Tien jaar Go Short
Deur naar de internationale filmwereld
Pollyanna (Roman Gubin, 2017), te zien in ‘100 films in 100 minuten’
Ook al kwamen er in 2017 iets minder bezoekers dan het jaar ervoor, het Go Short — International Short Film Festival is in tien jaar uitgegroeid tot een internationaal succes. De bekroning kwam vorig jaar, toen het de status van Oscar Qualifying Festival kreeg. Directeur Kirsten Ruber en filmmakers Ena Sendijarevic en Joost van Ginkel over de impact van het festival op de kortfilm in Nederland.
Door Nicole Santé
Tien jaar geleden bestond er in Nederland geen volwaardig festival voor de korte film. Al waren er wel competities op reguliere festivals en een handjevol initiatieven van studenten en liefhebbers. Toen in Nijmegen de roep om een eigen filmfestival steeds luider klonk, de stad die in 2000 nota bene het grootste filmhuis van Europa herbergde, werd na onderzoek gekozen voor een kortfilmfestival.
In 2009 vond de eerste editie plaats, met ruim 3500 bezoekers, 910 inzendingen en 156 films. Eerste Nederlandse winnaar was Joost van Ginkel met Zand. Het jaar daarna won hij met Kus. De tweede editie kende een verdrievoudiging van het aantal bezoekers. Die opgaande lijn hield aan. In 2017 kwamen er door een andere opzet van het programma iets minder mensen — 16.000 bezoekers tegen 19.000 in 2016 — maar komend jaar mikt de organisatie op 20.000 liefhebbers.
"We hebben een trouw publiek", zegt medeoprichter en directeur Kirsten Ruber, die het festival opzette met Lisa ter Berg. Bovendien bestaat dat publiek grotendeels uit jonge mensen — iets waar andere publieksfestivals met jaloerse ogen naar kijken. Die opbouw heeft vooral te maken met het feit dat Nijmegen een studentenstad is. Toch is er nog veel te winnen, zegt Ruber, want veel mensen denken nog steeds dat kortfilm experimenteel is. "We proberen voortdurend duidelijk te maken dat kort iets zegt over lengte maar niet over vorm en inhoud."
Oscars
Naast een groot en breed publiek waren er lastiger meetbare ambities, zoals internationale erkenning en positionering ten opzichte van concurrerende festivals. Het aantal internationale inzendingen en de kwaliteit van de films suggereren dat het goed zit met die positionering. Plus: samen met het Internationaal Kortfilmfestival Leuven doet Go Short de voorselectie voor Euro Connection, het grootste en belangrijkste coproductieplatform voor kortfilms in Europa. Vorig jaar kreeg Go Short als tweede Nederlandse festival de status van Oscar Qualifying Festival, een rol die documentairefestival IDFA met zijn competitie voor korte documentaires ook vervult. Films die prijzen winnen op Go Short komen nu automatisch op de longlist van de Academy Awards.
"Go Short is ook echt een plek waar men komt voor expertise", vertelt Ruber. "We worden betrokken bij discussies en zitten in panels en adviesraden." De industrydag, die dit jaar wordt uitgebreid naar twee dagen, trekt ook internationale professionals. Belangrijk voor makers op zoek naar financiering, maar ook voor de uitwisseling van kennis en ervaring. Het festival is daarmee het makersfestijn geworden dat Ruber vanaf het begin voor ogen stond.
Fragiel
Go Shorts-activiteiten beperken zich niet tot het festival. Het hele jaar door wordt gewerkt aan een betere positie van de kortfilm. Zo zette het festival het langlopende programma De voorfilm moet terug op — een missie die inmiddels door een aanzienlijk aantal exploitanten wordt gedeeld. Er zijn ook drie korte films geproduceerd die als voorfilm in de filmhuizen te zien waren. De Dag voor de Korte Film is ook met succes geïntroduceerd. "We vragen het hele jaar door in het hele land aandacht voor de korte film", vertelt Ruber. "We proberen nieuw publiek te vinden en het bestaande te onderhouden en de filmhuizen en bioscopen te verrijken met aanbod. De infrastructuur voor korte film is nog steeds fragiel."
Volgens Ruber heeft het festival zeker een bijdrage geleverd aan een beter klimaat voor korte film. "Toen we begonnen, zagen we relatief weinig Nederlandse makers in selecties en competities van internationale festivals. Dat is veranderd. Go Short vormt een springplank voor talent om zich internationaal te kunnen profileren. Het is een broedplaats, een ontmoetingsplek en het geeft filmmakers een podium. Zonder Go Short hadden Nederlandse bezoekers veel minder kans gehad om al die mooie korte films van de afgelopen tien jaar te zien."
Netwerk
Trots is Ruber op filmmakers die via Go Short de weg naar (internationale) erkenning hebben gevonden. Als voorbeeld noemt ze de Bosnisch-Nederlandse Ena Sendijarevic. "We selecteerden een film van haar toen ze in het tweede jaar van de Filmacademie zat. Ze had ‘m ingestuurd zonder verwachtingen en we zagen er direct iets in. Reizigers in de nacht won vervolgens de prijs voor beste Nederlandse kortfilm. Vervolgens maakte de film een enorme reis langs internationale festivals. Haar volgende korte film, Import, werd geselecteerd voor het filmfestival van Cannes. Inmiddels wordt haar eerste speelfilm ook getipt voor Cannes."
