Filmacademie lichting 2007

Hart en hoofd

Things Last

Het niveau van de nieuwe lichting Filmacademiefilms is hoog dit jaar. Traditiegetrouw springen vooral de documentaires eruit, maar gelukkig weet een Oostenrijkse logicus de werkelijkheid ook te verdraaien.

De eindexamenfilms van de Filmacademie schreeuwen dit jaar geen moord en brand, maar kijken rond in de Trendhopper en de supermarkt. Ze gaan op bezoek bij hun eigen moeder en beuken hooguit met hun eigen hoofd tegen de muur. Toch zijn deze eindexamenfilms geëngageerder dan menig politiek pamflet of maatschappijkritisch drama.

Vooral twee egodocumenten springen eruit: Pappa is weg… en ik wilde nog wat vragen en Moeders mooiste. Niet voor niets hebben deze twee films de eigen vader of moeder in de titel. De vader uit de ene documentaire komt uit een excentrieke, getraumatiseerde familie, en de moeder uit de andere film koos voor de heroïne in plaats van haar dochter. Groot leed, klein gefilmd.

De egodocumentaire had lange tijd een slechte naam vanwege het navelstaarderige karakter, maar tegenwoordig kan het weer, mits filmmakers hun persoonlijke geschiedenis universeel weten te maken.

Marijn Frank is dat gelukt. In Pappa is weg… en ik wilde nog wat vragen komt de regisseuse er tergend langzaam achter wat haar familie uit elkaar heeft gedreven. Haar oom woont in Ruigoord en heeft er zichtbaar moeite mee om over het verleden te praten. Het enige wat haar tante wil loslaten is dat haar ouders soms heel boos werden en daarna langdurig zwegen. Marijn Frank laat subtiel zien hoe die verstikkende stilte wordt doorgegeven aan de nieuwe generatie.

In het eveneens beklemmende Moeders mooiste gaat filmmaker Nadine Kuijpers direct de confrontatie aan met haar moeder, die ze 23 jaar niet heeft gezien. Haar verslaafde, welbespraakte moeder zit nu in een rolstoel en vertrekt samen met haar dochter in een camper naar Lourdes om de pijn te verlichten. Over de pijn van haar dochter komen we alleen mondjesmaat iets te weten. Ook al is de camera close-up op moeder gericht, wat er werkelijk in haar omgaat blijft verborgen, en laat dat nou precies het goede zijn aan de documentaire. Moeder kan nog steeds niet uitleggen wat haar dreef toen ze voor de drugs koos in plaats van voor haar dochter. Zij schakelde Nadine zelfs in als medeplichtige bij de winkeldiefstallen die in haar onderhoud moesten voorzien. Haar verklaring is een vaak gehoorde onder verslaafden: ze was verlamd door schuldgevoel en bleef juist daardoor gebruiken.

IJzingwekkend is hoe moeder de hele tijd breeduit blijft grijnzen. De nekslag komt aan het eind, als ze haar dochter wil troosten: “Je moet maar denken, je bent toch opgegroeid, ondanks alles.” De confrontatie brengt de uitstekende documentaire Communekind in herinnering, waarin een dochter haar moeder ter verantwoording roept over haar keuzes uit het verleden.

Terreur-drieling
Ook vier andere eindexamenproducties draaien om familiebanden of juist het gebrek daaraan. In de documentaire Vrij zijn van Mirko Dreiling wordt een ex-gedetineerde gevolgd vanaf het moment dat hij de poorten van de Bijlmerbajes verlaat. Hij koopt een strippenkaart, stapt op de metro en dan? Wat doet hij met zijn vrijheid? Zijn zus weigert hem binnen te laten, want zoals bij veel ex-gevangenen wil de familie niets meer met hem te maken hebben. Hij komt onder toezicht van de reclassering, zodat hij elke uitgave en elke stap buiten de deur moet verantwoorden. De hand van justitie reikt ver.

In de documentaire Catch-22 van Ane C. Ose wordt een dertienjarige jongen van tehuis naar pleeggezin en weer terug geslingerd, en woont ondertussen al jaren tussen verstandelijk gehandicapte kinderen, terwijl er met zijn verstand niets mis is. Als jong kind werd hij verwaarloosd en ook hij heeft zijn moeder lang moeten missen. Net als de drie zusjes uit de matige documentaire De wereld volgens Wagner die alle banden met hun moeder hebben verbroken. De terreur-drieling worden ze genoemd, omdat ze op school ruzie zouden zoeken, maar zij hebben zo hun eigen versie van de werkelijkheid.

Boterham
In de fictiefilm Basilicum & brandnetels van Eva van Pelt komt een jonge vrouw haar verdwenen vader na lange tijd weer tegen. Hij blijkt een actievoerder die het kappen van een bos probeert tegen te houden, zij is kokkin in het idyllische restaurant van haar even idyllische moeder. Hun geforceerde ontmoeting sneeuwt onder in de overdreven aandacht voor de art direction. Dat laatste is ook het euvel van Schemeren van Jenneke Boeijink, die te veel drama in de film wil proppen, terwijl de droogkomische scènes in de Trendhopper en de supermarkt voldoende waren geweest.

Twee eindexamenproducties zijn echte hoogvliegers, omdat ze iets anders uitproberen dan een televisievriendelijk verhaaltje. Opvallend is de korte sciencefictionfilm Things Last van Constant van Hoeven, die laat zien dat ook in een ultramoderne wereld de verveling kan toeslaan. Helaas is Van Hoeven niet ontsnapt aan de genreclichés.

Gödel van Igor Kramer speelt een intelligent spel met het dagelijkse leven van de logicus Kurt Gödel, die worstelt met de filosofische vraag wat echt is en wat niet, en hoe dik hij zijn boterham met paté moet smeren. Gödel is zo een inventieve Gordiaanse knoop geworden die bijdraagt aan het hoge niveau van lichting 2007, waarbij hart en hoofd genoeg geprikkeld worden.