Redactioneel – 3 mei 2017
Okja
Wie de filmwereld anno nu wil begrijpen, moet zich in Netflix (en in Amazon Prime en andere film- en tv-producerende streaminggiganten) verdiepen. Alleen al het feit dat die woorden film en televisie nou net níet weergeven wat Netflix & co doen, en hoe de wereld-voorheen-bekend-als-cinema aan het veranderen is, bewijst hoezeer we als gewone filmconsumenten in ons hoofd nog achterlopen.
Film- en televisie zijn zowel medium als message, en door hun geschiedenis nauw met elkaar verbonden. Als we het over film hebben, dan hebben we het gemakshalve over een manier van produceren en vertonen, en ook nog over een kunstvorm. De selectie van twee Netflix-titels — Okja van Bong Joon-ho en The Meyerowitz Stories van Noah Baumbach — in de competitie van het Filmfestival Cannes nopen ons om dat model te herzien. Voorlopig lijkt er nog niets aan de hand — Netflix mag dan in tegenstelling tot bijvoorbeeld Amazon (vorig jaar met vijf films op het festival, dit jaar in competitie met Todd Haynes’ Wonderstruck) tot nu toe een ‘streaming first’ beleid hebben gehanteerd, zowel Okja als Meyerowitz zullen eerst in de bioscoop worden uitgebracht. In hoeverre dat een vereiste is van het festival, dat binnen de strakke Franse wetgeving moet opereren (de zogeheten ‘window’ tussen bioscooprelease en verdere exploitatie online is al gauw drie jaar), is niet bekend.
Natuurlijk zou het niet moeten uitmaken hoe films worden geproduceerd of uitgebracht om hun kwaliteit te beoordelen. De scheiding tussen fictie, documentaire, animatie en allerlei hybride vormen is in de meeste competities ook al lang losgelaten. Cannes maakt dit jaar goede sier met de eerste twee afleveringen van David Lynch’ Twin Peaks reboot en het complete tweede seizoen van Top of the Lake van Jane Campion.
Maar hoe gaat het verder? Dat de hiërarchie tussen verschillende genres en vormen aan het verdwijnen is, wil misschien nog niet zeggen dat iets wat ontwikkeld is voor het grote doek wezenlijk hetzelfde is als iets wat bedoeld is voor consumptie op een kleiner scherm. En dan gaat het hier natuurlijk niet om grootte, maar ook om kijkervaring, serialiteit versus uniciteit, gedeelde versus individuele ervaring etc. Ik ben er overigens een groot voorstander van dat festivalprogramma’s meer zouden experimenteren met verschillende vormen: nu zowel Cannes als Berlijn in hun hoofdprogramma de extreem lange films van Lav Diaz hebben vertoond, kunnen ze misschien ook een keer een korte film opnemen, of een serie of een installatie? Niet om appelen met peren te vergelijken (wat ook leuk is). Maar om nieuwe woorden te verzinnen om de grenzen tussen medium en message verder te onderzoeken. Want de productionele gevolgen zijn zo mogelijk nog interessanter dan de esthetische of metafysische (wat is film?). Wat als Netflix & co hun films niet meer eerst in de bioscoop uitbrengen? Wat als het wezen van wat ik nu nog maar even voor het gemak internettelevisie zal noemen — wereldwijde beschikbaarheid — de exclusiviteit van de bioscoopervaring nog verder ondermijnt? Wat heeft dat voor gevolgen voor de manier waarop nationale grenzen en wetgeving nu nog de regels van het landjepik voor filmdistributie bepalen?
Dana Linssen | @danalinssen
N.B. Tijdens het ter perse gaan van de Filmkrant van mei leek het er nog op dat de twee Netflix-titels in de competitie van Cannes een (beperkte) release in de Franse bioscopen zouden krijgen en alles met een sisser zou aflopen. Inmiddels wordt de soep toch een stuk heter gegeten dan opgediend, en heeft het festival onder druk van de Franse vertoners de regels aangepast: met ingang van volgend jaar moet elke film in competitie na het festival eerst in de Franse bioscopen te zien zijn voordat hij op een ander platform kan worden uitgebracht. Van de vier grote festivals die door Screen Daily om een reactie werden gevraagd, lieten alleen de Filmfestivals van Rotterdam en Toronto weten ook open te staan voor filmische producties die niet per se in eerste instantie of exclusief voor het grote doek zijn gemaakt.