Boeken: There’s No Going Back: The Life and Work of Jonathan Demme

Bebaard paard van Troje

Jonathan Demme (rechts) op de set van The Silence of the Lambs

Filmcriticus David M. Stewart schreef een fijnzinnige biografie over een vrije geest die bouwde aan een eclectisch oeuvre binnen (en buiten) het starre studiosysteem van Hollywood.

Filmmaker, filantroop en activist Jonathan Demme (1944-2017) heeft aan het begin van zijn filmcarrière als doel om als een “bebaard paard van Troje” het studiosysteem van Hollywood binnen te dringen. De jongeling presenteert zich begin jaren zeventig als een typische sixties-idealist die films wil maken met een progressieve inborst.

Journalist Joseph B. Atkins omschrijft Demme’s voorgenomen werkwijze in het voorwoord van There’s No Going Back: The Life and Work of Jonathan Demme als “koorddansen”. In de rest van het boek focust filmcriticus David M. Stewart zich op Demme’s idealen én op de balanceeract die hij opvoert binnen het studiosysteem.

Demme ontpopt zich als een progressieve pionier, die de kijker in een aantal van zijn films confronteert met het Amerikaanse verleden, benadrukt Stewart. Zo omschrijft de auteur een scène uit The Silence of the Lambs (1991), waarin een van de slachtoffers van seriemoordenaar Hannibal Lecter is opgehangen als een groteske Amerikaanse vlag, als “een herinnering aan de symbolische associatie tussen psychopathie en de op geweld gestoelde Amerikaanse geschiedenis”.

Beloved (1998), Demme’s verfilming van de literaire klassieker van Toni Morrison over het Amerikaanse slavernijverleden, is volgens Stewart “een essentiële reflectie op een Amerika dat nog steeds niet in staat is om zijn genocidale verleden te erkennen”. En Phila­delphia (1993), over een homoseksuele advocaat die vanwege zijn geaardheid en aidsdiagnose wordt ontslagen, is het mooiste voorbeeld van Demme’s ambitie om met een commerciële film een emancipatoire boodschap over te brengen.

Stewart laat in het begin van het boek zien hoe die ambitie ontstaat in Demme’s jeugd. Die begint bij zijn moeder Dodie, die hem meeneemt naar films als Black Orpheus (1959) en de komedies van Jacques Tati. Ze moedigt haar zoon aan om notities te maken. Jaren later bemachtigt Demme tijdens zijn studie in Florida een baantje als filmcriticus voor het studentenblad The Florida Alligator – net als zijn grote voorbeeld François Truffaut begint Demme als schrijver voordat hij begint te filmen.

Ordinaire rel
In die periode, eind jaren zestig, verslindt Demme de boeken van zwarte politieke activisten als Eldridge Cleaver en Malcolm X. Dat activisme neemt hij mee en loopt als een rode draad door zijn oeuvre. Op de set van Shots Fired (2017) – een dramaserie over een racistisch gemotiveerde schietpartij – geeft hij een scène over een uit de hand gelopen manifestatie naar aanleiding van die tragedie extra context: dit is geen ordinaire rel, zoals rechtse Amerikanen zouden stellen, dit is een opstand.

Demme ziet ook zichzelf overduidelijk als een soort revolutionair, en die hebben het moeilijk in Hollywood. In 1984 tracht Warmer Bros. zijn artistieke vrijheid in te perken. De studio beschouwt Swing Shift, een romantisch drama over een jonge vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog werk vindt in een wapenfabriek, vooral als een vehikel voor acteur Goldie Hawn, maar Demme focust in zijn eerste montage ook op het collectief – hij wil laten zien dat de wapenproductie een gezamenlijke (vrouwelijke) inspanning was. De studio besloot tot reshoots en Demme, die zijn regiecredit weliswaar behield, verloor de artistieke controle over de film.

Oneffenheden en afwijkingen
In het boek legt Philadelphia-scenarist Ron Nyswaner uit dat Demme qua visie op cinema niet helemaal bij die van Hollywood past: “Hij onderschreef het belang van verhalende cinema, evenals het belang van plot, maar hij genoot vooral van het ontdekken van oneffenheden en afwijkingen in zijn personages.” Met concertfilm Stop Making Sense (1984) en de komische thriller Something Wild (1986) weet Demme zich evenwel toch in Hollywood te nestelen.

Demme’s verstandhouding met Hollywood blijft niettemin broos. Zo koopt Netflix zijn concertfilm Justin Timberlake + The Tennessee Kids (2015) zonder zijn medeweten. De film krijgt tot Demme’s verdriet geen bioscooprelease.

Demme heeft later in zijn leven überhaupt moeite om filmprojecten van de grond te krijgen en maakt een reeks intieme documentaires, zoals over een overlevende van orkaan Katrina (I’m Carolyn Parker, 2011) en over de beroemde biologieprofessor Tyrone Hayes (What’s Motivating Hayes, 2015). Tegen die tijd kan hij echter al terugblikken op een eclectisch oeuvre. Hij is als paard van Troje Hollywood binnengedrongen en heeft zich lange tijd met een jaloersmakende vanzelfsprekendheid gepositioneerd in de grillige mainstream. Wat uit Stewarts boek uiteindelijk vooral bijblijft, is Demme’s onbetwiste artistieke integriteit.


There’s No Going Back: The Life and Work of Jonathan Demme David M. Stewart | 2025, University Press of Kentucky | 250 pagina’s | € 25