Distributeurs houden gemankeerd pleidooi voor publieksfilms

Best bezochte Nederlandse film van 2017: Soof 2

Waarom neemt het marktaandeel van de Nederlandse film al jaren af? En wat is er aan te doen? Vorige week bracht Filmdistributeurs Nederland (FDN) een rapport uit dat die vragen wil beantwoorden. De conclusie: er moet meer geld naar publieksfilms. Het pleidooi bevat echter slordige redeneringen en feitelijke onjuistheden.

Het bioscoopbezoek in Nederland stijgt al jaren. Vorig jaar werd zelfs een recordcijfer van 36 miljoen bezoekers genoteerd. Maar terwijl kaartjes voor buitenlandse — en dan vooral Amerikaanse — films in steeds grotere aantallen worden gekocht, gaat het minder goed met de Nederlandse film. In 2013 trok de Nederlandse film nog 6,4 miljoen bezoekers, maar in 2017 was dat aantal gedaald tot 4,32 miljoen. Het marktaandeel daalde in vijf jaar van 21% naar 12%. Reden voor Filmdistributeurs Nederland om de noodklok te luiden.

Volgens het FDN-rapport zijn er vier oorzaken aan te wijzen. Ten eerste: de piraterij die leidt tot minder inkomsten uit DVD, VOD en tv-vertoningen. Ten tweede: verminderde concurrentie op distributievlak. Ten derde: dalende reclame-inkomsten bij commerciële zenders die daardoor minder investeren in Nederlandse producties. En ten vierde: de manier waarop het Filmfonds haar geld verdeeld waardoor het merendeel van de steun terechtkomt bij kleine artistieke films en minder bij grote publieksfilms.

Op minstens twee van die punten is iets aan te merken. Wie beweert dat de concurrentie onder distributeurs is afgenomen heeft blijkbaar niet meegekregen dat er de laatste tijd de nodige nieuwe distributeurs bij zijn gekomen. A-Film is weliswaar failliet gegaan maar nieuwe spelers als The Searchers en MOOOV hebben het veld betreden. Een bedrijf als Imagine, opgericht in 2012, heeft dit jaar een groeispurt doorgemaakt. En er is zelfs een concurrent van de FDN opgericht, door spijtoptanten die zich niet meer thuis voelen bij de branchevereniging.

Ook de redenering dat het Filmfonds teveel geld besteedt aan artistieke kleine films is curieus. Vooral de zinssnede "er worden dus minder en met veel lager budget — en dus lagere kwaliteit — gefinancierde publieksfilms gemaakt". Alsof kwaliteit één-op-één afhankelijk is van budget. En dat een financiële injectie voldoende zou zijn om kwalitatief hoogstaande publieksfilm te maken.

Het huidige jaar is volgens FDN cruciaal. Er worden namelijk geen grote blockbusters verwacht en Nederlandse films om het gat op te vullen zijn er niet. Het huidige bioscoopbezoek ligt 12,6% achter op 2017. Dat is een forse daling, maar om daarmee meteen te zeggen dat "de bioscoopbranche kwetsbaar is" is overdreven. Als een van de weinig sectoren heeft de bioscoopbranche de crisis glansrijk doorstaan en jaar na jaar groei genoteerd. Dat heeft zelfs geleid tot grote investeringen in nieuwe complexen en techniek en een verhevigde concurrentiestrijd tussen de grote spelers Pathé, Kinepolis en Vue.

Het hele rapport werkt naar één conclusie toe: de suppletieregeling die Filmfonds-geld automatisch toekende aan filmproducties op basis van publieksbereik moet worden hersteld. Dat geld moet weg worden gehaald bij de kleine artistieke films want die trekken toch weinig publiek. Om die laatste bewering te ondersteunen presenteert FDN een staatje met films die minimaal €50.000 selectieve steun hebben ontvangen. In 2016 en 2017 zouden slechts drie daarvan meer dan 100.000 bezoekers hebben getrokken. Maar wie de lijst met Gouden Films bekijkt ziet dat in beide jaren vijftien Nederlandse films door de 100.000-grens gingen. Een blik op het suppletielijstje leert dat in 2016 zes en in 2017 tien films op die automatische manier werden ondersteund. Dat zou betekenen dat in 2016 negen en in 2017 twee succesfilms op geheel andere wijze zijn gefinancierd. Het zijn onwaarschijnlijke cijfers.

Meer commerciële films betekent in de regel: meer romantische komedies. Ook de cijfers van FDN bevestigen dat romantische komedies — 24 in totaal van 2013 tot en met 2017 — het meeste opbrengen. Ze realiseerden een marktaandeel van 37,8% en een gemiddelde opbrengst van bijna €2,6 miljoen. Het FDN-rapport probeert met dit staatje enerzijds aan te tonen dat het wel meevalt met de door critici vaak genoemde stortvloed aan romkoms en anderzijds dat er best meer gemaakt mogen worden aangezien dit blijkbaar is wat het grote publiek wil zien.

De distributeurs pleiten voor een andere verdeling van fondsgelden. En vooral een andere wijze van verdelen. Geen toekenning van geld op basis van een inhoudelijk oordeel — volgens het rapport geveld door commissies waar alleen stadslui in zitten die geen band voelen met het leven buiten de Randstad — maar automatisch op basis van bezoekcijfers. Volgens FDN zou dit ook leiden tot een meer evenwichtige verdeling van geld onder producenten. Het fonds zou nu bepaalde partijen bevoordelen. Topkapi Film (onder andere Layla M. en Belgica) krijgt volgens de berekeningen van FDN maar liefst 11% van alle subsidie.

De branche doet echter meer dan alleen het fonds aanklagen. Het Abraham Tuschinski Fonds wordt flink gespekt. Er wordt €2 miljoen extra gereserveerd om publieksfilms mede mogelijk te maken. Daarmee is dit potje gegroeid tot €4,5 miljoen.

Edo Dijksterhuis