Cutter’s Way

Aan één oog genoeg

Cutter’s Way

John Heard speelt een gekwelde maar lucide Vietnam-veteraan in een wervelende neo-noir die zich afspeelt in het Santa Barbara van de jaren tachtig.

Een onbeschaamde dronkaard en zijn laconieke boezemvriend vallen nogal uit de toon in het puissant rijke Santa Barbara van de jaren tachtig, waar tennisbanen, countryclubs en jachthavens het landschap bepalen. Maar niets is wat het lijkt in de nevelige neo-noir Cutter’s Way uit 1981.

John Heard vertolkt Alex Cutter, een Vietnam-veteraan die een arm, een been en een oog mist, en dat gemis overcompenseert met copieuze hoeveelheden bourbon. Cutter is geen stereotiepe oorlogsheld die ondanks alles trots is op zijn land, maar eerder een misantroop die geen vertrouwen meer heeft in de toekomst. Zijn kameraad Richard Bone (Jeff Bridges) staat bekend als een lokale casanova. Dat hij rondrijdt in een rammelende Austin-Healey is het bewijs dat ook hij geen deel uitmaakt van de jetset.

Cutter en Bone ogen als verdwaalde personages uit een western. De twee komen in de problemen als Bone tijdens een regenachtige nacht, zoals die alleen in dit soort broeierige neo-noirs voorkomt, getuige is van een mysterieus tafereel in een steegje. Een dag later wordt op die plek in een vuilnisbak het stoffelijk overschot van een jonge vrouw aangetroffen.

Bone wordt eerst nog aangemerkt als verdachte. Na zijn vrijlating meent hij de moordenaar te herkennen tijdens een feestelijke optocht in de hoofdstraat: J.J. Cord, de gewetenloze vastgoedmagnaat die in Santa Barbara de touwtjes in handen heeft. Cutter en Bone besluiten samen met de zus van het slachtoffer Cord af te persen.

Het duurt echter enige tijd voordat het komt tot een confrontatie. De Tsjechische filmmaker Ivan Passer – in de jaren zestig en zeventig bekend als coscenarist van filmklassiekers van zijn landgenoot Miloš Forman (The Fireman’s Ball, 1967) – laat Cutter en Bone scènes lang dolen door het beeld. De hoofdpersonages dwalen voortdurend af en de plot verdwijnt naar de achtergrond; de soundscapes van componist Jack Nitzsche slepen de kijker mee in een koortsdroom.

Totdat Cutter als het ware ontwaakt uit de lethargie en doorziet wat er in Santa Barbara schuilgaat achter de rijk gedecoreerde façades. In de derde akte baant hij zich strompelend en hevig vloekend een weg door een gemeenschap die hem minacht – op een gegeven moment raast hij langs een groep dravende polopaarden. Zelden voelde een acteerprestatie zo indringend. Cutter is een klootzak, maar je voelt in elk shot de pijn die hem van binnenuit opvreet. Hij heeft aan één oog genoeg om te zien dat de bewoners van Santa Barbara zijn verblind door hebzucht.