Take 5: Diederik van Rooijen over fouten
De Nederlandse Oscar-inzending voor de categorie Best Short Live Action Film is Dummy, een korte film waarin dader (Fedja van Huêt) en slachtoffer (Gijs Scholten van Aschat) de grootste fout van hun leven reconstrueren. Regisseur Diederik van Rooijen analyseerde zijn eerste vijf jaar in de filmwereld en komt met vijf fouten die jonge makers nooit moeten maken.
1 Raak niet gefrustreerd
Ik ken klasgenoten die op een zolderkamertje zitten te huilen als hun project niet wordt uitgekozen. Daar moet je een soort eelt tegen ontwikkelen. Vervloek niet meteen de wereld, maar pak de draad weer op en ga door, anders ga je het niet halen in Nederland.
2 Maak je film niet in de montage
Als het op de set niet goed voelt, gaat het in de montage ook niet goed komen! Besteed veel aandacht aan voorbereiding en het draaien op de set zodat je in de montage niet voor verrassingen komt te staan. De écht vette films, zoals van M. Night Shyamalan en David Fincher, zien er precies uit zoals ze zijn bedacht.
3 Overschat bekende namen niet
Het is een misverstand dat je na de filmacademie meteen een ‘big balls’ cameraman of editor moet hebben. Die kunnen je zenuwachtig maken of overrulen met ‘ik zou het zo doen, want dat werkt altijd.’ Je kan beter met je maatjes van je opleiding met de billen bloot gaan. Je hoeft niet aan elkaar te wennen en er staat voor iedereen evenveel op het spel.
4 Denk niet dat je alles weet
Zorg dat je op de set niet alleen met de ‘heads of department’ of jezelf bezig bent. Wals niet over ideeën van de make-up, lichtassistent of zelfs clapper loader heen. Respecteer je hele crew, want zij slepen je door de productie als het zwaar wordt.
5 Vergeet niet af en toe te bluffen
Op de filmacademie deed ik acht dagen over tien minuten drama. Als er dan een producent naar je toe komt en vraag of je in plaats van één pagina er tien per dag kunt draaien, zeg je gewoon keihard "ja", ook al breekt het zweet je uit. No guts no glory.
Karin Wolfs