Boeken: De Kriterionmeisjes

Verzwegen verzetsverhalen

Aardappelschillende studentenverzetsleden in 1944, waaronder Kriterionmeisjes Wil Bexterman (midden) en Marjolein Heijermans (rechts). Foto: collectie Verzetsmuseum Amsterdam

Historicus Anna Eva Boogaard dook in de volstrekt genegeerde geschiedenis van de jonge verzetsvrouwen die bij de oprichting van de Amsterdamse studentenbioscoop Kriterion betrokken waren. 

“De BS [Binnenlandse Strijdkrachten] wil het graag weten, dat het toffe jongens zijn”, schreef rechtenstudent, verzetsstrijder en Kriterion-medewerker Marjolein Heijermans al in de zomer van 1945 over hoe de jongensclub zichzelf buitensporig op de borst klopte met de eerste verzetstentoonstelling in de Bijenkorf.

De voorlichting die hiermee aan het Nederlandse volk werd gegeven was niet juist, stelde Heijermans. Die kon alleen het volledige verhaal vertellen als er aandacht werd besteed “niet in de eerste plaats [aan] het wapengeweld, maar [aan] al die activiteiten, die resulteerden uit de poging om het Nederlandse volk bijeen te houden en te onttrekken aan de Duitse dood of slavernij.” 

Tachtig jaar na dato is Heijermans kritiek nog steeds schokkend actueel, schrijft historica Anna Eva Boogaard nu in haar boek De Kriterionmeisjes. Daarin is Heijermans een van de twaalf geportretteerde verzetsvrouwen die aan de wieg stonden van de nu tachtigjarige Amsterdamse studentenbioscoop Kriterion, die werd opgericht zodat studenten na de oorlog in hun onderhoud konden voorzien. 

Voetnoot
Hoewel ze een belangrijk deel van het verzetswerk voor hun rekening namen, verwees Kriterion-initiator en verzetsman Piet Meerburg steevast naar het naamloze deel van zijn “hierarchieloze” verzetsgroep als ‘de meisjes’. In de decennia na de bevrijding bleef de nadruk in de voornamelijk door mannen opgetekende geschiedschrijving liggen op het heroïsche, vaak gewelddadige verzet door mannen. De rol van vrouwen werd daaraan ondergeschikt geacht, minder onderzocht en bleef daardoor tot op de dag van vandaag onderbelicht en ondergewaardeerd. 

Hester van Lennep, een van de weinige vrouwen die na de oorlog voor haar verzetswerk werd geëerd, formuleerde het zo: “Ik ben maar een voetnoot in de boeken van Loe de Jong.” Boogaard wijst op de dubbele betekenis van die uitspraak: ze relativeerde haar inbreng, nadat die al door prominente mannelijke historici tot tweederangs was gereduceerd. 

Onterecht, laat Boogaard zien, die zelf als student bij Kriterion werkte en met haar meeslepende vertelling het gemis rechtzet. Boogaard noemt het een ‘vergeten’ geschiedenis, maar dat suggereert dat die geschiedenis ooit bekend was. In werkelijkheid blijkt die nauwelijks opgetekend, amper verteld, grotendeels verzwegen. Ook in Kriterion werd uiteindelijk zelden meer over de oorlog gepraat. De herinneringen aan de geleden verliezen, de ettelijke opgepakte en vermoorde familieleden, vrienden en geliefden, waren pijnlijk. Verschillende jonge verzetsvrouwen kwamen in gevangenissen en concentratiekampen terecht. 

Aardappelzakken
Aan de hand van de bloemrijke, persoonlijke verhalen van de twaalf studentes, die allemaal verschillende dappere, soms ongelooflijke dingen deden, laat Boogaard zien hoe essentieel de al dan niet ‘verzorgende’ rol van verzetsvrouwen was.

Daarbij buitten ze de manier waarop ze over het algemeen door mannen werden gezien – als het zwakkere geslacht of als onschuldige dienstbare meisjes – vaak handig als dekmantel uit. Ze hielpen tientallen Joodse kinderen redden, verzorgden onderduikers, organiseerden illegale colleges, vervalsten persoonsbewijzen, smokkelden wapens, bonkaarten, duizenden guldens, voedsel of illegale kranten, regelden de communicatie voor de geheime dienst en nog veel meer. Baby’s werden verstopt in wasmanden, aardappelzakken of rugtassen; oudere kinderen per trein naar onderduikadressen gebracht, een van de meiden haalde haar opgepakte vader uit Westerbork. 

Boogaard schetst een boeiend en levendig beeld van de bewogen levens van de jonge vrouwen en hoe hun studentenleven door maatregelen van de bezetter stap voor stap ondergronds ging. Ook maakt ze inzichtelijk hoe hun verzetswerk deel uitmaakte van een landelijk netwerk van studentenverzetsgroepen en een nog bredere lappendeken aan verzetsactiviteiten in Nederland. 

