Double Play (Ernest Dickerson over)
'In Curaçao hangt iets mysterieus en ongrijpbaars'
Double Play, de Engelstalige verfilming van Frank Martinus Arions beroemde roman Dubbelspel, gaat in wereldpremière op het IFFR. De Filmkrant sprak regisseur Ernest Dickerson (The Wire, The Walking Dead) op de set in Curaçao.
Door Guus Schulting
Het is een boek dat er altijd al om schreeuwde verfilmd te worden: Frank Martinus Arions roman Dubbelspel (1973) over een zondags dominospel met dodelijke afloop. Een verhaal vol overspel en double crossings, geserveerd met een flinke scheut bijtende Curaçaose humor. Pim de la Parra probeerde het begin jaren tachtig al eens, maar kreeg na de financiële strop van zijn Wan pipel de financiering niet rond. Voor de rest hield de kritische schrijver telkens de boot af, totdat een Amerikaanse producent een paar jaar terug interesse toonde. Vlak voor zijn sterven in 2015 keurde de fragiele Arion de productie goed. Het eindresultaat, waarin onder andere Oscarwinnaar Louis Gossett Jr. en Isaach de Bankolé (The Limits of Control) een rol spelen, is te zien tijdens deze editie van het Filmfestival Rotterdam.
De regie van Double Play is in handen van Ernest Dickerson, een stille kracht in de Amerikaanse filmgeschiedenis. De Amerikaan studeerde begin jaren tachtig aan de legendarische filmacademie van NYU, waar hij zich tot allround cameraman ontwikkelde. Hij schoot clips van Bruce Springsteen, de comedyshows van Eddie Murphy, maar maakte echt naam door zijn samenwerking met vriend en klasgenoot Spike Lee — bij onder andere She’s Gotta Have it, Do the Right Thing en Malcolm X stond Dickerson achter de camera. Die laatste film markeert ook een omslagpunt in zijn filmcarrière, want in 1992 legt Dickerson zich helemaal toe op regie. The Wire, Treme, The Walking Dead, bij de meeste kwaliteitsseries kom je zijn naam inmiddels wel tegen. Ook leverde de overstap tot nu toe één bescheiden filmklassieker op: Juice, de hiphop-noir waarin rapper Tupac zijn acteerdebuut maakte. We spreken Dickerson op Curaçao tussen de takes door, terwijl hij onder een ventilator staat af te koelen na een intensieve ochtend met opnames.
Curaçao zal in de VS niet meteen een belletje doen rinkelen. Had je er voor de productie überhaupt van gehoord? "Ik heb Curaçao leren kennen via de filmmaker Felix de Rooy, met wie ik begin jaren tachtig in New York aan de filmacademie studeerde. Hij is op Curaçao geboren en vroeg me als cameraman voor zijn afstudeerfilm Desiree. Toen die destijds vertoond werd op het eiland ben ik meegegaan. Zo heb ik Curaçao leren kennen en raakten Felix en ik bevriend. Later heb ik ook daadwerkelijk op het eiland gedraaid als cameraman voor Almacita di desolato en Ava & Gabriel, de twee grote producties van Felix. Sindsdien ben ik vaak op het eiland te vinden. Twee jaar terug werd ik ineens weer getroffen door de fotogeniekheid van het landschap hier. Dat is heel tropisch, maar ook anders dan de rest van het Caribisch gebied. Er hangt hier iets mysterieus en ongrijpbaars, wat zich geweldig goed leent voor film. Toen ik werkte aan Almacita en Ava & Gabriel heb ik daar als cameraman gretig gebruik van gemaakt. Hoe geweldig om hier weer eens een film te draaien, bedacht ik me. Toen ik van die trip thuiskwam lag daar ineens het scenario van Double Play in de bus. Dat kon geen toeval zijn!"
Was je ook meteen te spreken over het verhaal? "Ik heb eerst de roman gelezen en was er erg door gecharmeerd. Het is een echt Curaçaos verhaal, dat de visie van Frank Martinus Arion op de maatschappij van 1973 weergeeft. Het zit vol personages die een leven op het grote scherm verdienen. Wat ik interessant vond aan het scenario is hoe daarin de roman naar de moderne tijd wordt gebracht. In tegenstelling tot Franks verhaal beginnen wij in 2010 en bewegen we ons vervolgens heen en weer tussen die twee tijden. Fans van het boek zullen dus ook antwoorden krijgen op vragen waarmee Frank het verhaal destijds eindigde."
De afgelopen jaren regisseerde je grote televisieseries als The Wire en The Walking Dead. Is de overgang groot van dat soort producties naar een eiland als Curaçao, waar de filmcultuur nog in de kinderschoenen staat? "Curaçao mist inderdaad een filminfrastructuur, maar het enthousiasme is overweldigend geweest. Voor opnames konden we bijvoorbeeld voor een nacht de enige verbindingsbrug tussen de twee stadsdelen afsluiten. Wel hebben we veel apparatuur en crewleden moeten invliegen. De set was daardoor een grote smeltkroes: acteurs uit Zweden, Ivoorkust en Engeland, een Mexicaanse cameraman, crewleden uit Venezuela en Colombia. Het leverde soms wel wat spraakverwarringen op. Wat Curaçao overigens wel in overvloed heeft, zijn Amerikaanse oldtimers. Heel handig voor een productie die in de jaren zeventig speelt waarin een van de hoofdpersonages een taxichauffeur is. Oude Pontiacs, Mustangs, noem maar op en het is hier wel te vinden. In de meeste wordt nog gewoon dagelijks gereden ook."
Zie je potentie voor het eiland om die filmcultuur uit te breiden? "Jazeker! Er broeit hier van alles. Neem Selwyn de Wind, een talentvolle jongen die alles zelf doet — camera, regie, montage — en hele energieke videoclips maakt. Samen met zijn verloofde Angela Roe draaide hij al Sombra di Koló, een inzichtelijke documentaire over de manier waarop huidskleurverschillen de Curaçaose samenleving structuren. Ook zijn er twee gasten die een martial-artsfilm hebben opgenomen, Sensei Redenshon. Zo’n geweldig idee. Het gaf me het plan voor een vampierfilm die ik op Curaçao wil gaan draaien. Daarvoor ben ik nu met het scenario bezig."