Marco De Stefanis over Waiting for Giraffes

'Zelfs het broodje humus is politiek'

  • Datum 29-03-2017
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Portret Geert Snoeijer

De vergeefse zoektocht naar een nieuwe giraf voor een Pales­tijnse dierentuin is in Marco De Stefanis’ Waiting for Giraffes een subtiele metafoor voor het hedendaagse Palestina. ‘Ik wilde iets zeggen over het conflict zonder het te hebben over het conflict.’

Door Joost Broeren-Huitenga

Hoe komt een van oorsprong Italiaanse, in Nederland wonende regisseur terecht in een Palestijnse dierentuin? Via Congo, uiteraard. In 2010 werkte Marco De Stefanis aan een reeks korte items voor een ngo in Congo. Tussen het filmen door las hij The Zoo on the Road to Nablus van journaliste Amelia Thomson, over de dierentuin in het Palestijnse stadje Qalqilya. Tijdens de intifada overleed de giraf aan de door de beschietingen veroorzaakte stress. Sindsdien probeert de dierentuin onder leiding van de charismatische dierenarts Dr. Sami een nieuwe giraf te bemachtigen.
"Het verhaal intrigeerde me", vertelt De Stefanis. "Vooral Dr. Sami, die ook mijn hoofpersoon werd. Hoeveel deuren er ook in zijn gezicht worden dichtgegooid, hij blijft altijd dromen. Elke keer als er iets misgaat, is zijn eerste reactie: ‘We moeten een plan B bedenken’. Ik was nooit eerder in Palestina geweest en ik had er geen contacten, maar toen ik het boek uit had, besloot ik om er direct heen te gaan. Toen ik op het vliegtuig stapte, had ik nog geen idee wat me te wachten stond."

Ommuurd
Eenmaal in Qalqilya aangekomen, zag De Stefanis al snel dat de zoo een perfecte metafoor voor hedendaags Palestina bood. "Het is een dierentuin ín een dierentuin: Qalqilya is een ommuurde stad, met maar één checkpoint waar je de stad uit kunt komen. Dus de stad heeft geen ruimte meer. De dierentuin is een metafoor waarmee ik iets kon zeggen over het conflict zonder het te hebben over het conflict."
Want een film maken die expliciet over het Israëlisch-Palestijnse conflict draait, dat zag De Stefanis niet zitten. "In de media zie je Palestijnen óf als terrorist, óf als slachtoffer. Ik wilde laten zien dat mensen er in die abnormale situatie ook een gewoon leven hebben: Dr. Sami runt zijn zoo en heeft een dochter die haar huiswerk niet wil doen. Dat gaf wel moeilijkheden: het was soms lastig om bijvoorbeeld aan het Filmfonds uit te leggen hoe de politieke situatie een plek in deze film zou krijgen. Maar in Palestina is álles politiek; als ik een broodje eet, is dat politiek. Want humus is politiek: er wordt over gevochten of het Israëlisch of Palestijns is. Voor mij is dat begrijpelijk, want in Italië is het hetzelfde, maar hier is dat anders."
De strijd van de dierentuin om lid te worden van EAZA, de Europese vereniging van dierentuinen, verbindt De Stefanis impliciet aan de Palestijnse strijd om erkenning. "Maar ik wil dat niet direct in de film zeggen, het werkt metaforisch. Net als de giraf die Dr. Sami zo graag voor zijn dierentuin wil bemachtigen. Mensen vroegen me wel eens hoe ik het zou oplossen als ze nooit een giraf konden krijgen. Maar het gaat niet om die giraf — het is een metafoor voor het vredesproces: steeds als je denkt dat het dichtbij is, gaat het toch weer mis."

Lievelingsdier
Sinds zijn eerste bezoek in 2010 keerde De Stefanis regelmatig terug naar Qalqilya, en langzaam maar zeker won hij het vertrouwen van Dr. Sami en diens collega’s. "Qalqilya is een conservatieve stad. In het begin mocht ik het huis van Dr. Sami pertinent niet in, omdat ik zijn vrouw en dochter niet mocht filmen. Maar in 2012 nam ik mijn zoontje van negen mee daarheen. Op zijn basisschool hadden ze daar grote problemen mee, maar ik voel me in Qalqilya veiliger dan in Rome of Napels. Als enige westerse kind in de stad was hij een attractie en hij was dolgelukkig als middelpunt van de aandacht. De volgende keer dat ik er kwam, mocht ik De Sami’s dochter filmen: er was een connectie ontstaan."
Die connecties zijn duidelijk voelbaar in de film, van Dr. Sami tot de gewone man op straat die De Stefanis bevraagt over hun lievelingsdieren. "Hopelijk is het me gelukt om een film te maken die niet met een Europese blik naar de Palestijnen kijkt, maar vanuit hun eigen perspectief. Men was vaak stomverbaasd toen ik de straat op ging voor interviews, dat ik ze vroeg naar hun lievelingsdier. Niet over de muur, niet over het conflict. De reacties daarop waren ongelofelijk: eerst verbazing, maar daarna zag je dat ze echt gingen nadenken. Niet vertellen wat ze geleerd hebben te vertellen, maar echt nadenken over wat zij zelf denken en willen."