Virtual Reality: Kel O’Neill en Eline Jongsma over The Ark
Eline Jongsma en Kel O’Neill zoeken voor hun documentaires altijd naar de juiste vorm bij de inhoud. Zo maakten ze voor hun meest recente project The Ark, over de bijna uitgestorven noordelijke witte neushoorn, voor het eerst gebruik van virtual reality. "VR kan je wat dichter bij de realiteit brengen waar we oog in oog mee moeten staan."
Toen het gehuwde documentaire team Eline Jongsma en Kel O’Neill begon aan The Ark, een virtual reality documentaire over de bijna uitgestorven noordelijke witte neushoorn, liepen er wereldwijd nog zeven van deze majestueuze dieren rond. Een deel daarvan leefde in de San Diego dierentuin, een ander deel in een Keniaans reservaat, waar bewapende mannen de laatste dieren beschermen. Toen The Ark vorige week op het Tribeca film festival te New York — waar ook Deep VR werd gepresenteerd — in première ging, stonden er nog maar drie neushoorns op de teller. Het maken van The Ark, een immersieve en poëtische reflectie op de relatie tussen mens en natuur, was dus als een race tegen de klok. Jongsma en O’Neill eindigden zelfs op kickstarter, waar ze in een minuut probeerden uit te leggen waarom er absolute haast achter dit project zat.
Vooraf aan de première van The Ark spraken Jongsma en O’Neill via Skype over het turbulente maakproces van hun laatste project en over de rol die nieuwe technologieën zoals kickstarter virtual reality daarbij speelde.
Wat trok jullie aan tot dit onderwerp? Jongsma: "We hadden een baby op komst en ik las een artikel over dit fenomeen, dat ze frozen zoo’s noemen. Er zijn een paar instituten in de wereld waar ze genetisch materiaal van uitgestorven of bijna uitgestorven dieren bewaren. Omdat we op het punt stonden om ouders te worden, denk ik dat we misschien geraakt werden door dit onderwerp. Bovendien zoeken wij altijd naar verborgen plaatsen en fenomenen. Zo kwamen we bij de noordelijke witte neushoorn in San Diego terecht."
In een van de media-uitingen van The Ark beschrijven jullie het project als een post-natuurdocumentaire. Heeft die frozen zoo daarmee te maken? O’Neill: "Het is een interessante term als je het over de documentaire hebt. Je weet wat een natuurdocumentaire is. Het is een documentaire over dieren en over dierlijke fenomenen."
EJ: "En over natuurlijk gedrag."
KO: "Maar als je kijkt naar de tijden waar we nu in leven, roept dat vragen op over de natuurlijke orde. Is er zoiets als een natuurlijke orde? Is er zoiets als natuur? Is er ooit zoiets geweest, of is het een constructie die we gebruiken om menselijkheid ten opzichte van de rest van de wereld te contrasteren? Als wij denken aan dit project, denken we erover na als een post-natuurdocumentaire. Het is geen documentaire over de dieren zelf, maar voornamelijk een documentaire over de manier waarop dieren leven in de wereld die wij ook bewonen."
Hadden jullie virtual reality-technologie al vanaf het begin van dit project in gedachten? KO: "Toen we begonnen hadden we nog het idee om er een ‘platte’ film van te maken, maar op een gegeven moment overwogen we om mensen met de neushoorns in dezelfde ruimte te zetten."
EJ: "We zijn er altijd op uit om films te maken waar de vorm het narratief en concept ondersteunt. Ik denk dat VR, in dit geval in de nabijheid zijn van een dier dat zo goed als uitgestorven is, interessant voor ons was. Vorm en inhoud complementeren elkaar nu."
Toen cinema — en daarvoor fotografie — nog nieuw was, schreef men veel over de indexicale functie van het medium; over het vermogen om een deel van de werkelijkheid vast te leggen zoals het zich voor de lens zich voltrok. Hoe verhoudt de indexicale functie van virtual reality zich volgens jullie ten opzichte van die van traditionele cinema? KO: "Ik denk dat die nadruk op indexicaliteit voor elk nieuw medium geldt. Ik denk dat er media na VR zullen zijn, waarvan we geloven dat ze echter dan echt zijn. En ik geloof dat nog nieuwere media deze zullen opvolgen. Ik denk dat nieuwigheid niet onderschat kan worden. Bovendien heeft dit medium nog veel beperkingen: ja, we kunnen je in dezelfde ruimte zetten met dat dier, of we kunnen je de illusie geven dat je een ruimte deelt met dat dier, maar dat zal het echte dier niet redden."
