Avi Mograbi
Jullie, dat zijn wij
Avi Mograbi in Avenge but one of my two eyes
Avenge but one of my two eyes is een scherp stuk glas dat de Israelische geschiedenis spiegelt aan de Palestijnse opstand. "Israël heeft een doodscultuur." aldus regisseur Avi Mograbi.
Avi Mograbi is verkouden op deze verkiezingsdag in Israël. We praten aan de telefoon terwijl hij aan de andere kant van de lijn snottert en hoest. "Nee, ik ben niet optimistisch over de verkiezingen. Deze dag is irrelevant. Wie er ook wordt verkozen, ik zie hem het Midden Oosten en Israël niet naar vrede leiden. Er komt nu geen einde aan dit conflict."
De kritische Israëlische documentairemaker is geen pessimist, maar hij is wel teleurgesteld. "Het is erg moeilijk om de Israëli’s nog te provoceren. Het is pijnlijk voor hen om de realiteit in de ogen te kijken. Wij zijn de meesters van inhibitie, van onderdrukking. Om te overleven moeten we onderdrukken wat er om ons heen gebeurt. Als we eerlijk zijn tegenover de realiteit zouden we die veranderen, rechtvaardiger maken. Maar het Israëlische publiek heeft besloten dat het daar geen zin in heeft. De winkelstraten in Tel Aviv staan niet vol met jongeren die op zoek zijn naar de revolutie. Ik maak een documentaire en mensen kijken de andere kant op. Geen probleem voor hen. Een goede Israëliër vandaag de dag is een escapist."
Mograbi maakt een sterk punt in Avenge but one of my two eyes, maar niet veel Israëli’s kwamen dat punt bekijken. Dat kwam niet als een verrassing: De documentaire werd uitgezonden via een cultureel kanaal van een televisiestation dat geld in de film had gestoken en werd verder vertoond in een kleine bioscoop in Tel Aviv. Niet bepaald de populairste media van het Midden Oosten. Mediagetto’s zeg maar gerust, aldus de regisseur: "Ik verwachtte dan ook niet dat deze film een schandaal zou veroorzaken."
Bloed
Mograbi zette de camera aan bij rondleidingen in het fort Massada waar leraren en gidsen bevlogen vertellen over de zelfmoord van een groep Israëli’s, ongeveer tweeduizend jaar geleden. Liever dood dan in handen vallen van de Romeinen, was de gedachte. "Als jullie moeten kiezen tussen overgeven, zelfmoord, bidden of in de tegenaanval gaan", vraagt een van de docenten in de film aan een groep jongeren, "wat zouden jullie dan doen?" Ze denken even na, maar niemand wil zich overgeven, bijna iedereen zou onder dreiging in de aanval gaan. Mograbi hoeft niets meer toe te voegen. Is het dan zo vreemd dat sommige Palestijnen ook in de tegenaanval gaan?, vragen de beelden. Op die manier spiegelt Mograbi het Palestijnse heden aan het Israëlische verleden.
"Dat idee kreeg ik in 2001, 2002. Er was toen na 11 september veel discussie over de cultuur van de dood in de Islam. Niet alleen hier, ook in Europa en de VS. Zogenoemde experts kwamen vertellen wat de Islam echt is, en wat moslims in werkelijkheid zijn en hoeveel bloed ze ’s ochtends moeten drinken.
"Op een bepaald moment was er een zelfmoordaanslag in Tel Aviv en ik kwam thuis met een vriend in gesprek over die vermeende doodscultuur. Ik zei dat ik niet veel wist over de Islam maar wel iets over onze eigen cultuur. Over onze eigen doodscultuur. En toen kwamen de verhalen over Samson en Massada meteen naar boven. Dat zijn fundamentele mythes onder onze cultuur. Ik hoefde er niet naar te zoeken, ze zijn alomtegenwoordig. Alle Israëli’s krijgen dat tien jaar lang te horen als ze naar school gaan. Maar niemand kijkt er kritisch naar. Ik denk dat veel mensen die naar de film kijken, wachten op het moment dat iemand Samsons motieven in twijfel trekt, net als bij een zelfmoordterrorist. Maar dat gebeurt niet.
