CinemAsia verbindt filmtalent van twee continenten
Opnames voor Truth Will Out
CinemAsia bouwt bruggen: tussen Nederlanders met een Aziatische achtergrond en de filmindustrie maar ook tussen Oost en West. In vijftien jaar tijd is het uitgegroeid tot middelgroot filmfestival. Maar de ambities reiken verder, ook voor het FilmLAB waarmee het festival zelf de productie van films initieert en begeleidt. Dit jaar wordt de samenwerking aangegaan met de Taipei Media School.
CinemAsia werd in 2003 opgericht om tegenwicht te bieden aan de stereotyperingen over Aziaten en de manier waarop die via media en film worden verspreid en in stand gehouden. "Nog steeds is diversiteit op de Nederlandse tv ver te zoeken, maar vijftien jaar geleden was het helemaal een wit bolwerk", stelt Hui-Hui Pan, managing director van CinemAsia. "Acteurs met een Aziatische achtergrond werden enkel ingezet voor Bruce Lee-imitaties of nerd-rollen."
De oprichter van CinemAsia, Doris Yeung, was behoorlijk activistisch ingesteld en programmeerde niet alleen films die alternatieve rolpatronen laten zien maar organiseerde ook debatten als Slanted Vision. Het festival groeide gestaag. Na een bescheiden start in Filmhuis Cavia verhuisde het eerst naar Het Ketelhuis en later De Balie om sinds 2015 een plek te hebben gevonden in Kriterion en Rialto. Het tweejaarlijkse ritme is ingeruild voor ieder jaar een editie.
Maar diversiteit is niet af te dwingen, die moet groeien, weet Pan. "Het succes van Black Panther en Wonder Woman zijn veelbelovend, maar een cultuur verandert langzaam. Dat geldt niet alleen voor de overwegend witte filmindustrie maar ook voor de Nederlands-Aziatische gemeenschap. Jongeren met die achtergrond kiezen minder snel voor een baan in de creatieve sector. Ze durven die stap niet te zetten en gaan vaak eerst ‘iets fatsoenlijks’ studeren voordat ze toegeven aan hun wens te willen acteren of regisseren."
En als ze dat dan doen, blijven ze vaak onzichtbaar. "Je moet ze weten te vinden, bijvoorbeeld in een speciale Facebook-groep. Maar die kanalen kennen de meeste producenten niet en dus denken ze dat ze niet bestaan. Uit arren moede verhuizen acteurs dan naar het buitenland omdat daar wel werk is, zoals bijvoorbeeld Jung Sun den Hollander die in Londen woont en werkt."
Ook wat betreft het bereik is nog veel werk te doen. Voor het grote publiek is Aziatische cinema nog net zo’n ver-van-m’n-bedshow als filmkunst uit Midden-Amerika of Afrika. "In 2016 hadden we Sylvia Chang te gast. Zij heeft in meer dan honderd films gespeeld en in Taiwan, maar eigenlijk in heel Azië, geldt ze als een superster. Hier bleek niemand haar te kennen. Ook de pers was niet in haar geïnteresseerd."
Hangul Blues
Behalve door films te vertonen probeert CinemAsia het beeld van Azië en Aziatische cinema bij te sturen door films te initiëren. "Tot 2017 stond het FilmLAB open voor drie filmmakers die worden begeleid van oorspronkelijk idee tot de realisatie van een korte film. In totaal zijn er al 29 films gemaakt", vertelt Martijn van Veen, coördinator van CinemAsia FilmLAB. "Dit jaar hebben we het programma voor het eerst open gesteld voor regisseurs, scenaristen en cameralieden, in totaal elf die samen vijf films hebben gemaakt."
De 2018 FIlmLAB films op een rij: Father and Son van Jimmy Tai & Deepti Rao, Hangul Blues van Daan Vree, DJ Yoon en Jung Sun den Hollander, Hirofumi’s Suitecase van Natasja Pattipeilohy en Raoul Groothuizen, Inburgering 2.0 van Alex Lai, Aaron Wan en André Kloer en Truth Will Out | Al moesten de kraaien het uitbrengen van Michael Creutzburg en Jung Sun den Hollander. Interviews met alle FilmLAB-deelnemers zijn hier te vinden.
Ook een primeur dit jaar: de samenwerking met de Taipei Media School. "Er is zoveel talent op beide continenten en dat kunnen we beter benutten door samen te werken", stelt Van Veen. "Er zijn ontzettend veel interessante scenaristen in Indonesië, Taiwan heeft goede acteurs, Hong Kong heeft uitstekende creatieve teams. Aziatisch talent dat internationaal doorbreekt, gaat meestal naar Hollywood. Maar waarom niet coproducties maken met Nederland waar veel productie-ervaring zit? Dan is er ook ruimte voor die Aziatische vertelkunde, die echt anders, vrijer is dan het Hollywood-stramien van drie actes en een voorspelbare conclusie."
Het traject van FilmLAB loopt iedere keer een halfjaar. De geselecteerde filmmakers kijken naar elkaars scripts en leren feedback geven, een vaak onderontwikkelde vaardigheid. In individuele besprekingen worden productieplannen uitgewerkt met behulp van een mentor, een ervaren filmmaker. De eerste montage wordt weer plenair beoordeeld. De vijf films die dit jaar zijn gemaakt onder het thema Lost in translation gaan tijdens het festival, op 10 maart, in première. Omdat CinemAsia graag wil dat de films ook daarna nog een leven hebben, is een deel van het budget dat via crowdfunding is opgehaald gereserveerd voor distributie.
Opnames voor Hirofumi’s Suitcase
"Door de kwaliteit te verhogen, maken de films steeds meer kans om geselecteerd te worden voor festivals", vertelt Van Veen. "Love van Enang Wattimena en Pricetag van Myrthe Nymph Wai die zijn gemaakt in het kader van FilmLAB 2017 hebben ook gedraaid op het Asian Film Festival Berlin. Maar alle titels worden tevens verspreid via Shortcutz en onze eigen CinemAsia on Tour."
De stappen die FilmLAB nu zet, weerspiegelen de ambities van het festival als geheel. "De kracht van CinemAsia is het ijzersterke netwerk", vertelt Pan. "Maar we hebben het tot nu toe te weinig gebruikt om de Nederlandse en Aziatische filmindustrie aan elkaar te koppelen. Wij hebben warme relaties aan beide kanten en dat is wat je nodig hebt om te komen tot betere coproducties. In de komende tien, vijftien jaar willen wij uitgroeien tot hét kennisinstituut voor Aziatische film in Europa. Omgekeerd willen we de toegangspoort tot Azië zijn. En dat is interessant voor filmmakers, al is het alleen maar vanwege de omvang van de markt."
Edo Dijksterhuis