Filmbeleid

Einde Hollands Hollywood

  • Datum 07-05-2017
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Phileine zegt sorry: Commerciële film teruggefloten

Met de filmbrief van staatssecretaris Medy van der Laan eindigt het megalomane tijdperk in de Nederlandse filmwereld. Visioenen van een Nederlands Hollywood zijn verdampt.

De woorden ‘Nederlandse filmindustrie’ horen we de laatste tijd niet meer. Dat was aan het einde van de jaren negentig anders. De filmbranche leek toen een religieus genootschap, waarin het Heilige Publiek de plaats van God innam. Publieksfilms moesten er komen. Weg met de interessantdoenerij van elitaire filmmakers. Richard Woolley, die projecten selecteerde voor het Filmfonds, vond dat films "een rit op een emotionele achtbaan" moesten zijn. Nederlandse filmmakers moesten zich laten inspireren door The full monty en Notting Hill. Alsjeblieft geen films als De Poolse bruid, want die waren "te stil en te langzaam om een breed publiek aan te spreken". De Nederlandse film moest in de commerciële vaart der volkeren worden opgestoten. Aan de horizon gloorde een Hollands Hollywood. Door een geslaagde lobby van producenten ging de overheid erin geloven. Met een fiscale regeling moedigde ze filminvesteringen aan. Er kwamen inderdaad succesvolle jeugdfilms (Abeltje, Pietje Bell, Minoes, De schippers van de Kameleon), tienerfilms (Costa!), thrillers (Lek, Van God los) en drama’s (De tweeling, The discovery of heaven). Er was publiek, er werd geld verdiend, wat viel er meer te wensen?

Tulpenhandel
Hoe de Nederlandse filmwereld zichzelf begoochelde en in de greep raakte van een nieuwe tulpenhandel, is een tragikomisch hoofdstuk in de recente filmgeschiedenis. Nederlandse films waren rond de millenniumwisseling beleggingsobjecten geworden. De kwaliteit van films deed er niet toe, want dankzij de fluwelen fiscale regeling rendeerden ook flops. Film was industriebeleid geworden, filmcultuur een verdacht woord. Dat filmmakers als Nanouk Leopold, Alex van Warmerdam, Erik de Bruyn en Michiel van Jaarsveld werkloos rondliepen? Eigen schuld, moesten ze maar amusante publieksfilms maken in plaats van filmauteur te spelen. Niemand nam het voor hen op. Ook Filmfonds-directeur Toine Berbers niet. Filmmakers moesten "nadenken over hun publiek", beval hij. "Iedere maker heeft recht op een flop, maar het fonds kan zich niet vele flops veroorloven omdat dan het draagvlak voor subsidiëring in gevaar komt", voegde hij er dreigend aan toe. Testscreenings voor artfilms leek hem een goed idee, want "ik heb veel onbegrijpelijke artfilms gezien die daarbij gebaat zouden zijn".
Dat de filmwereld zijn eigen Worldonline-bubble had gecreëerd, bleek toen de projecten Ocean warrior en Soldaat van Oranje 2 werden afgeblazen. Tientallen miljoenen euro’s particuliere investeringen verdwenen in een zwart gat. Beleggen in films bleek minder veilig dan gedacht. Ook kwamen steeds meer halve en hele commerciële flops. De dominee, Phileine zegt sorry, Snow fever, Ik ook van jou, Feestje!, De passievrucht, Floris en Vet hard maakten de verwachtingen niet waar. Het gemor nam toe: wie was er eigenlijk beter geworden van het fiscale stimuleringsbeleid? Banken en beleggingsadviseurs hadden goede zaken gedaan, maar hoe zat het met de filmwereld? Was er een filmindustrie gerealiseerd, zoals het doel was? En hoe zat het met het internationale prestige van de Nederlandse film? Wanneer was voor het laatst een Nederlandse film te zien geweest op het festival van Venetië, Berlijn of Cannes?

Schepen
Leve Medy van der Laan. De staatssecretaris van Cultuur rekent in haar filmbrief eind maart keihard af met het waanidee dat het maken van films net zo iets is als het bouwen van schepen. Filmbeleid is voor haar "eerst en vooral cultuurbeleid". Het "blindstaren op de economische potentie van de filmsector" vindt Van der Laan "niet realistisch". Ze erkent dat Nederland te klein is voor een eigen filmindustrie. We lezen het goed: bij de overheid heeft film weer met cultuur te maken. Er mag weer worden gepraat over artistieke en auteurfilms. De denkomslag is belangrijker dan de zes miljoen euro extra die het kabinet de komende drie jaar uittrekt voor de artistieke film. Het goede nieuws is dat de overheid van haar dwaling is teruggekeerd. Filmauteurs worden weer serieus genomen.
En de publieksfilm? Van der Laan heeft van minister Zalm van Financiën de toezegging losgepeuterd dat de afschaffing van de fiscale filminvesteringsregeling wordt gecompenseerd door een jaarlijks bedrag van twintig miljoen euro. Noem het een wondertje. Zoals altijd reageert de filmwereld verdeeld. Grootste conflictpunt: wie verdeelt het extra geld? De zes miljoen voor de artistieke film komt bij het Filmfonds, maar geldt het ook voor de twintig miljoen voor de publieksfilm? De Nederlandse Vereniging van Speelfilmproducenten (NVS) wil dat niet, omdat het "onvoldoende inhoudelijke expertise en regie" bij het Filmfonds ziet. Dat wordt dus nog een bloederig gevecht. Ook niet alle producenten zijn opgetogen over het nieuwe beleid. Cynisch is San Fu Maltha, de producent van Paul Verhoevens Zwartboek. "Nadat eerst de commerciële film tot redder werd bestempeld, is het nu de tijd voor artistieke film." De filmbrief noemt hij een "samengeraapte lappendeken die vol met politieke compromissen zit".
De filmwereld is weer thuis: het is nooit goed of het deugt niet.

Jos van der Burg