titel voor internationale distributie luidt: Murder Me, Monster), die draaide in het programma Un Certain Régard, de tweede competitie van Cannes. De twee films hebben veel gemeen. Het zijn artfilms met horrorelementen. Films die gaan over geweld tegen vrouwen. Die dat geweld expliciet tonen, maar ook becommentariëren. Films die de mannelijkheid duidelijk tot monster maken.
Dus waarom krijgt Von Trier dan een enorme bak kritiek over zich heen, en de Argentijnse regisseur Alejandro Fadel niet? Waarom vroeg niemand de Russische regisseur Sergej Dvortsevoj een paar dagen later waarom we moeten kijken naar de eindeloze uitbuiting van het titelpersonage in zijn Dardennes-achtige Ayka, over een jonge Kirgizische immigrante in Moskou? En waarom overstemde het gekrakeel over Von Triers misogyne seriemoordenaar al snel ook de moeilijke vragen over racisme die Spike Lee met BlacKkKlansman op dezelfde festivaldag opwierp?

Clicks gegarandeerd
Follow the money: wie had er baat bij het relletje rond Von Trier? Allereerst natuurlijk de festivalorganisatie. Die wist donders goed wat ze deed toen ze de Deense regisseur uitnodigde, voor het eerst sinds hij in 2011 tot ‘persona non grata’ werd gemaakt. Tijdens de persconferentie voor zijn film Melancholia noemde Von Trier zichzelf destijds een nazi en sprak hij van sympathie voor Hitler. Het festival stuurde hem naar huis (al mocht zijn film blijven) en heel even hing hem in zelfs een gevangenisstraf van vijf jaar boven het hoofd.
Het festival programmeerde zijn terugkeer strategisch: de film werd niet opgenomen in de competitie, maar mocht wel in het hoofdprogramma. En in de catalogus en programmaflyers werd alvast gewaarschuwd voor de ‘voor sommige kijkers schokkende beelden’.
Daarmee krijg je de tongen wel los — en zorg je dat een deel van de zaal al voor de film begint, klaar zit om weg te lopen. Dat gebeurde dan ook. Volgens ooggetuigen verlieten tientallen, misschien zelfs honderd mensen voortijdig de zaal. In feite is dat niets: de Salle Lumière, de grootste festivalzaal waar deze première plaatsvond, telt in totaal 2.309 stoelen.
De krantenkoppen hadden dus ook kunnen zijn: ‘Duizenden mensen vinden het allemaal wel meevallen met de nieuwe Von Trier’. Maar zo ging het natuurlijk niet. Want — follow the money — ook de aanwezige journalisten zijn gebaat bij een rel. Zij moeten zich dubbel bewijzen. Naar het festival toe moeten ze aantonen dat hun aanwezigheid de moeite waard is door voldoende over het filmfeest te publiceren, zodat ze volgend jaar terug mogen komen. En naar hun hoofdredacties moeten ze bewijzen dat het nog steeds het geld waard is om naar Cannes af te reizen, met stukken die lezers trekken. Dat was dit jaar in de eerste week van het festival lastig — Cannes 2018 opende nogal tam. Door Von Trier (en in mindere mate Spike Lee, die Trump in zijn persconferentie consequent "that motherfucker" noemde) slaakten zij een zucht van verlichting: clicks gegarandeerd.

Mensenhaat en zelfhaat
De producent van de film en de distributeurs die hem al hadden aangekocht, zullen zich intussen ook in hun handjes hebben geknepen om de gratis publiciteit. Want tijdens ons interview vermelde Von Trier doodleuk dat hij de film vooral maakte omdat ‘zijn’ studio Zentropa anders waarschijnlijk failliet zou zijn gegaan. Voordat ik daar tegenover hem zat, was het nog makkelijk voor te stellen dat ook Von Trier, die een reputatie opbouwde als provocateur, van al die heisa genoot. Maar tijdens de interviews oogde de ooit zo energieke Deen vooral verslagen, zowel fysiek (naar eigen zeggen is hij na jaren soberheid weer aan de drank) als mentaal — omzichtig praatte hij om alle heikele onderwerpen heen.
Ondertussen had het met de film zelf niet zo veel meer te maken. Wie Von Trier op basis van The House That Jack Built (opnieuw) beschuldigt van misogynie, heeft maar de helft gezien. Von Trier is eerder misantroop dan misogyn: zijn zwartgallige blik is genadeloos voor mannen én vrouwen en lijkt met iedere film vooral nog meer op hemzelf te worden gericht. The House That Jack Built is een film van een maker die zijn eigen onvermogens en de onze, zijn eigen mensenhaat en de onze, recht in de ogen kijkt. Zonder er verontschuldigingen voor te maken of het te veroordelen; zonder het in te bedden in een troostend sausje sociaal-realisme; zonder verzachtende omstandigheden. Dit is niet een film die we op dit moment wíllen zien. Maar misschien wel een die we nodig hebben. Daarover meer tegen de tijd dat de film ook de Nederlandse zalen bereikt.

Zie verdere Cannes-impressies hier, hier en hier | Op filmkrant.nl is de dagelijkse verslaggeving van Ronald Rovers en Joost Broeren uit Cannes te lezen.