Focus: Blaxploitation Cinema

  • Datum 09-02-2019
  • Auteur Jos van der Burg
  • Categorieēn Agenda
  • Deel dit artikel

Zwarte acteurs speelden tot eind jaren zestig in Hollywoodfilms voornamelijk bijrollen. Blaxploitation Cinema veranderde dat: eindelijk zwarte helden! Studio/K vertoont vier exemplarische films uit het genre.

In de bioscoop ontdek je wie je bent of wie je wil zijn, is een filmsociologische open deur. De kijker spiegelt zich aan of identificeert zich met de hoofdpersoon. Het maakt naar de film gaan zeker voor jongeren een identiteitsvormende activiteit. Dat gold niet als je zwart was in het Amerika van vóór de jaren zeventig. Hollywoodfilms gingen over de levens van witte mensen. Als er al zwarte mensen in voorkwamen, figureerden ze op de achtergrond in dienstbare rollen, type nederig huispersoneel. In het enkele geval dat een zwart personage een hoofdrol had (het beroemdste voorbeeld is Sidney Poitier) speelde hij een brave hendrik. Het maakte bioscoopbezoek voor zwarte jongeren tot een suffe aangelegenheid.

Begin jaren zeventig veranderde dat. De zwarte gemeenschap liet zich niet meer wegduwen, maar eiste een volwaardige plaats in de samenleving. Als Hollywood zwarte filmmakers geen kansen bood, dan maar zelf aan de slag. Het leidde tot, aanvankelijk onafhankelijke, films, die onder invloed van radicale zwarte bewegingen als de Black Panters geen brave, onderdanige zwarte personages opvoeren, maar voor-de-duvel-niet-bang-jongens, die politieagenten en andere pijlers van de gevestigde orde te slim af zijn. Anders gezegd: geen realistische drama’s, maar fantasieën van zwarte jongens, die zich een heldenleven dromen. Ook kwamen er films met sexy zwarte heldinnen, met als beroemdste de wraaknemende personages van Pam Grier, de koningin van de Blaxploitation.

Door het succes zag Hollywood de commerciële potentie en sprong het op de zegekar. In 1976 stond de teller al op 200 Blaxploitation-films. Daarna kwam de klad erin. Er kwam steeds meer kritiek, ook van zwarte Amerikanen, op het vaak excessieve geweld en de macho-seks in deze films, waarin elke vrouw in katzwijm valt voor de held, die zich van god noch gebod iets aantrekt en altijd ‘het systeem’ een loer draait.

Studio/K vertoont vier exemplarische Blaxploitation-films. In Across 110th Street (Barry Shear, 1972) ontbrandt in New York een bendeoorlog tussen zwarte gangsters en de Italiaanse maffia. Drie keer raden wie er wint. Op 16 februari is er vóór vertoning van deze film een paneldiscussie over Blaxploitation Cinema. Op 20 februari houdt mediawetenschapper Amir Vudka voor de vertoning van Blacula (William Crain, 1972) een lezing over ‘culturele toeëigening’. In de film (ook te zien op 9 februari) belandt een door Dracula in een vampier veranderde eeuwenoude Afrikaanse prins in Los Angeles. Hij ontdekt er onder andere soulmuziek, wat fijn is voor de film.

In Foxy Brown (Jack Hill, 1974) belandt Pam Grier in de wereld van de prostitutie. Ze moet het opnemen tegen gangsters, maar ook een groepje lesbiennes maakt haar het leven zuur. Zou deze film met al zijn groteske stereotypen nu nog gemaakt kunnen worden? Te zien op 13 februari. Ook in Coffy (Jack Hill, 1973) schittert Grier. Nu als verpleegster, die wraak neemt op drugsdealers van wie haar zus het slachtoffer is geworden. Weer blijkt dat je Grier beter niet als vijand kunt hebben. Te zien op 23 februari.


Blaxploitation Cinema, t/m 27 februari in Studio/K.