Redactioneel – 2 mei 2018

  • Datum 02-05-2018
  • Auteur
  • Deel dit artikel

In de Londense Hayward Gallery stond ik oog in oog met een van die immens grote foto’s van Andreas Gursky. Ik vind het heerlijk om op te schrijven dat ik oog in oog met een foto stond, en me dan meteen af te vragen of dat eigenlijk wel kan, oog in oog met een foto staan zoals je oog in oog met een leeuw staat. Kunst kijken is minstens even gevaarlijk — als je het goed doet, als de kunst goed genoeg is — als een jungle-expeditie. Geen twijfel over mogelijk. Maar heeft een kunstwerk ook een oog waarmee het terugkijkt? Zou een kunstwerk weleens van schrik verstijven als het ziet wat voor toeschouwers het tegenover zich vindt?
Het is niet zijn beste foto, wel een van zijn bekendste door de politieke figuren die erop staan afgebeeld. Waar je bij Gursky’s structuur­foto’s eindeloos meegezogen kunt worden in hun ogenschijnlijke realisme, om je slechts langzaam hun subtiele manipulaties te realiseren, is Rückblick (2015) veel directer.
Op de rug gezien zitten op een rijtje vier Duitse Bundeskänzler: Gerhard Schröder, Helmut Schmidt, Angela Merkel en Helmut Kohl. Ze kijken naar een schilderij van Barnett Newman, getiteld Vir Heroicus Sublimis (1950-51;  "Man, Heroic and Sublime"). Voor de goede orde: deze foto is een montage, deze situatie heeft nooit plaatsgevonden.
Volgens Newman is het zo dat "oog in oog staan" (mijn parafrasering) met een kunstwerk niet wezenlijk verschilt van ontmoetingen die we met mensen kunnen hebben: net als bij levensecht samenzijn bestaat de kans dat beide partijen door die ervaring zijn veranderd. Niet zo heel erg vergezocht trouwens als je het vanuit de deeltjesdans van de kwantumfysica bekijkt. Misschien zijn kunstwerken wel van dermate instabiele deeltjes gemaakt dat ze extreem vatbaar zijn voor dit soort veranderen. Gursky borduurt op Newmans idee voort door subtiel te laten zien hoe Vir Heroicus Sublimis door zíjn blik is veranderd: hij heeft er vier politici bijgefantaseerd (en aan toegevoegd) en er een glazen ruit voor geplaatst, die delen van het schilderij bedekt en verandert. Als we kijken gaat het dus ook altijd om de positie van waaruit we kijken.
Hoe we zelf door de aanraking van een kunst­werk kunnen veranderen, weten we dankzij onze herinnering.
Maar het kunstwerk? Zou dat al die blikken opslaan? Als de reflecties van een spiegel? Kan het blozen? Is er kunst die uit zwaardere deeltjes bestaat en daarom onaangedaan blijft onder al die blikken? Zou de Mona Lisa daarom lachen? Lacht de Mona Lisa van vandaag onder al die aandacht anders dan die uit 1503 en kunnen we dat nooit, nooit bewijzen, omdat alle reproducties die er van haar zijn gemaakt ook maar momentopnamen zijn?

Dana Linssen | @danalinssen

Geschreven door