LBJ
Texaans werkpaard
De politieke film LBJ is een poging om president Lyndon B. Johnson te rehabiliteren. Het drama toont hem niet als de man achter de Vietnamoorlog, maar als de pragmatische politicus die zwarte Amerikanen gelijke rechten gaf.
Wie onsterfelijk wil worden, doet er goed aan om jong te sterven. Dat geldt voor film- en popsterren, maar ook voor politici. Hoe zouden we nu over president John F. Kennedy denken als hij niet in 1963 op 46-jarige leeftijd was doodgeschoten? Door zijn gewelddadige dood is hij blijven voortleven als de eeuwige belofte voor een beter Amerika. Historici kunnen nog zoveel afdingen op dit beeld, dat door Jackie Kennedy werd gestimuleerd (zie Jackie), maar het is sterker dan de feiten. Een van die feiten is dat Kennedy Amerika de oorlog in Vietnam binnen rommelde. Bij zijn dood waren er zestienduizend Amerikaanse ‘adviseurs’ (lees: soldaten) in Zuid-Vietnam. Zij vochten met het Zuid-Vietnamese leger tegen communistisch Noord-Vietnam.
Geen fijne erfenis voor Lyndon B. Johnson (LBJ), die na de moord op Kennedy als vicepresident het presidentschap in de schoot kreeg geworpen. Johnson zette Kennedy’s Vietnambeleid in verhevigde mate voort, waardoor de Vietnamoorlog escaleerde. In 1968 vochten er meer dan een half miljoen (!) Amerikaanse soldaten in Vietnam. De oorlog werd Johnsons politieke Waterloo. In 1968 stelde hij zich op het dieptepunt van zijn populariteit niet beschikbaar voor herverkiezing.
Kennedy begon de Vietnamoorlog, maar Johnson liet hem escaleren, zodat boven de herinnering aan hem altijd de slagschaduw van deze gruwelijke oorlog hangt. Toch valt het woord Vietnam nauwelijks in Rob Reiners speelfilm LBJ, die de aanloop naar en het eerste jaar van Johnsons presidentschap bestrijkt. Dat zegt alles over de intenties van de makers, die Johnson (Woody Harrelson) wegslepen van de Vietnamoorlog. Ze presenteren hem als een pragmatische mannetjesputter ("iemand moet naar de business van het land kijken"), die in 1964 de Civil Rights Act, die zwarte Amerikanen dezelfde rechten als witte gaf, door het Congres joeg. Dat was inderdaad een grootse prestatie van Johnson, die er vriend en vijand mee verraste, omdat hij als Texaan er nooit blijk van had gegeven dat rassenongelijkheid hem een biet kon schelen. Hoe hij tot andere inzichten kwam, verklaart de film niet. "John Kennedy gaf mensen hoop, wij geven hen resultaten", is ongeveer het enige dat hij over zijn drijfveren zegt.
Omdat van het taaie wetgevingsproces van de Civil Rights Act moeilijk spannend drama valt te maken, zoeken de makers van LBJ dat in de meer dan stekelige verhouding van Johnson met de Kennedy-familie. Het levert amusante scènes op tussen de stijve Texaanse hark maar ook sluwe politicus, en de glamourrijke Kennedybroers John en Bobby. Je hebt werkpaarden en sierpaarden, zegt Johnson over hun verhouding, waarbij wel duidelijk is wie het werkpaard is. Het zijn amusante scènes in de hagiografische rehabilitatie van Johnson van Vietnamschurk tot standvastige politicus die waarmaakt wat hij zegt.
Jos van der Burg