Cannes blog 6: Hit the Road Jack

  • Datum 15-05-2018
  • Auteur
  • Deel dit artikel

The House That Jack Built

Spike Lee is nog even strijdbaar als met Do the Right Thing (1989) en Lars von Trier heeft er (geen) zin in!

Spike Lee gaf vandaag in Cannes een strijdbare persconferentie over zijn al even strijdbare BlackKklansman en was niet te beroerd om Trump een paar keer een motherfucker te noemen. Trump wordt in de anti-klukluxklan-komedie zelf ook flink op de korrel genomen als de leider van de KKK het herhaaldelijk over America First heeft.
BlackKklansman kreeg gisteravond flink applaus. Naar het waargebeurde verhaal over een zwarte rechercheur die infiltreert bij de lokale afdeling van de Arische feestmutsen van de Klu Klux Klan was lang uitgekeken en het stelde niet teleur. Bovendien was de film door de gebeurtenissen vorig jaar in Charlottesville alleen maar urgenter geworden. Daar vielen verschillende slachtoffers, waaronder één dode, doordat neonazi’s onder meer met een auto op een groep mensen inreden. Trump bagatelliseerde het geweld van de neonazi’s in de dagen daarna en Spike Lee riep Trump tijdens zijn persconferentie in Cannes op om terug te komen op die eerste reactie.

Een paar dagen terug schreven we over gevoelens van melancholie en rouw die onmiskenbaar zijn in een behoorlijk wat films in de competitie hier in Cannes. Het gevoel van een einde. (Voor de volledigheid: in de films in zijprogramma Un Certain Regard is veel meer energie te vinden.)
En toen kwam Lars von Trier. Als The House That Jack Built iets is, dan is het een afscheid. Net als Melancholia (2011) is deze film over vijf behoorlijk confronterende moorden op mannen, vrouwen én kinderen (de scènes zijn best grof als je geen horror gewend bent) een röntgenfoto van Von Triers mentale toestand. Een persoonlijke film dus. Er zit zeker ook humor in, maar dan moet je wel door een paar afgesneden lichaamsdelen en ingeslagen schedels heenkijken.

Het is een film over de scheppende en vernietigende kracht van de kunstenaar, belichaamd door een seriemoordenaar (Matt Dillon). ‘The portrait of the artist as a serial killer’, zei een Engelse collega. Want net als de seriemoordenaar werkt Von Trier met mensen. Voor de Deen lijken die dingen — scheppen en vernietigen — niet langer meer van elkaar te onderscheiden en het is niet vreemd als je na het zien van de film concludeert dat dit wel eens een afscheid zou kunnen zijn. Von Trier, al jaren geplaagd door depressies maar sinds een jaar of twee ook door angstaanvallen, lijkt steeds meer moeite te hebben met creëren.

Ronald Rovers