Tweedeling dreigt in bioscoopmarkt
Ieder jaar neemt accountantskantoor PricewaterhouseCoopers (PwC) de Nederlandse bioscoopsector de maat. Op de korte termijn worden geen grote veranderingen verwacht maar een transformatie kan niet heel lang uitblijven. De redenen: vergrijzing, VOD en een markt die polariseert door ‘glocalisation’.
Voor de komende vijf jaar hoeven bioscoopexploitanten zich nog geen zorgen te maken, stelt het accountantskantoor. Het bioscoopbezoek zal, net als de afgelopen jaren, voorzichtig blijven groeien of afvlakken. Dat is vooral te danken aan de nog steeds aanhoudende bouwhausse. Vooral buiten de Randstad, in regio’s waar de vraag nog niet verzadigd is, worden ook komend jaar mulitplexen neergezet die voldoen aan de eisen van de veeleisende klant. Zo krijgt Den Bosch een nieuwe vestiging van Kinepolis, wordt in Ypenburg een Euroscoop gebouwd en krijgt Enschede een Vue-filiaal.
Voor het huidige jaar zijn de voorspelling niet zo rooskleurig. Na een jaar met overdadig veel box office hits (2015) en een jaar met drie films die meer dan één miljoen bezoekers trokken (2016), belooft 2017 minder succes. PwC denkt niet dat het bezoekersaantal ver onder de 34,2 miljoen van vorig jaar komt, maar zeker niet daarboven. Daarvoor stonden er in 2017 simpelweg te weinig blockbusters op het programma.
Minder aansprekende titels betekent dat potentiële bezoekers eerder kiezen voor een alternatieve tijdsbesteding. Dat geldt vooral voor de millennials, een groep die steeds minder in de bioscoop te vinden is en liever thuis op de bank een film kijkt. Netflix, de grootste VOD-partij wereldwijd, speelt daar op in door haar eigen films niet eens meer uit te brengen in de bioscoop en al jaren te lobbyen voor gelijktijdige release van films in zowel theater als via VOD.
Dat gezegd hebbende: zelfs Netflix lijkt nu terug te komen van haar pleidooi voor ‘day on date release’. Vakblad Deadline weet te melden dat het bedrijf er als coproducent van Shaft (een vervolg op de uit 1971 stammende blaxploitationklassieker) ermee heeft ingestemd de gebruikelijke periode van negentig dagen na de première af te wachten voordat de film via VOD wordt vertoond.
Of dit meer tieners en twintigers naar de bioscoop zal trekken, is zeer de vraag. Die generatie is minder bioscoop-minded dan de voorgaande. Alleen stevige investeringen in state of the art apparatuur en locaties kan de door technische hoogstandjes verwende consument nog verleiden een kaartje te kopen.
Aan de aanbodkant verandert er ook het nodige. Filmproductiebedrijven verdienen steeds minder aan DVD en videoverhuur is zo goed als dood. Het geld moet dus verdiend worden in de bioscoop en via VOD, en dat betekent dat er een groter, mondialer publiek moet worden aangeboord. Die globalisering resulteert naar alle verwachting tot formulefilms met hitgarantie. Als reactie op die internationale eenheidsworst zullen er meer lowbudgetfilms worden gemaakt voor specifieke niches op lokaal niveau.
Eenzelfde ontwikkeling wordt voorzien in het bioscooplandschap. De traditionele bioscoop met een brede programmering zal langzaam verdwijnen — vergelijk het met de ondergang van de V&D in het warenhuissegment waar tegenwoordig alleen nog plaats is voor luxe enerzijds en goedkoop anderzijds. Voor filmvertoning valt de keuze op den duur uiteen in enerzijds de multiplexen aan de rand van steden en anderzijds de kleine, op arthousefilms gerichte theaters in de binnenstad anderzijds.
Edo Dijksterhuis