Proberen distributeurs de filmkritiek te omzeilen?

  • Datum 17-11-2017
  • Auteur
  • Deel dit artikel

‘Niet vrijgegeven voor recensie.’ Dat etiket plakt NRC Handelsblad sinds kort op films die de critici van krant niet te zien kregen voor release. Het ontneemt de criticus de mogelijkheid tot een oordeel. Kijkers krijgen dan alleen via marketingkanalen over nieuwe films te horen. NRC Handelsblad is niet het enige medium dat deze praktijk hekelt.

Het was in zijn wekelijkse column van 24 oktober dat filmcriticus Coen van Zwol het besluit van zijn krant wereldkundig maakte. Hij vindt het een zorgelijke trend dat filmdistributeurs steeds vaker titels zonder perspreview de bioscopen insturen. Directe aanleiding was de recensieloze release van Geostorm. Ook horrorfilm Jigsaw (Saw 8) kon niet vooraf door journalisten worden gezien.

Dit omzeilen van de filmkritiek is in Nederland nog redelijk beperkt, zeker in vergelijking met de Verenigde Staten. Daar beperken filmmaatschappijen al jaren de toegang van critici, vooral als het gaat om popcornproducties die vrijwel zeker op negatieve recensies kunnen rekenen. Een lage score op online fora als Rotten Tomatoes zou een stevige impact hebben op de box office, zeker in de o zo belangrijke eerste week.

Bor Beekman van de Volkskrant noemt Van Zwols initiatief "aardig… als extra service aan de lezer". Hij stelt: "Mocht het vaker voorkomen, bij grote of voor onze lezers belangrijke titels, kan ik me best voorstellen dat de Volkskrant ook zal vermelden dat we de film in kwestie niet mochten zien. Maar bij films als Saw 8 doet het er niet zo toe."

Ook Jan Pieter Ekker, chef kunst van Het Parool en als zodanig verantwoordelijk voor de filmpagina’s, vindt dat het "in de meeste gevallen gaat om horrorfilms en blockbusters waarvan ik denk dat onze lezers ze niet of nauwelijks missen. Anders gezegd: het zijn films waarvan het weinig of niets uitmaakt wat de Parool-criticus — of die van NRC — ervan vindt; de jonge doelgroep leest nauwelijks kranten en gaat toch wel kijken." Hij voegt daar aan toe: "Als ik een film die niet aan de pers is vertoond belangrijk vind, laat ik hem een dag of een week later alsnog bespreken."

Het is echter het principe dat telt, vindt Filmkrant-hoofdredacteur Dana Linssen. "Bij de Filmkrant zijn we altijd zeer alert op de verschillende manieren waarop distributeurs proberen filmjournalistiek onderdeel van hun marketingstrategie te maken. De onafhankelijkheid van de filmpers wordt op verschillende manieren aangetast: door praktijken rondom interviews, embargo’s op recensies en het al dan niet tijdig voorvertonen van films in persvoorstellingen. Helaas hebben we niet altijd genoeg budget en omvang om altijd alle films te bespreken. De films waar we geen recensie van hebben, staan in de rubriek Kort, soms met verwijzing naar een online bespreking. Incidenteel zeggen we dat de film niet op tijd voor vertoning beschikbaar was. Vanaf nu vermelden we in de rubriek kort dat de korte signalementen, tenzij anders vermeld, gebaseerd zijn op geschreven informatie over de film zoals persmappen. We gaan ook duidelijker aangeven als een film expliciet niet voor vertoning beschikbaar was bij het ter perse gaan van het nummer."

De Kring van Nederlandse Filmjournalisten (KNF) spreekt distributeurs regelmatig aan op het niet tijdig vertonen van films. "Aanspreken kan altijd", vindt Beekman. "Laten we duidelijk zijn: het betreft de distributietakken van de grote studio’s, de Warners, de Sony’s. Het is voor een Nederlandse journalist niet altijd in te schatten of we de film niet — of pas laat — mogen zien omdat iemand op het hoofdkantoor in LA dat zo heeft bedacht, of omdat een briljante lokale pr-man dit verstandig acht."

Linssen voegt hier aan toe: "Ik vind dat we niet lichtzinnig moeten omgaan met het gentleman’s agreement op grond waarvan de pers een film ruim van tevoren kan zien en dus haar werk beter kan doen. Uiteindelijk kun je pas beoordelen of, waarom, en hoe je over een film wilt schrijven als je hem hebt gezien. Er zijn vele redenen om het hele aanbod te blijven coveren, buiten esthetische en evaluerende ook sociologische en economische, omdat je daarmee ook iets zegt over het uitbrengbeleid van distributeurs, over de kwaliteit van films die met subsidie worden gemaakt en uitgebracht en zo verder."

Jaap Bruijnen, directeur van Filmdistributeurs Nederland, zegt zijn leden niet aan te spreken op het al dan niet voorvertonen van films aan de pers. "Het is een zaak van de individuele distributeurs. Daar hebben wij niets mee te maken."

Edo Dijksterhuis