Mstyslav Tsjernov over 2000 Meters to Andriivka en 20 Days in Mariupol

‘Net als de oorlog staat mijn werk niet stil’

Mstyslav Tsjernov. Foto: André Bakker

Mstyslav Tsjernov volgt Oscar-winnaar 20 Days in Mariupol op met een oorlogs­documentaire gefilmd aan het oostfront in Oekraïne. 2000 Meters to Andriivka is een verslag van het moeizame Oekraïense tegenoffensief, maar ook een artistieke mijlpaal voor de oorlogsjournalist en regisseur.

Afgelopen zomer beleefde ik de meest intense screening die ik ooit heb meegemaakt: een vertoning in Kyiv van 2000 Meters to Andriivka, de nieuwe documentaire van oorlogsfotograaf en filmmaker Mstyslav Tsjernov.

In januari 2025 ging deze film over het moeizame Oekraïense tegenoffensief aan het oostfront in première op het Sundance Film Festival, waar Tsjernov de regieprijs won binnen de sectie World Cinema Documentary. Twee jaar eerder vertoonde datzelfde festival zijn debuutfilm 20 Days in Mariupol (2023), die hem uiteindelijk een Oscar opleverde. Zijn nieuwe documentaire over de Russisch-Oekraïense oorlog draaide na Sundance op filmfestivals over de hele wereld.

De Oekraïense première van Tsjernovs tweede film tijdens documentairefestival Docudays UA was echter van een heel andere aard. Als eerste Oekraïense Oscar-winnaar ooit – en daarnaast ontvanger van een hele reeks andere prijzen, waaronder een Pulitzer-prijs voor zijn journalistieke werk – is Tsjernov immers held in eigen land.

Tickets voor deze vertoning van 2000 Meters to Andriivka bleken de meest felbegeerde van het festival. De energie bij de screening in een afgeladen zaal in de Zhovten Cinema in de binnenstad van Kyiv was onbeschrijflijk. Het was uniek om zo’n rauw en ongefilterd oorlogsverslag te zien in het land waar die oorlog nog altijd woedt – door een grootschalig Russisch bombardement brachten bijna alle bezoekers de nacht voor de festivalopening in schuilkelders door.

De vertoning eindigde met een staande ovatie van ruim een kwartier, waarna Tsjernov besloot om zelf niets over de film te zeggen. In plaats daarvan liet hij alle soldaten die in de film te zien zijn en het tegenoffensief hebben overleefd aan het woord. Elke speech van leden van de Derde Infanteriebrigade werd beantwoord met langdurige staande ovaties.

2000 Meters to Andriivka

Tsjernovs documentaires zijn in eerste instantie een journalistieke weergave van een oorlog die al ruim een decennium woedt. Tegelijkertijd stapt Tsjernov met 2000 Meters to Andriivka weg van pure verslaggeving, richting het meer artistieke veld van experimentele cinema. Het ruwe materiaal van zijn films is nog altijd geworteld in een grimmige realiteit, maar in toenemende mate wil de regisseur daar filmkunst van maken. Dat zie je terug in zijn nieuwste werk, een fenomenaal in elkaar gezette documentaire die beelden van militaire drones, GoPro-camera’s op de helmen van de soldaten en de camera’s van Tsjernovs kleine crew combineert. Het resultaat is een zo ongefilterd mogelijk, zintuiglijk verslag van wat het betekent om aan het front te vechten.

Artistieke ontwikkeling
De haast naadloze montage van dat uiteenlopende materiaal laat zien dat Tsjernov zich in rap tempo ontwikkelt als ambitieuze filmmaker van urgente documentaires. Hij beaamt dan ook dat 2000 Meters to Andriivka met hele andere intenties is gemaakt dan 20 Days in Mariupol. “Mijn debuut begon als een reeks reportages die uitgroeiden tot een film. Het is journalistiek werk, dat de rol van journalistiek in oorlogstijd kritisch onderzoekt. Ik zag 2000 Meters to Andriivka echter altijd voor me als een volwaardige film, waarbij het artistieke proces in het teken staat van het maken van cinema.”

