Embé #7
Je voorstellen als de ander
Helden van de Galaxy
Martijn Blekendaal (The Invisible Ones, De man die achter de horizon keek) schrijft maandelijks over de oneindige mogelijkheden van de jeugddocumentaire.
Het is maar een korte scène. Abdulatif zit op school. Op de achtergrond klinkt een reportage over overvolle opvangcentra voor asielzoekers. De shots zijn bijna te kort om te beseffen waar je naar kijkt: een jongetje, ternauwernood ontkomen aan het oorlogsgeweld in zijn geboorteland Syrië, ziet in Het Jeugdjournaal hoe het land waar hij veiligheid en bescherming zoekt, mensen zoals hij verwelkomt: met weerzin en aversie.
In Helden van de Galaxy (2026), een jeugddocumentaireserie die tijdens Movies that Matter in première ging, volgt Mirjam Marks het wel en wee van Abdulatif en een stel andere kids. In afwachting van een permanente woning verblijven ze met hun familie op de Galaxy – een cruiseschip in de Amsterdamse haven, tijdelijk omgetoverd tot opvang.
Als door een cameralens staren ze door de ronde raampjes in hun kajuit naar de schepen die passeren. “Het is zo’n mooi gezicht,” mijmert een van hen, “mijn vrienden en ik blijven er maar naar kijken.” En hoe langer ze kijken, hoe meer ze zien. Zelfgetekende dieren en fantasiefiguren toveren in stopmotion de Amsterdamse haven om tot een magisch universum. Ondertussen spelen de kinderen en knutselen ze uit lijm en wasmiddel plakkerig smurfensnot. En opeens zie je in die kinderen je jongere zelf.
“Als we een mens tussen medemensen willen zijn,” zegt schrijver Marcel Möring, “moeten we onszelf kunnen voorstellen als de ander.”
Precies dertig jaar geleden zag ik La promesse (1996) van Jean-Pierre en Luc Dardenne. Over de veertienjarige Igor en zijn vader Roger, een malafide aannemer die illegalen meedogenloos uitbuit voor zijn bouwprojecten. Als een van die werknemers, Hamidou, een fatale val van een bouwsteiger maakt, vraagt hij Igor te beloven voor zijn vrouw en kind te zorgen. La promesse toont Igors lange, ontroerende worsteling om die belofte waar te maken.
De gebroeders Dardenne laten zich bij veel van hun films inspireren door de Franse denker Emmanuel Levinas. Oog in oog met de Ander begint volgens Levinas het morele appèl om de Ander werkelijk tot je leefwereld toe te laten. Oog in oog met Hamidou voelt Igor de verantwoordelijkheid om iets te doen.
Het zal in Nederland niet snel gebeuren, vrees ik. Politiek en (sociale) media hebben zo’n hoge muur van angst en onbegrip opgeworpen, dat een wezenlijke ontmoeting met een medemens als Hamidou bijna irreëel lijkt. In het huidige vijandige klimaat doe je er als nieuwkomer verstandiger aan om binnen de muren van de opvang te blijven. Een bizarre gedachte: het asielzoekerscentrum als schuilplaats tegen hooligans en politici als Gidi Markuszower.
Dat maakt Helden van de Galaxy zo waardevol. Het is een fragiele poging om ons oog in oog te brengen met Abdulatif en zijn vriendjes. Nu maar hopen dat Levinas gelijk heeft.