Redactioneel – 4 juli 2018
The Man Who Killed Don Quixote
Het is een rare gedachte dat er deze maand een beeld op de cover staat van een film die misschien wel helemaal niet in Nederland te zien zal zijn. Hoho, hoor ik de distributeur nu al sputteren: mooi wel dat wij The Man Who Killed Don Quixote gewoon uitbrengen. Het is misschien wel de langstverwachte film van de 21ste eeuw.
Toch is de vertoning nog niet zo evident. Regisseur Terry Gilliam werkte met tussenpozen een kleine kwart eeuw aan de verfilming van de klassieke metaroman van Cervantes, hij versleet producenten en hoofdrolspelers, en werd ondertussen geteisterd door meer plagen dan er in het Oude Testament beschreven staan. Toen was de film af. Probeerde de voorlaatste producent met een rechtszaak de première in Cannes te verhinderen en bleek dat verhaal nóg een staartje te krijgen. Het rommelt. Gaat de producent nog een rechtszaak aanspannen? Bioscopen hoofdelijk aansprakelijk stellen als ze de film draaien? Als alles achter de rug is draait het uiteindelijk alleen nog maar om geld.
Dat is een neutrale manier om iets anders niet bespreekbaar te hoeven maken. Namelijk: van wíe is die film eigenlijk? Van degene die het geld op tafel legt? Is een film een product waarvan de grondstoffen als het op een of andere manier mislukt toevallen aan de financier? Van wie is een halve stoel (en wat moet je ermee)? Ik vrees dat dat de enige manier is om erover te denken als je het intellectuele of artistieke "eigendom" van Gilliam niet mee wilt laten wegen in deze berekening.
De vraag van wie een film is, blijft me fascineren.
Is de bloem nog van het zaadje? Is het kind nog van de ouders? Is het huis nog van de architect?
Natuurlijk maakte Gilliam die film niet alleen. Toch krijgt hij alleen de schuld als de film niet in de smaak blijkt te vallen. Alleen succes heeft vele vaders. Waarom treft de geldschieter eigenlijk geen blaam, wegens onverantwoordelijk ondernemen? Maar ja, de gedachte dat een ongeleid projectiel van een genie zomaar zonder enige logica een meesterwerk kan maken is natuurlijk wat die hele filmindustrie zo verdomde sexy maakt. En de gedachte dat geldschieters cultuurgoed aan de omloop kunnen onttrekken, aan hun publiek, zo ondragelijk.
In Duty Free Art: Art in the Age of Planetary Civil War beschrijft Hito Steyerl wat er gebeurt als kunstwerken worden behandeld alsof ze vreemde valuta zijn. Steyerl kwam erachter dat er een schaduweconomie bestaat van onzichtbare kunstwerken toen ze ontdekte dat een van haar eigen video’s ergens in een kluis duurder lag te worden. Terwijl de prijs steeg, nam de waarde af.
Dana Linssen | @danalinssen