Wildwood
Gevaarlijk sprookjesbos
Wildwood
Een meisje wil haar gestolen babybroertje terughalen uit een sprookjesbos in ambitieus hightech stopmotion-epos dat zich verslikt in barokke overdrive en halfhartige moraal.
Hoeveel technologie verdraagt stopmotion voordat het zo glad oogt dat het computeranimatie lijkt?
De vijf eerdere stopmotion-films van het Amerikaanse animatiehuis Laika – Coraline (2009), ParaNorman (2012), The Boxtrolls (2014), Kubo and the Two Strings (2016) en Missing Link (2019) – werden stuk voor stuk voor een Oscar genomineerd. Nu komt Laika met een technisch klapstuk dat zo ambitieus is dat de vraag zich opdringt waar stopmotion ophoudt en digi-motion begint.
Van oudsher dankt stopmotion-animatie haar karakteristieke charme aan het feit dat (bijna) alles met de hand wordt gemaakt. Van poppen en kleding tot interieurs en decors. Elke beweging vergt per seconde twaalf frames waarin handmatig iets wordt veranderd of verplaatst. Sinds de jaren negentig worden daar digitale nabewerkingstechnieken aan toegevoegd: van ingekleurde achtergronden tot digitaal bewerkte gezichtsuitdrukkingen, opgevulde massascènes of lastige elementen als water, vuur, mist en wolken.
Met haar 132 minuten is het ambitieuze Wildwood, geregisseerd door Laika-directeur Travis Knight, in elk geval de langste stopmotion-film tot nog toe. Met Missing Link (2019) haalde de animatiestudio al het Guinness Book of Records door het gebruik van meer dan honderdduizend full color 3D-geprinte gezichten, die sinds een of jaar tien veel tijdrovend traditioneel geklei en gesculpt schelen. Wildwood breekt ook dat record met voeten. Daarnaast werden er levensgrote sets gebouwd. Maar maakt al die moeite het ook een goeie film?
Het verhaal gaat over het dappere meisje Prue, dat haar door kraaien gestolen babybroertje terug wil halen uit een ‘ondoordringbaar’ sprookjesbos. Ze wordt daarbij toevallig vergezeld door Curtis, een stereotiepe nerd met bril die ze kent van school. Om de epische lengte van de film te vullen is het bos zo tjokvol uiteenlopende figuren gestopt – van bureaucraten tot pratende soldatencoyotes, bandieten, een vogeldorp met een vrouwelijke arend als generaal, een idyllisch boerendorpje en mediterende mystieken en dan nog een mud maffe bijfiguren – dat het een nogal barokke bende scènes oplevert.
Visueel ogen de gladde gezichten van de poppen wel erg plastic, maar de dieptewerking van de fysieke sets is prachtig. Vooral de achtervolgingen in het begin van de film – eerst per fiets door het stadje en daarna door coyotes in het bos – zijn dynamische hoogstandjes. Maar op den duur werkt de overdaad aan pracht, praal en actie vermoeiend. Ook voor emotie wordt met een melodramatische insteek nogal eens voor overdrive gekozen.
En dan moet er nog een heldhaftig, episch eindgevecht worden geleverd om het kwaad te doden, terwijl er wordt gedaan of dat doden met tegenzin gebeurt: dat is nogal halfhartig. Net als de moraal van het verhaal, dat thematisch uiteindelijk gaat over het al dan niet ‘natuurlijk’ krijgen en verliezen van kinderen: een vrouw mag in deze film magie wel aanwenden om een kind te krijgen, maar niet om het terug te halen uit de dood. De eerste wordt onbevlekt moeder, de tweede een meelijwekkende heks. Dat is een wel erg ouderwets-conservatieve les voor een eigentijds meisje.