IFFR: Shireen Seno over Nervous Translation (Tiger competitie)

  • Datum 02-02-2018
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Liefdevolle lo-fi
Voor haar tweede speelfilm spitte de in de Filipijnen woonachtige regisseur Shireen Seno door haar jeugdherinneringen uit Tokio. Die vormen de basis voor haar excentrieke Nervous Translation vol verwondering over het alledaagse leven van een Filipijns meisje in de jaren tachtig die smacht naar contact met haar vader.

Een dag in het leven van Yael kent zijn routine. Buiten school is er een rekenquiz die haar beste vriend over de telefoon afneemt, bankhangen met haar moeder en stiekem luisteren naar cassettes die haar vader in het buitenland voor zijn vrouw heeft opgenomen. De film speelt in de jaren tachtig in de Filipijnse stad Manilla. Als enig kind in een incompleet gezin gaat Yael door een eenzame periode. Al betekent dat niet dat ze ongelukkig is.

Shireen Seno’s tweede speelfilm, een van de acht films die op het filmfestival in Rotterdam van 2018 meedingen in de Tiger-competitie, laat de verwondering van een kind zien die opgroeit in een wereld die ze nog niet helemaal begrijpt. Net als in haar debuut Big Boy (2012) volgt Seno een kind dat gedwongen wordt op te groeien om mee te komen in de wereld om haar heen. Deze keer stopt ze nog meer autobiografische elementen in het persoonlijke, excentrieke en aandoenlijke Nervous Translation. Haar films gaan in haar woorden dan ook over "de druk van opgroeien — hoe je zonder te begrijpen hoe de machten om ons heen werken voelt hoe die aan je trekken."

Yael’s vader leren we alleen maar kennen via audio-opnames op cassette. Speelde zulke technologie ook een centrale rol in jouw leven toen je opgroeide? "Je zou kunnen zeggen dat ik in Japan opgroeide met weinig woorden, maar met veel vreemde geluiden. Zo sprak mijn vader meer met zijn daden dan met zijn woorden. Hij kwam vaak thuis met spullen die op straat tegenkwam: boom-boxes, elektronische onderdelen of meubilair. Hij vond bijna altijd een manier om die kapotte spullen weer te laten werken.
"Ik werd ook vaak meegenomen naar zijn werk, een kleine Engelse school. Ik herinner me hoe ik in slaap viel op een tatami, een Japanse rieten mat, luisterend naar het geluid van de ratelende fotokopiemachine. Na werk nam hij me mee naar Akihabara, de elektronicawijk van Tokio — een audiovisueel feest voor de zintuigen, al helemaal voor een kind van drie jaar oud. Op de straten van Akihabara werden live performances gegeven om nieuwe producten aan te prijzen. Zonder het te zeggen liet mijn vader mij daar soms achter, terwijl ik geboeid naar die vreemde performances keek. Ergens wist ik dat hij me vanzelf wel op zou komen halen.
"Toen ik in 2009 naar Manilla verhuisde hoorde ik dat veel families hier in de jaren tachtig cassettes uitwisselden om met hun geliefden in contact te blijven. Ik realiseerde me toen wat voor een geluk ik heb gehad met een intacte familie. De keerzijde daarvan was dat ik me nooit echt thuis heb gevoeld in mijn eigen omgeving. Nervous Translation is in die zin een combinatie van mijn eigen herinneringen van vervreemding met die van leeftijdsgenoten uit de Filipijnen."

Dat gevoel van vervreemding krijg je goed mee wanneer Yael naar het politieke oproer op de televisie kijkt. Hoe kwam die historische achtergrond in Nervous Translation? "Ik werd geboren in Tokio in 1983, drie dagen na de moord op Marcos’ politieke rivaal Ninoy Aquino. Ik was drie jaar oud toen de EDSA-revolutie uitbrak in de Filipijnen na een dictatuur van twintig jaar. In Tokio praatten we niet echt over zulke politiek of over wat er rond die tijd in de Filipijnen aan de hand was. Mijn ouders werkten hard. Thuis bekommerden ze zich om de schoolprestaties van mij en die van mijn zus. Ze gaven ons Mad Minute-achtige rekenquizjes en testten onze taalkennis door ons tijdens het eten woorden als ‘Chrysanthemum’ te laten spellen.
"Opgroeien op een internationale school was een vreemde ervaring. Mijn schoolgenoten kwamen uit 56 verschillende landen. Het was bevrijdend, dankzij mijn docenten en klasgenoten die me het idee gaven dat de wereld van mij is, maar ook verwarrend. Daarom gaan mijn films over de druk van opgroeien — hoe je zonder te begrijpen hoe de machten om ons heen werken voelt hoe die aan je trekken."

