I Swear
Ontwapenend onaangepast
I Swear
Biopic over het loodzware leven van een Schotse jongen met het syndroom van Gilles de la Tourette raakt universele snaar.
Als zijn oude middelbareschoolvriend Murray hem uitnodigt te blijven eten, probeert twintiger John daar op alle mogelijke manieren onderuit te komen. Eerst beweert hij dat hij echt door moet, vervolgens verstopt hij zich in de badkamer, daarna achter het huis.
Murray weet wel van Johns tic waarbij zijn hoofd plots trekkende bewegingen maakt en dat hij te pas en vooral te onpas ongecontroleerd vloekt (“fuck you in particular!”). Maar niet dat Johns rechterarm soms zomaar dingen omstoot en de kans groot is dat hij de pasta bolognese over de tafel spuugt.
John heeft er zich zijn leven lang al voor verontschuldigd, terwijl hij er niks aan kan doen. Ondertussen wordt het ongecontroleerde gedrag hem door zijn omgeving wel aangerekend. En hoe.
In I Swear hebben we dan al gezien hoe John als brugpieper voor het eerst last krijgt van tics, werd gepest en in elkaar geslagen, gestraft door schoolhoofd en ouders; hoe zijn vader vertrok en zijn moeder in een slachtofferrol kroop. Als volwassen man maakt zijn aandoening elk sociaal contact op z’n zachtst gezegd een uitdaging. Dat anderen zich uit de voeten maken is daarbij nog de meest gunstige variant. Maar de ontmoeting met Murray’s moeder Dottie, die voorbij de tics kijkt en John vraagt hoe het met hem is, blijkt een cruciale. Naast Dottie is er later ook nog Tom, die John na een rampzalig sollicitatiegesprek een baan als assistent-conciërge in het wijkcentrum gunt.
Zo surft de ontwapenende biopic I Swear behendig over de pieken en vele dalen in het leven van de bekende Schotse activist John Davidson (1971), die streed voor meer bekendheid en begrip voor het syndroom van Gilles de la Tourette. In het Verenigd Koninkrijk staat hij in het collectieve geheugen gegrift door drie BBC-documentaires over hem, gemaakt toen hij 16, 30 en 37 jaar was.
I Swear, dat werd geschreven en geregisseerd door de in sociale komedies gespecialiseerde Kirk Jones, en respect afdwingt voor de knappe hoofdrol van Robert Aramayo (waarvoor hij werd beloond met een Bafta), weet de juiste balans te vinden tussen hartverscheurend drama, scheeflopende alledaagse situaties en rebelse Britse humor.
De film was vorig jaar een verrassingshit in de Britse bioscopen en won de publieksprijs op IFFR. Het persoonlijke verhaal over afwijzing en acceptatie raakt een universele snaar in een maatschappij die perfectie en excellentie eist: hoe bevrijdend het kan zijn om onaangepast gedrag te vertonen én gewoon een beetje begrip op te brengen voor elkaar. Dat de film start bij de koninklijke onderscheiding die Davidson in 2019 kreeg en eindigt bij een apparaat dat zijn tics onderdrukt doet daar haast afbreuk aan: John wordt toch weer tot winnaar verheven en aangepast aan de norm, in plaats van andersom. Zijn Tourette had daarop passend commentaar: “Fuck the queen!”