Redactioneel – 16 augustus 2017
Austerlitz
In documentaire Austerlitz bezoekt filmmaker Sergei Loznitsa de voormalige concentratiekampen Dachau en Sachsenhausen. Toen de film eerder dit jaar langs een aantal Nederlandse filmtheaters toerde, was een van de vragen die toeschouwers zich stelden hoe we moeten kijken naar de mensen die deze gedenkplaatsen bezoeken. Hoe makkelijk was het wel niet om een morele positie in te nemen bij het zien van mensen die in het gras gaan zitten, misschien wel iets drinken of eten, of t-shirts dragen met teksten die als een onbedoeld, ongepast commentaar kunnen worden opgevat. Afgelopen maand was ik zelf in Sachsenhausen, een klein uur met de trein buiten Berlijn. Dat was iets wat ik me na het zien van Austerlitz niet had gerealiseerd — hoewel het eenvoudig is om het te weten. Hoe dicht het kamp bij de bewoonde wereld lag. Dat is iets wat je alleen kunt ervaren als je zelf die afstand aflegt.
Het was rustig. Veel rustiger dan in Loznitsa’s film. Het was ook leeg. Vanuit Toren A, de ingang naar het kamp, met daarin het hek met de woorden ‘Arbeit macht frei’, waarvoor in de film zoveel mensen zichzelf fotografeerden, is zichtbaar hoe leeg. Rechthoekige grintvlakken geven aan hoe dicht de barakken op elkaar moeten hebben gestaan. Volheid in leegte.
Ook nu waren er mensen die selfies voor de poort maakten. En mensen die in het gras een broodje aten.
Als ik Austerlitz niet had gezien had ik me daar waarschijnlijk hooguit over verwonderd.
Ik kan dat namelijk niet goed begrijpen. Sachsenhausen is voor mij geen plek voor een picknick. De indrukken, de geschiedenissen van afwezigheid zijn te intens, te aanwezig. Nu was ik, gestuurd door de — weliswaar onnadrukkelijke — blikrichting van de film, verbaasder. Dit gebeurde dus echt. Sterker nog: het was geen incident, maar aan de orde van de dag.
Daarom vroeg ik aan een jong stel dat zich direct achter de poort in de schaduw had neergezet of ze dit een goede plek voor de lunch vinden. De jongeman antwoorde dat het niet verboden was.
Later informeerde ik in het bezoekerscentrum hoe het zat met mensen die aten in het kamp. De man begreep me eerst verkeerd. Hij zei: "Er is ook een restaurant." Daarna herhaalde hij hetzelfde wat de Spaanse jongen had gezegd: "Het is niet verboden. Wel vragen we aan iedereen om hun vuilnis mee te nemen."
Een van de interessantste dingen van Austerlitz vond ik dat hij de vraag stelde of we ooit helemaal onbevangen en waardevrij kunnen kijken. Een vraag die bij elke film die we zien weer aan de orde is trouwens. In hoeverre kleurt voorkennis je blik? In hoeverre kleurt je eigen blik je blik?
Lopend door het monument ontdek je dat er wel degelijk een blik bestaat die los kan staan van weten, van voorkennis, van vooroordelen. Je kunt in Sachsenhausen feiten, vragen, observaties tegenkomen die niet nieuw zijn, maar toch elke keer weer wel, omdat ze steeds opnieuw bevestigd, gesteld, gedaan moeten worden. Dat is een vorm van kennis en intelligentie die in het zien ligt.
Dana Linssen | @danalinssen