IFFR 2026: Displacement Film Fund
Vijf films stellen scherp via de lens van ontheemding
Allies in Exile
De films van de eerste lichting makers die van het vorig jaar opgerichte Displacement Film Fund een stipendium ontvingen, laten de reikwijdte en relevantie zien van de verhalen die zij in zich dragen.
Het wachten is de zwaarste beproeving, vertelt Hasan Kattan in zijn film Allies in Exile. Hij zit op dat moment samen met zijn vriend en collega Fadi Al Halabi in een Londens asielzoekershotel, beiden in afwachting van een antwoord op hun asielverzoek. Ze overleefden de bombardementen in Aleppo (waarvan ze de gevolgen op camera vastlegden voor onder meer Last Men in Aleppo) en de dodelijke aardbeving in Zuid-Turkije, die Al Halabi’s familie het leven kostte. Na jaren van overleven breken juist de stilte, de onzekerheid en het passieve wachten hen op.
Allies in Exile behoort tot de eerste lichting van vijf korte en middellange films die mogelijk zijn gemaakt door het Displacement Film Fund, het vorig jaar opgerichte fonds dat filmmakers die vanwege oorlog of onderdrukking ontheemd zijn geraakt in staat wil stellen hun verhalen naar een breder publiek te brengen. De doelstelling van het fonds ligt daarmee in het verlengde van die van het aan IFFR gelieerde Hubert Bals Fonds.
Voorafgaand aan de première van de films van Kattan, Maryna Er Gorbach (Oekraïne), Mohamed Rasoulof (Iran), Mo Harawe (Somalië) en Shahrbanoo Sadat (Afghanistan) op vrijdag 30 januari kondigde Cate Blanchett, Global Goodwill Ambassador van partner UNHCR en voorzitter van de commissie die deze vijf projecten selecteerde, een nieuwe cyclus aan waarbij opnieuw vijf stipendia van honderdduizend euro beschikbaar worden gesteld. “Ontheemding is een van de grootste uitdagingen waar we als mensheid mee geconfronteerd worden”, stelde ze, om te concluderen dat het feit dat de verhalen en ervaringen van ontheemden zo zelden onze schermen bereiken een “gemiste kans” is.
Taal
Binnen dit eerste cohort films is Kattans aangrijpende, effectief gemonteerde ego-documentaire de meest directe verbeelding van een bestaan in ballingschap. Mohamed Rasoulof focust in Sense of Water, een liefdesverhaal tussen een schrijver en een literair redacteur en de meest conventionele van de vijf films, op een specifiek aspect van ontheemding: de noodzaak in een taal te communiceren waarvan de klank niet dezelfde emotionele waarde heeft als die van je moedertaal. In de persconferentie voorafgaand aan de première sprak hij over “de kloof tussen een woord begrijpen en het voelen” – een kwestie waarover hij overigens, in het licht van de diepe rouw waarin Iran momenteel gedompeld is, niet heel lang over wilde uitweiden.
Maryna Er Gorbach en Shrahrbanoo Sadat vestigen allebei de aandacht op vormen van ontheemding waar het verlaten van je geboortegrond niet eens aan te pas komt. In Rotation voert Er Gorbach een jonge vrouw op die door de komst van oorlog van de normaliteit afgesneden raakte, en laat zien welke emotionele omslag er gepaard gaat met het verwisselen van een burgerbestaan voor een militair bestaan. “Toen ik de film af had begreep ik dat ik de eerste film over dit onderwerp had gemaakt”, vertelde de filmmaker. “Dat was voor mij iets enorms.”
Zuiverheid
Verrassend opbeurend is Shahrbanoo Sadats Super Afghan Gym, over Afghaanse vrouwen die elkaar treffen tijdens een clandestien vrouwenuurtje in een sportschool in Kaboel. Sadat ging voorzichtiger te werk dan de makers van de AvroTros-serie Hila Noorzai voorbij de Taliban en goot haar verhaal in de vorm van een fictiefilm die ze in Duitsland opnam.
De jongste bezoeker van het vrouwenuurtje is rond de twintig, de oudste voorbij de zeventig, en de gespreksonderwerpen die langskomen tussen de jumps en de squats, de loopband en het gesjor aan machines door, lopen uiteen van overtollig buikvet tot schoonmoeders en van bloeddrukproblemen tot een echtgenoot die zijn vrouw het leven zuur maakt. Tijdens het kwartier dat de film duurt is het een troostend feit dat alles hier besproken kan worden, totdat je je realiseert dat precies dat in deze samenleving dus eigenlijk níet kan. Voor wie vrouw is in Afghanistan, is ontheemding een fact of life.
Mo Harawe gooit het helemaal over een andere boeg. Zijn intrigerende fictievertelling Whispers of a Burning Scent over een zwijgzame muzikant die in Somalië wordt voorgeleid in een fraudezaak, lijkt op het eerste gezicht weinig over ontheemding te zeggen. Maar wanneer het verhoor evenveel twijfels oproept over de man in de beklaagdenbank als over de maatschappelijke norm waarlangs hij wordt beoordeeld en de motieven van de eisende partij, was voor mij het cirkeltje weer rond. Deze film over een man die zich naar zijn lot moet schikken omdat hij niet kan bewijzen wat niet te bewijzen valt – de zuiverheid van zijn hart – is een zaak van iedereen die zich op wat voor manier dan ook op onbekend terrein begeeft.
De eerste lichting films van het Displacement Film Fund is nog te zien op IFFR 2026.