Gus Van Sant over Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot

'Callahans alcoholisme stond altijd centraal in zijn leven'

  • Datum 30-05-2018
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Portret Scott Patrick Green

Met Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot maakt Gus Van Sant een meanderende maar oprechte biopic van de controversiële cartoonist John Callahan. ‘John was zeker niet racistisch. Maar hij was wel een beetje een cowboy.’

Door Joost Broeren-Huitenga

De Amerikaanse cartoonist John Callahan (1951-2010) was berucht om zijn grove tekeningen — zowel grof van stijl als grof van inhoud. Grof van stijl omdat de tekenaar na een auto-ongeluk op zijn 21ste grotendeels verlamd was, en tekende in bibberige pennenlijnen. En grof van inhoud omdat hij harde grappen maakt over onderwerpen die veelal met zachte handen worden behandeld, van racisme tot zijn eigen handicap.
Maar die controverses kwamen pas nadat Callahan succes kreeg als tekenaar, en dat is niet waar Gus Van Sant zich in zijn biopic Don’t Worry, He Won’t Get Far on Foot op richt. En ook dat handicap is niet het onderwerp van de film, al komt het wel uitgebreid aan bod. In plaats daarvan draait Van Sants film, net als de gelijknamige autobiografie waarop hij is gebaseerd, om Callahans strijd met zijn alcoholisme.
"Dat was altijd hoe John zichzelf omschreef", vertelt Van Sant op het filmfestival van Berlijn, waar zijn film afgelopen februari in competitie draaide. "Zijn alcoholisme stond altijd centraal, en het speelt ook een belangrijke rol in zijn cartoons. Het was heel verleidelijk om ons te richten op de periode waarin hij worstelde met hoe het publiek hem zag. Hij was bekend genoeg was om te gast te zijn in de grote talkshows, een cartoonist met internationale faam, maar zijn kunst lag constant onder vuur. Maar wat mij echt interesseerde gebeurde al eerder; wij eindigen ons verhaal zo’n beetje wanneer hij zijn eerste cartoon in een landelijk blad publiceert, de Penthouse, een groot moment in zijn leven."

Robin Williams-gekte
Van Sant deed in de jaren negentig al eens een poging om de film te maken, toen met medewerking van Callahan (destijds nog in leven) en met Robin Williams in de hoofdrol, met wie de regisseur eerder Good Will Hunting had gemaakt. "In die film had Robin al de neiging om af en toe van het scenario af te wijken en te improviseren, ook al was dat lastig in die rol. Ik denk dat hij dat als Callahan nog veel meer zou hebben gedaan. Die unieke Robin Williams-gekte heeft de film nu niet."
Nu wordt Callahan gespeeld door Joaquin Phoenix, omringd door een eclectisch ensemble in de bijrollen. Zo wordt Callahans praatgroep bij de Anonieme Alcoholisten, waar een belangrijk deel van de film zich afspeelt, bevolkt door acteur Udo Kier en indiemuzikanten Kim Gordon (Sonic Youth) en Beth Ditto. "De groep wordt in het boek niet zo uitgebreid omschreven", vertelt Van Sant. "John schrijft wel over die AA-meetings, met allerlei interessante en grappige observaties over hoe het er daar aan toe gaat, maar dat is meer in algemene bewoordingen. Dus de meeste van die personages daarvan hebben we zelf verzonnen voor de film."
De hoofdrol in die groepssessies is echter voor een persoon die wel uitgebreid door Callahan werd beschreven: zijn sponsor, de flamboyante Donnie, gespeeld door Jonah Hill. "Als je met John over Donnie sprak, raakte hij niet uitgepraat. We konden ons alleen op Johns verhaal baseren, we hadden immers geen manier om de echte mensen met wie hij in die groepen zat te achterhalen, de AA is anoniem. Dus het zou kunnen dat hij alles uit zijn duim heeft gezogen. Maar ik denk niet dat dat zo is, al geloof ik wel dat hij dingen wat sterker heeft aangezet, zoals dat flamboyante van Donnie."

Twaalfstappenplan
Op het eerste gezicht is Don’t Worry een meanderende, wat doelloos aanvoelende film. Maar net onder het oppervlak is er wel degelijk een structurerend principe, al is het dan zeer losjes: de twaalf stappen tot herstel van de AA. "In de eerste versie was dat nog sterker, die had echt twaalf hoofdstukken. Dat hebben we losgelaten, maar die lijn zit nog steeds wel in de film. Maar ik vond het juist ook interessant om te spelen met tijdsprongen. Dat is iets wat ik niet echt eerder gedaan heb; hooguit een beetje in My Own Private Idaho. Maar ik ben dol op films die het zo aanpakken, zoals George Roy Hills verfilming van Slaughterhouse Five, waarin het hoofdpersonage is losgezongen van de tijd."
De film hink-stap-springt tussen verschillende periodes, van de avond waarop Callahan het ongeluk had tot een speech op een festival wanneer hij succes begint te krijgen, en daar tussenin ook het moment waarop hij voor het eerst zijn elektrische rolstoel bestuurt. "Die rolstoel was een enorme verandering in zijn leven. Tot hij die had, was hij volledig afhankelijk van anderen om zich te verplaatsen, zelfs binnenshuis. De shots waarin hij op hoge snelheid in dat ding door de stad rijdt, vond ik heerlijk om te draaien. Dat is ook hoe ik hem ooit leerde kennen in Portland: hij reed als een malle door de stad, zijn felrode haar wapperend in de wind. Daar genoot hij enorm van, ook al crashte hij nogal eens."