Geluid speelt een grote rol in Nervous Translation. Hoe heb je dat aspect van de film vormgegeven? "Ik wist dat het geluid minimaal moest zijn — alledaagse patronen, een mix van de menselijke en mechanische stem, variërende gradaties van ademhaling, wind, gefluister, gefluit en de stemmen van voorwerpen. Filipijnse muziek uit de jaren tachtig werd gedomineerd door cheesy ballads en disco. Het alternatief was een eigen versie van new wave en punk. Op een blog kwam ik een compilatiealbum tegen dat alleen op cassette was uitgebracht met de naam Subterranean Romance: The Rise of the Martial Law Babies. Daar staat een nummer op dat het gevoel van de film perfect vangt — een nummer met de titel ‘XC’ van Integrated Circuit. Die band speelde de rol van ‘The Futures’ in de film. Ik had het geluk dat ik Nitto Palacios kon bereiken, die het hele album had geproduceerd in een liefdevolle lo-fi manier, net zoals ik mijn films maak."

Het is ontroerend om te zien hoe zelfstandig Yael is, ondanks haar verlegenheid. Hoe was het om te werken met kindactrice Jana Agoncillo? "De rol van Yael is voor het grootste deel gebaseerd op mijn eigen ervaringen, hoewel ik in tegenstelling tot Yael geen enig kind was. Toch ben ik altijd een verlegen persoon geweest. Misschien ben ik dat nog steeds, meer dan het achter de camera wenselijk is. Ik verlang ernaar om minder perfectionistisch te zijn, om het onzekere te omarmen en om te kunnen leren van mijn fouten. Door films te maken hoop ik meer in contact te kunnen komen met andere mensen. Al vind ik het moeilijk om mensen te ‘regisseren’. Voor mijn eerste film Big Boy werkte ik bijna alleen maar met non-acteurs. Voor Nervous Translation wou ik iets nieuws proberen. Zo eindigden we met Jana Agoncillo, waarmee het zo’n plezier was om samen te werken. Tussen opnames door was ze de grappigste persoon op sets. Als het erop neerkwam, ging ze daarna moeiteloos over in acteermodus."

Het einde, waarin een miniatuurversie van de stad overspoeld wordt door een storm, is prachtig vormgegeven. Wat spoort je aan om allerlei filmstijlen door elkaar te gebruiken? "Toen ik in 2009 naar Manilla verhuisde, kwam ik erachter dat zoveel mensen geweldige films maken, ongeacht budget. Ze vonden wel een manier om het te doen. Die energie was aanstekelijk. Ik werd uitgenodigd om foto’s te maken tijdens de productie van Lav Diaz’ Melancholia, waardoor ik mijn weg begon te vinden in de filmgemeenschap, waar ideeën en middelen net zo rijkelijk vloeiden als voedsel en bier. Daar daagde het idee dat je films niet voor het geld maakt, maar om de wereld om ons heen te vatten.
"Ik groeide in die rol als filmmaker en na Big Boy voelde ik me daar al snel te comfortabel in. Daarom wou ik het met Nervous Translation weer opschudden door in mijn eigen jeugd en geheugen te graven, om films te maken die een verwondering uiten over de wereld waarin we onze jeugd verliezen. Toen ik jong was wilde ik architect worden. Ik was verliefd op steden en gebouwen en ruimtes. Hoe meer ik leerde over architectuur, hoe meer ik me realiseerde dat het niet gaat over de ruimtes die wij bewonen, maar de ruimtes die ons bewonen — jeugdigheid, herinneringen, dromen en verlangens. Daar gaan mijn films nu over."

Hugo Emmerzael

Nervous Translation is te zien op het IFFR. De Tiger Award wordt vanavond uitgereikt.