Cash rebate kost creatieve vrijheid

Het Ketelhuis

De nieuwe filmstimuleringsregeling moet de productiviteit van de Nederlandse filmsector verhogen. En betere films opleveren. Hoe gaat dat samen?

Ze is er: de cash rebate. De nieuwe belastingvoordeelregeling voor nationale en internationale filmproducties die in Nederland hun geld besteden aan producenten, makers, crewleden of postproductiebedrijven. Lokaas van jaarlijks zo’n 20 miljoen euro dat grotere internationale vissen naar Nederlandse wateren moet lokken om de lokale bedrijvigheid te bevorderen. Belangrijkste argument daarvoor was de achterstandspositie van Nederland ten opzichte van andere Europese landen en regio’s die al wel dergelijke voordelen boden. Vaak werd daarbij gewezen op de aantrekkingskracht van de Belgische tax shelter. Die had de afgelopen jaren zoveel werk aan Nederlandse bedrijven onttrokken dat het zelfs faillissementen tot gevolg had. Maar ook Hongarije, Ierland en Zuid-Afrika bewezen zich als aantrekkelijke coproductielanden.
Is met de nieuwe maatregel ‘het Belgenprobleem’ nu opgelost? Dat valt nog te bezien. Want waarom zouden Nederlandse producenten de Nederlandse cash rebate niet combineren met de Belgische tax shelter? Dan moet de productie wel voldoende ‘punten’ scoren op buitenlandse inbreng, ten koste van — nog steeds — Nederlandse cameramannen, editors, licht- of geluidsmannen, componisten, production designers of acteurs.
Belangrijkste winnaars lijken daarom vooralsnog de Nederlandse productiehuizen die er een loket bij hebben gekregen en de sleutel vormen tot de Hollandse vleespotten. Ook de staat wint, die profiteert van buitenlandse bestedingen en extra binnenlandse bedrijvigheid. Het Filmfonds wint aan belang als boekhoudkundig kantoor met het meerwerk rond de aanvragen, het turven van de punten en het organiseren van de controle op de bestedingen.
Maar wat zit er in voor de creatieven? De regeling zegt als bijkomend doel ‘ook’ de ‘kwaliteit en diversiteit van filmproducties’ te willen bevorderen. Wie de regeling doorneemt, stuit eerst op de standaard ‘culturele voorwaarden’ die het Europese recht verbindt aan geoorloofde overheidssteun: het moet bijvoorbeeld gaan om acteurs met een binding met Nederland, een script gebaseerd op een Europees boek, historische figuren of Nederlandse locaties. Daarna volgt een waslijst aan administratieve eisen aan de bestedingen.
Over de waarde van films als cultuurgoed wordt — in pakweg twee alinea’s in de algemene uitleg — gezegd dat ze ‘een beslissende invloed hebben op- en een weerspiegeling zijn van onze maatschappij.’ Waarna wordt gesteld dat ‘de culturele dimensie het best gediend is met een economisch gezonde en duurzame sector’: een directe koppeling tussen de culturele betekenis van film en de economische waarde ervan. Voetstoots wordt er vervolgens van uit gegaan dat een stijgende economische activiteit de kwaliteit van films ten goede komt, want: "Het verhogen van de productiviteit moet leiden tot meer kansen voor talent om zich te ontwikkelen en voor innovatie, waardoor de infrastructuur wordt versterkt en de kwaliteit wordt gestimuleerd. Internationale coproducties leiden tot uitwisseling van kennis en talent."
Dat is wat kort door de bocht, gezien de lange lijst voorwaarden en definities die de creatieve vrijheid van filmmakers eerder beperkt dan uitbreidt. Wat draagt een Amerikaanse Hollywoodproductie bij aan de kwaliteit van de Nederlandse cinema als de keuze is gevallen op een lagelandse locatie als aantrekkelijke financiële aftrekpost? Hoe inhoudelijk betrokken is een Nederlandse producent bij een buitenlandse minoritaire coproductie als hij zijn ‘production fee’ ook zonder bemoeienis opstrijkt? Wat leert een geluidsman die staat te hengelen op een set waar hij de voertaal niet verstaat? Een acteur of cameraman wil niet voor een film worden ingehuurd (of gepasseerd) omwille van zijn nationaliteit, maar vanwege de kwaliteit van zijn werk. Als je kwaliteit werkelijk wilt bevorderen, moet creatieve vrijheid niet het sluitstuk zijn, maar het uitgangspunt.

Karin Wolfs

Tijdens het Voorjaarsoverleg op 18 juni 20.15 uur in Het Ketelhuis, Amsterdam wordt uitgebreid gesproken over de cash rebate.
Reserveren via 020 6840112 of info@ketelhuis.nl