Voor Sendijarevic was Go Short "een deur naar de internationale filmwereld", vertelt ze in een telefoongesprek. "Op het festival ontmoette ik makers van over de hele wereld die met dezelfde vragen zaten als ik. Dat heeft me heel erg geïnspireerd."
Publiek
Het bedrag dat verbonden is aan de prijs droeg op praktische wijze bij aan haar loopbaan. "Van die 2500 euro kon ik mijn film rondsturen naar andere festivals. Die werd uiteindelijk voor zeventig festivals geselecteerd, een succes dat ik echt niet had zien aankomen."
Het festival vergrootte haar blik op film en op de impact ervan. "Ik zag films die het experiment aangaan — daar kwam ik op de academie niet echt mee in aanraking. Het is een wereld waar ik me bij wilde aansluiten en waarin ik wilde verdwalen. Het festival was ook een leerschool in hoe je omgaat met publiek. Mensen vinden iets van je film. Je krijgt de emotionele ervaring terug die je had toen je met de film begon. Daar doe je het eigenlijk voor. Op Go Short was het de eerste keer dat die kant van het film maken een plek kreeg en ik als jonge maker het gevoel kreeg te mogen groeien."
Net als veel andere makers ziet Sendijarevic kortfilm als een opstap naar speelfilm. Haar eerste is zo goed als af en bijna klaar voor inzending naar onder andere Cannes. "Een speelfilm is een heel ander traject. Er zijn meer partijen mee gemoeid, het budget is hoger en er staat meer op het spel. Je moet harder vechten voor je artistieke vrijheid. Een korte film kan je heel erg helpen bij het uitproberen van dingen. Je leert je stem als maker kennen. Dat onderzoek is een lange weg, maar korte film leent zich daar goed voor, omdat je makkelijker risico’s kunt nemen. Ook gerenommeerde filmmakers keren af en toe terug naar de kortfilm om iets nieuws te proberen."
Optrekken
Voor Joost van Ginkel had Go Short misschien een wat minder ingrijpende impact, maar de band met het festival gaat diep. Niet in de laatste plaats omdat zijn eerste korte film de Nederlandse winnaar van de eerste editie was. "De film was toen al wel in Venetië geweest en was ook de Nederlandse inzending voor de Oscars. Net als de oprichters van Go Short was ik nieuw in de filmwereld. Dat schiep een speciale band." Van Ginkel voelde zich na zijn prijs als filmmaker serieus genomen. "Omdat het festival je dat gevoel gaf. Er zat een goede jury, alleen de beste films waren geselecteerd en de organisatie voelde professioneel."
De internationale competitie op het festival levert volgens Van Ginkel ook veel op. "In zo’n goede competitie kun je als Nederlandse maker veel leren. Je kunt je optrekken aan betere collega’s."
De overstap naar speelfilm — Van Ginkel maakte 170 Hz, The Paradise Suite en is nu bezig met een segment voor de caleidoscopische film Rotterdam, I Love You — is volgens hem een logische. "Als je echt filmmaker wilt zijn en er ook van wilt leven, dan moet je die overstap wel maken. Het uitwerken van een idee voor een korte film kost bijna net zo veel tijd en energie als voor een lange film. En een echt goede korte film maken is net zo moeilijk als een goede speelfilm maken. Afgezien van praktische zaken."
Hondenfilms
De twee filmmakers maken tijdens de jubileumeditie van Go Short deel uit van een panel dat discussieert over wat kortfilms kunnen betekenen voor de carrière van een filmmaker. Er wordt in het komende festival veel vooruitgekeken, belooft Ruber. Bijvoorbeeld met een speciaal virtual reality-programma. "Het is een beetje zoeken hoe je de individuele ervaring van VR naar een collectieve beleving kunt vertalen. Op de openingsavond gaan we vijftig mensen tegelijk laten kijken. Dat wordt bijzonder."
Er is ook een speciaal programma met hondenfilms dat knipoogt naar het succesvolle kattenfilmprogramma uit een eerdere editie. Verder is er, in samenwerking met Vimeo, speciale aandacht voor videoclips. Met het oog op Nijmegens status als Green Capital is er ook een programma samengesteld rond duurzaamheid. Het is een kleine greep uit een bomvol programma, dat uiteraard ook terugblikt, met de favoriete films van de leden van de selectiecommissie.
Ruber: "Toen we begonnen, bekeken we het festival vooral vanuit professioneel oogpunt — wat het kon betekenen voor de stad en de film. Maar de korte film heeft echt mijn hart veroverd. Je kunt het medium zien als een opstapje, maar ik zie het voor makers meer als een brug naar grotere carrièrestappen. En voor het publiek als een brug naar films en verhalen die ze anders niet zouden zien."
Go Short — International Short Filmfestival | 11 tot en met 15 april 2018 in Lux, Nijmegen