"Terrorisme zit ook in onze cultuur. Maar daar worden geen morele vragen over gesteld. Als iemand van onze clan het doet, is het goed, als iemand uit een andere clan het doet, is het verkeerd. Samson is een held en mensen identificeren zich ermee. Dezelfde daad door iemand van de tegenstander wordt gezien als een misdaad tegen de mensheid."
Klootzakken
De treiterende militairen — allemaal tactiek, vertelt Mograbi — waren moeilijker te vinden. "De militairen beheersen de bewegingen van de Palestijnen. Met talloze checkpoints en hekken en poorten binnen de bezette gebieden scheiden ze Palestijnen van Palestijnen. Het zijn geen grenzen, het zijn plekken waar Israël zijn grenzen zou willen hebben. Zo eten ze een lekker stuk van de Palestijnse gebieden weg.
"Alleen degenen met toestemming mogen door de hekken. Dat is ongeveer tien procent van alle Palestijnen. Als je tegen negentig procent ‘nee’ moet zeggen, dan is er veel frictie. Het probleem is om die frictie in beeld te krijgen. Want als de militairen een camera zien, gebeurt meestal een van de volgende twee dingen: óf ze worden aardig omdat ze niet als klootzakken in beeld willen komen. Of ze doen helemaal niets meer totdat de camera weg is. Dat is tactiek. Zo maken ze van de cameraman een klootzak die ervoor zorgt dat het hek gesloten blijft. Vaak zei ik tegen mezelf ‘ok, dan ga ik maar’. Want ik wil niet degene zijn die veroorzaakt dat mensen niet door het hek kunnen. Ik ben naar veel checkpoints gereisd om te filmen wat je in de film ziet.
"En daar komt bij dat het allemaal incidenten zijn. Wat je in beeld ziet hoeft zich niet de volgende dag te herhalen. Dat is een van de meest frustrerende dingen van de bezetting: de willekeur. De Palestijnen weten nooit wat ze tegenkomen. Nieuwe hekken verschijnen plotseling, nieuwe regels verschijnen plotseling en nieuwe klootzakken verschijnen plotseling. Dat maakt mensen gek. En dat is precies de bedoeling. Dat de Palestijnen zo gefrustreerd raken dat ze besluiten om het gebied maar helemaal te verlaten. In de afgelopen jaren is bijna de hele Palestijnse middenklasse vertrokken naar Jordanië of naar het westen. Ik heb het over duizenden mensen. Zij die het zich kunnen veroorloven, vertrekken. En zo krijg je dus een land dat vooral uit arme mensen bestaat. En dan is het geen verrassing dat veel mensen Hamas stemmen."
5:1
"Je moet op de website van de mensenrechtenorganisatie B’Tselem kijken", zegt Mograbi. "Daar staan de cijfers." Absurde statistieken die hij oplepelt alsof het om een spel gaat maar die blijkbaar normaal zijn geworden: "Wij doden vijf Palestijnen tegenover elke Israëliër die zij doden.
"Sinds de Oslo-akkoorden in 1993 zijn de Palestijnen steeds minder gaan geloven in een kans op vrede en steeds minder gaan geloven in hun Israëlische gesprekspartner. En wie kan hun dat kwalijk nemen? Sinds de Oslo-akkoorden is het aantal kolonisten verdubbeld! Het enige positieve aan die akkoorden was dat er heel even het gevoel was dat een oplossing mogelijk was.
"Maar er kwam helemaal geen oplossing. Onze economie is gezond, wij Israëli’s hebben een goed leven. Maar zeventig tot tachtig procent van de Palestijnen leeft onder de armoedegrens. Waarom zouden ze dus nog vertrouwen hebben in wat dan ook? Ik zou het ook niet hebben."
Ronald Rovers