Cannes 1968: Solidair met studenten en stakers

In 1968 ging filmcriticus Peter van Bueren voor het eerst naar het filmfestival van Cannes. Vijftig jaar later blikt hij terug op het festival dat na negen dagen werd afgelast, uit solidariteit met de studenten en de stakers die in mei 1968 Frankrijk in hun greep hielden.

“In mei 1968 ging ik voor dagblad De Tijd naar Cannes, mijn eerste keer. Ik reisde per trein naar Parijs, waar ik moest overstappen. Van rellen heb ik niets gemerkt. Toen ik na een lange reis in Cannes aankwam vroeg ik bij de hotelreceptie waar het festival eigenlijk was. Lopend over de boulevard kwam ik Cees Doolaard van Het Parool tegen. Die zei: ‘ik vertel je waar alles is, maar daarna wil ik je niet meer zien’.”

“Het was ontzettend warm en indertijd duurde het festival veertien dagen (van 10 t/m 24 mei), vier dagen langer dan tegenwoordig. Ik zat in Hotel Mondial, met onder anderen Rob du Mée (hoofdredacteur Skoop), Hans Saaltink (Het Vaderland) en Henk ten Berge (De Telegraaf). Alle Nederlanders gingen eten bij restaurant Des Allees (ook bekend als ‘De Meiden’) en ’s avonds naar de bar van Le Petit Carlton. ’s Avonds moest je ook je in de perszaal getypte verslag voor de krant doorbellen, dat was in die tijd de enige manier. Er was meestal maar één telefoon bij de receptie, dus ging je mopperend in de rij staan tot je aan de beurt was jouw verslag te dicteren.”

Al geregeld
“Weinigen weten dat er in 1968 een Nederlandse film draaide in de competitie voor korte films, Toccata van Herman van der Horst. Documentairemaker Van der Horst was niet erg geliefd, hij was wat arrogant en stond eind jaren zestig samen met Bert Haanstra symbool voor de oude garde. De weinig joviale Van der Horst reed in een met hout ingelegde jeep met wapperende haren over de boulevard maar werd alleen door Nederlanders herkend. De voorzitter van de jury, Sadi de Gorter, oprichter van het Institut Néerlandais in Parijs, gaf aan het begin van het festival een borrel in de suite van het Carlton Hotel en daar werd openlijk gepraat dat Toccata de prijs zou krijgen, dat was al geregeld. Van der Horst kon naar die prijs fluiten toen het festival na negen dagen werd afgelast.”

Solidariteit
“Henri Langlois, directeur/oprichter van de Cinémathèque Française, was in maart 1968 door cultuurminister Malraux ontslagen, wat tot protesten van Franse filmmakers leidde, onder wie Godard en Truffaut. Dat protest breidde zich uit, zo waren ze ook tegen de bourgeois Franse filmindustrie en uiteindelijk ook tegen Cannes; in hun ogen de oude kliek, de gevestigde orde.”

“Op zaterdagochtend 18 mei waren ze vanuit Parijs per auto naar Cannes gekomen. Er volgde een chaotische persconferentie, waarbij Truffaut namens 1000 filmprofessionals uit protest tegen het politiegeweld en uit solidariteit met de studenten pleitte voor het stopzetten van het festival. Regisseurs Claude Lelouch en Louis Malle (in 1968 jurylid) stonden er ook bij. Godard zat naast Truffaut en nam af en toe het woord met opruiende slogans (‘we moeten demonstreren’). Op een gegeven moment werd hij boos: ‘Ik heb het over solidariteit met de studenten en arbeiders en jullie klootzakken praten over tracking shots en close-ups!’ Bij die persconferentie in de Salle Jean Cocteau waren naast filmmakers ook enkele juryleden aanwezig, onder wie de gebrekkig Frans sprekende Roman Polanski. Hoewel hij het een krankzinnige situatie vond, was Milos Forman de eerste die Truffauts protestoproep steunde. Hij trok zijn film Het brandt m’n liefje uit de competitie terug. In zijn thuisland Tsjechoslowakije vochten ze tegen de Russen die de Praagse Lente smoorden, en in Cannes moest hij opeens solidair zijn met rode vlaggen zwaaiende betogers die een maoïstisch getinte revolutie beoogden. Alain Resnais trok Je t’aime, je t’aime terug, waarna Polanski, Malle en actrice Monica Vitti vervolgens aftraden als jurylid.”