De verschillende invalshoeken van de twee films hebben veel te maken met de onmiddellijke realiteit waarin Tsjernov zich bevond. Toen Rusland aan de grootschalige invasie van Oekraïne begon, voelde het voor Tsjernov, toen bekend als oorlogsfotograaf, als het “uitbreken van de Derde Wereldoorlog”. Waar de meesten de bestormde steden van Oekraïne ontvluchtten, bewoog hij zich juist met een klein team richting de zuidoostelijke havenstad Marioepol om Ruslands invasie in kaart te brengen. Als een van de weinige journalisten ter plekke bracht hij enkele weken in deze belegerde stad door om de huiveringwekkende en gewelddadige gebeurtenissen vast te leggen. Het schrijnende materiaal resulteerde met veel omwegen in 20 Days in Mariupol. “We moesten aan de belegering ontsnappen en het materiaal langs Russische checkpoints smokkelen.”

20 Days in Mariupol

De verslaggeving zelf had hier prioriteit, want er was letterlijk niemand anders aanwezig om het schrijnende verhaal van deze stad met de wereld te delen. Inmiddels zijn we ruim twee jaar verder en zijn er talrijke indrukwekkende Oekraïense documentaires gemaakt die op uiteenlopende wijzen reflecteren op het land in oorlogstijd – tijdens de afgelopen IDFA-editie stonden er maar liefst vier sterke Oekraïense documentaires in de selectie. Die snelle esthetische ontwikkeling van een nieuwe golf non-fictieregisseurs zette Tsjernov ertoe aan om nog dieper in het medium film te duiken. “Je wilt het publiek op de best mogelijke manier meenemen in je werk”, legt de regisseur uit. “In het geval van Andriivka hadden we gelukkig een narratieve structuur die lijkt op een fictiefilm: er zijn protagonisten met een helder doel, er is een tikkende klok en een levensbedreigende situatie. Ons doel is om het publiek mee te nemen op die missie, om kijkers het gevoel te geven dat ze in de loopgraven zitten en met de soldaten voorwaarts bewegen. We laten het publiek dan ook nooit los.”

Puzzel
Tsjernovs ambitie om vooruitstrevende cinema te destilleren uit de hopeloze missie van de Derde Infanteriebrigade om het strategisch gelegen dorpje Andriivka te heroveren, levert echter zijn eigen spanningsveld op. “We willen het publiek aan ons binden, terwijl we begripvol met de pijn om moeten gaan”, zegt de filmmaker daarover. “Je kan een tragedie als deze immers niet romantiseren. Je kan het publiek niet de zaal uit laten lopen met het gevoel dat ze een mooie film hebben gezien. Dan zou Andriivka een mislukking zijn geweest.” Het komt neer op de observatie van François Truffaut, die opmerkte dat een anti-oorlogsfilm per definitie niet bestaat, omdat in elke film over oorlog onvermijdelijk het spektakel van dood en destructie zit. Voor Tsjernov betekende die uitdaging een ellenlange puzzel in de montage: hoe maak je de onmiddellijke realiteit en het acute gevaar van oorlog zo invoelbaar mogelijk zonder het conflict op het scherm te romantiseren?

Een oplossing vond Tsjernov door kleine gesprekjes met de soldaten in de film te verwerken, die hij met zijn eigen camera vastlegde terwijl hij met de infanterie in loopgraven schuilde voor binnenkomende artillerie. “We bespreken geen grootse ideologieën, maar staan stil bij de kleine dingen in het leven die onze menselijkheid laten zien. We praten over sigaretten, over het leven thuis, over de universiteiten waar de soldaten vandaan komen. Voor de wereld stellen zulke gesprekken niets voor, maar voor ons zijn ze van groot belang.”

Het kritische succes van 2000 Meters to Andriivka wijst erop dat Tsjernov zich heeft ontwikkeld tot een regisseur die complexe materie op artistieke wijze tot een geheel kan maken. Nu werkt de regisseur aan “een documentaire over de vredesonderhandelingen tussen Oekraïne, Rusland, Amerika en Europa.” Een veel gevaarlijker project, grapt Tsjernov. De loopgravenoorlog aan het oostfront is “kattenpis” vergeleken met de diplomatieke conflicten die achter gesloten deuren plaatsvinden.


2000 Meters to Andriivka is vanaf 15 januari 2026 te zien in de bioscoop.
20 Days in Mariupol is vanaf 26 februari 2026 te zien in de bioscoop.