Overval
Een voorbeeld van hoe verschillende groepen door geheimhouding langs elkaar heen werkten, maar ook van hoe de stille diplomatie van vrouwen misschien wel effectiever was dan de vaak opgehemelde brute aanpak van mannen, is het onbekend gebleven verhaal achter de spectaculaire overval op het Amsterdamse bevolkingsregister in maart 1943. 

Een groep gewapende kunstenaars viel daarbij het in de voormalige concertzaal van Artis gevestigde bevolkingsregister aan de Plantage Kerklaan binnen. Bewakers werden geboeid en verdoofd naar buiten gesleept waarna de boel met explosieven in de hens werd gezet. 

Dat de kaartenbakken toen al grotendeels onbruikbaar waren gemaakt door de verpleger en latere rechtenstudent Isa Baschwitz en haar kompanen, wisten de betrokkenen niet. Baschwitz haalde dagelijks, geholpen door een verzetsman die bij het register werkte, stiekem enkele laden vol kaarten uit het systeem. Die maakte ze ’s avonds thuis met broer en vrienden onbruikbaar. Mannen die voor de Arbeitseinsatz konden worden opgeroepen kwamen als stokoude vrouwtjes te boek te staan of woonden opeens op niet-kloppende adressen. Andere laden kieperde ze soms domweg in de gracht. Maar omdat de Duitsers als vergelding twaalf van de betrokken verzetsleden arresteerden en fusilleerden, verzweeg Baschwitz decennialang haar slimme, stille verzetsdaad, die de gewaagde stunt overbodig maakte, uit piëteit met de omgekomen mannen. 

Kogels
In een ander geval kon die diplomatie wel onnodige slachtoffers voorkomen. Ondanks beschietingen waarvan ze het letterlijk in haar broek deed, rende Baschwitz kort na de bevrijding heen en weer over het Stationsplein, tussen gewapende verzetsmensen in het Centraal Station en een gewapende Duitse groep bij het Victoria Hotel. Terwijl de kogels haar om de oren suisden bracht ze zo berichten over om te onderhandelen over overgave en ontwapening.

Boogaard vertelt meeslepend en betrokken, dichtbij haar personages, alsof zij – en daarmee de lezer – in hun schoenen staat. Maar met haar bewonderende toon en gebrek aan afstand is ze ook wat weinig kritisch, zoals ze zelf aan het eind al vaststelt, “omdat ik dit onderzoek niet alleen deed, maar samenwerkte met al hun fantastische nabestaanden.”

Hoewel het belang van hun verhalen buiten kijf staat, gaat het wat ver om te stellen dat deze studentes symbool staan voor alle Nederlandse verzetsvrouwen: ondanks enkele buitenbeentjes kwam het merendeel uit een geprivilegieerde ons-kent-ons-omgeving, wat ook blijkt uit de bekende mannennamen die in de verhalen opduiken. Marjolein Heijermans was de dochter van toneelschrijver Herman Heijermans; Isa Baschwitz woonde als pleegkind bij historicus Jacques Presser; Piet Meerburgs vriendin en latere vrouw Hansje van Loghem was de dochter van de rector-magnificus van de UvA. Maar er is ook het verhaal van psychologiestudente Geke Linker, uit een arm Assens gezin, en dat van medicijnenstudente Henny de Groot, die eind 1940 met haar familie brak nadat haar ouders lid werden van de NSB en haar broer bij de SS ging.

Het blijft ontluisterend te lezen hoe de vrouwen – ook door zichzelf – over het hoofd werden gezien. Getuige hun korte biografietjes achterin, blijkt dat de studentes, die tijdens hun studietijd relatieve vrijheid genoten, door huwelijk en moederschap na de oorlog toch weer grotendeels achter het aanrecht verdwenen. Tot midden jaren vijftig werden vrouwen handelingsonbekwaam en ontslagen als ze trouwden. Toch zijn er een paar die dat wisten te omzeilen.

Gered
Ondanks dat de vertelling begint en eindigt met de oprichting van Kriterion is er in het boek weinig te vinden over de band die de Kriterionmeisjes hadden met film. Onduidelijk blijft hoe de programmering was georganiseerd; of en hoe ze daar een stem in hadden, waar hun interesse naar uitging, of ze meebeslisten over de openingsfilm op 6 november 1945: Ergens in Nederland.

Dat was een door de uit Duitsland gevluchte Ludwig Berger geregisseerde speelfilm over de mobilisatie, met de Nederlandse filmster Lily Bouwmeester in een hoofdrol, die kort voor de oorlog draaide, maar al snel werd verboden. Op Wikipedia is te lezen dat die film haar naoorlogse herpremière dankte aan een kopie die werd gered door een “niet nader genoemde vrouw.” Misschien dat iemand nog eens in die geschiedenis kan duiken. 


De Kriterionmeisjes, Anna Eva Boogaard | 2025, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam | 445 pagina’s | €24,99