Zagen jullie die beperkingen als obstakels? EJ: "We zijn verhalenvertellers, dus we zien het niet per se als een beperking dat de kijker het narratief niet kan beïnvloeden."
KO: "Als we het over obstakels hebben, hebben we het vooral over de technische beperkingen die bij het DIY-karakter van de camera’s hoort. Je propt in feite tien GoPro-camera’s in een 3D-geprinte plaat en gebruikt een rudimentair programma om al die beelden bij elkaar te hechten. Daarnaast vertoon je die beelden op een telefoon, die om iemands gezicht is gebonden. Kan de technologie beter zijn? Ik denk het antwoord een doorslaande ja is!"
Kunnen jullie vertellen wat voor een gevolgen de Kickstartercampagne voor jullie had? Jullie vroegen namelijk om een financiering om in Kenia te kunnen filmen. Is dat allemaal gelukt? KO: "Onze Kickstarter campagne verliep heel goed. We haalden niet ons hoogst mogelijke doel, maar dat zou letterlijk gestoord zijn geweest. Wat de campagne wel deed is nog een investeerder aantrekken. Daardoor konden we iets meer ontspannen omgaan met onze draaidagen. We schoten drie dagen in San Diego en iets van vijf dagen in Kenia. We kregen zo de mogelijkheid om de connecties tussen de twee locaties zelf te ontdekken. Kenia en San Diego delen zelfs een fysieke ruimte in de film, aangezien we split screen gebruiken. Als je een kant op kijkt zie je Kenia en als je je omdraait zie je San Diego. Wat Kickstarter ook voor ons deed, was ons de gelegenheid geven om eerder te draaien, wat erg belangrijk bleek te zijn."
EJ: "Je moet begrijpen dat toen we begonnen met dit project, er zeven neushoorns over waren. Nu zijn het er nog maar drie. Voordat we in San Diego begonnen met draaien stierf nummer vijf, dus we hadden het gevoel dat we moesten opschieten."
KO: "Nola, een van de neushoorns die we in augustus in San Diego filmden, stierf in november. Als we niet waren opgeschoten met filmen, was dit dus een ontzettend andere documentaire geworden."
Voelden jullie niet een soort machteloosheid tijdens het maken van de film? Niets kan het sterven van deze dieren immers tegenhouden. KO: "Er zijn zoveel manieren om je machteloos te voelen als je een film maakt. Wat jij, Eline?"
EJ: "In de nabijheid van zo’n neushoorn zijn geeft je het gevoel alsof — en dit klinkt een beetje hard — ze niet meer bij deze wereld horen. Het voelt alsof ze niet bewapend zijn voor deze tijd en dat was een gedachte die maar bij ons terug bleef komen tijdens het filmen. En natuurlijk voelden we ons machteloos, maar misschien zullen mensen die deze film beleven massa-uitsterving op een persoonlijk niveau wat serieuzer nemen. We voelen ons allemaal machteloos, maar tegelijkertijd gebruiken we dat als een excuus en verwachten we dat andere mensen het voor ons oplossen. Misschien zal The Ark mensen op een artistieke manier mensen inspireren dat het ook hun probleem is. Dat het een probleem van ons allemaal is. In dit geval is de neushoorn aan het verdwijnen, maar er zijn elke dag wel diersoorten die steeds dichter bij uitsterving komen, maar waar wij ons niet bewust van zijn omdat ze zo gigantisch als de neushoorn zijn. Het is niet zo dat het de mensheid helemaal niets uitmaakt, maar ik denk wel dat VR je in dit geval wat dichter bij de realiteit kan brengen waar we oog in oog mee moeten staan. Als artiesten was het voor mij en Kel dus interessant om met deze technologie te kunnen werken. "
Hugo Emmerzael