V.l.n.r: Claude Lelouch, Jean-Luc Godard, François Truffaut, Louis Malle en Roman Polanski

Schermutseling
“Na de persconferentie werd de vertoning van Carlos Saura’s Peppermint Frappé tegengehouden, waarbij Saura en actrice Geraldine Chaplin aan de gordijnen voor het witte doek gingen hangen zodat deze niet open zouden gaan. Daarna werd de zaal overgenomen door een grote menigte en werd er door Truffaut, Godard, acteur Jean-Pierre Léaud en anderen gediscussieerd met tegenstanders die wilden dat de filmvertoningen gewoon doorgingen. Bij een schermutseling verloor Godard zijn bril en werd een Franse producent op zijn neus geslagen. Festivaldirecteur Robert Favre le Bret maakte eind van de middag bekend dat de 21ste editie van het festival de volgende dag, zondag 19 mei, om 12 uur ’s middags officieel werd stopgezet.”

“Die mededeling leidde tot paniek, want hoe kwam je hier weg? Heel Frankrijk staakte: het openbaar vervoer lag plat en de meeste benzinepompen waren dicht. Het lukte een aantal mensen, onder wie criticus Constant ‘Boy’ Wallagh (AD), om met taxi’s naar Ventimiglia in Italië te rijden, om van daaruit een trein naar huis te nemen. VPRO-programmamaker Jan Blokker was samen met zijn vrouw Anneke in Cannes, met een auto en caravan waar ze in sliepen. Bob Bertina van de Volkskrant mocht met Jan en Anneke mee terug, maar hij moest in de caravan zitten, ze hadden geen zin in zijn gezeur.”

“Ik had het geluk dat ik mee kon rijden met Cees Doolaard en zijn ex-vrouw Mimi in zijn Volkswagen Kever. Zij was een paar dagen overgekomen naar Cannes, ze waren nog goede vrienden. Maar hun weerzien was helemaal fout gelopen. Ik zat helemaal opgepropt op de achterbank, omgeven door koffers. Zij zaten zwijgend voorin en als ze wat zeiden, werd het ruzie. We gingen langs de oostkant van Frankrijk omhoog, van benzinepomp naar benzinepomp — sommige waren nog open — met onderweg één overnachting. We reden over een enorme vlakte en zagen iemand langs de kant van de weg staan, waarschijnlijk gestrand zonder benzine. Naarmate wij dichter bij kwamen, zagen we dat hij stond te liften. Op een gegeven moment herkenden we Herman van der Horst. Doolaard gaf plankgas en zei ‘godverdomme, dat nooit’. Het was de enige keer tijdens de rit dat Mimi hem bijviel: ‘gelijk heb je’.”

De erfenis
“De ironie is dat het een sterke competitie was, met veel politiek geëngageerde films: twee van de Hongaar Miklós Jancsó (waaronder De Roden en de Witten) en drie Tsjechoslowaakse: Jan Nemec’ Het feest en de gasten, Jiri Menzels Rozmarne leto en Formans film. Ook draaiden Mai Zetterlings Doctor Glass, Petulia van Richard Lester en de films van Resnais en Saura. De op 10 mei vertoonde openingsfilm was wel commercieel, een gerestaureerde 70mm-versie van Gejaagd door de wind (1939). Maar dat is nu niet anders.”

“De protesten en afgelasting van ’68 leverden wel iets op. In 1969 begon Cannes met de door het Franse regisseursgilde georganiseerde Quinzaine des Réalisateurs, waarin parallel aan de competitie wat gedurfdere films vertoond werden. Tien jaar na de stilgelegde editie van 1968 startte Cannes Un certain regard, met artistieke films van jonge makers. Beide programmaonderdelen bestaan tot de dag van vandaag. Ook in Nederland veranderden dingen, met het programma Arnhem Alternatief in de Filmweek Arnhem en de oprichting van Cinemanifestatie Utrecht, de voorloper van het filmfestival Rotterdam. Maar dat is een ander verhaal.”


Beelden uit de chaotische persconferentie staan op YouTube.