Eugenie Jansen over CALIMUCHO

Soms vloog het helemaal uit de bocht

  • Datum 07-04-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Eugenie Jansen (foto Angelique van Woerkom)

Eugenie Jansen maakte eerder het met een Tiger Award bekroonde tussenland, dat de kijker bespeelde met fictie en documentaire. In calimucho, over de lotgevallen van een circusartieste, doet Jansen het weer: "Ze vroegen of wij helemaal gek waren geworden."

Het ouderwetse familiecircus bezwijkt bijna onder druk van de televisie. Waarom met z’n allen nog in een grote vochtige tent zitten als je alle entertainment thuis vanaf de bank kunt bekijken? Dat maakt de sfeer bij de circussen er niet beter op.
In die atmosfeer speelt Eugenie Jansens (1965) nieuwe film calimucho zich af. Haar circusartiesten zijn zo overtuigend dat de film — bijna — nergens van documentaire te onderscheiden is. Die mix tussen feit en fictie, speelfilm en docu is inmiddels haar handelsmerk. Zie ook haar met een Tiger Award bekroonde debuut tussenland uit 2002.

Je hebt gefilmd bij een bestaand circus? Dat gewoon aan het werk was? Ja, bij Circus Harlekino. Tijdens de zomertour. En die tour moest doordraaien, dat vond ik belangrijk. Tegelijk zouden wij dan onze film maken. Normaal wordt zo’n circus ’s ochtends opgebouwd, ’s middags draaien ze de voorstellingen, en ’s avonds wordt de hele boel weer afgebroken. Maar dat bleek te heftig. Daarom zijn we steeds twee dagen op dezelfde plek gebleven. De crew is met de caravannetjes achter de circuskaravaan aan getrokken.
Net als elk jaar castte Peter, de circusdirecteur, voor die tour de artiesten en ik heb tegelijk mijn spelers voor de film uitgezocht. Zo kwamen we bij Willy terecht. De directeur had Willy eigenlijk al gecontracteerd als clown. In ons script kwam helemaal geen clown voor, maar ik vond dat zo’n mooie man. Daar wilde ik iets mee in de film. En toen kwam zijn vrouw binnenlopen, Dicky. Ik dacht ‘dit kan niet waar zijn!’ Ik zag meteen dat we een hoofdrolspeelster te pakken hadden.

Had jij iets met het circus? Nee. Totdat ik hen tegenkwam.

Want het is nogal een krachtige metafoor. Het circus is een mooie locatie voor film. Dat zie ik wel. Want het is een snelkookpan. Mensen zitten bovenop elkaar en dat levert meestal goed drama op. Maar persoonlijk had ik er vooraf weinig mee. Dit verhaal begon ook niet bij mij. De producent, Stienette Bosklopper, vroeg ooit aan Natasha Gerson of ze een filmscript wilde schrijven. Want ze was op zoek naar nieuwe schrijvers. Gerson had voor Vrij Nederland ooit een zomerreportage over circussen geschreven en is toen vijf jaar bij dit circus blijven hangen als spreekstalmeester. Dus die had wel een idee voor een script. En daar paste ik volgens Stienette goed bij. Want Stienette dacht: ‘Hé échte mensen, dat is iets voor Eugenie.’ En de manier van werken, filmen terwijl mensen aan het werk zijn, dat zou bij mij kunnen passen. Toen ben ik drie dagen meegereisd. En er was een klik, ik vond het mooie bijzondere mensen.

Waarom bijzonder? Omdat ze zo dicht bij zichzelf blijven.

Heb je dat niet vanzelf bij zo’n rauw bestaan? Nee. Ik ben ook afstandelijke mensen tegengekomen. Waar ik helemaal niets mee had.

Over de titel. calimucho? Cola en wijn? Rozen en onkruid? ‘Cali’ betekent ‘erg’ en ‘mucho’ betekent ‘veel’. ‘Heel erg’, ‘erger dan erg’, wordt het dan. Dat is een uitspraak van een personage dat is overgebleven van een van de eerste versies van het scenario. Maar het is ook een mix van cola en wijn inderdaad. En daar zou je dan weer rozen en onkruid van kunnen maken.

Je hebt uitgesproken opvattingen over de regisseur als auteur die zijn handtekening zet onder een film. Had je genoeg vrijheid met een script van iemand anders? Ik had een enorme vrijheid. Gerson had wel dialogen geschreven maar die hebben de spelers nooit gezien.

Wat? Ok, ik moet even uitleggen hoe wij werken. Heel arbeidsintensief. Heb ik geleerd van Ruud Schuitemaker. Die heeft in de jaren tachtig voor de IKON series gemaakt met amateurs.
Kijk. Voor drie spelers hebben we drie regisseurs, ieder één. De regisseurs hebben vooraf tot in detail doorgesproken wat ze met een scène willen, welke dramatische lading die moet krijgen. Maar hóe we daar gaan komen weten we niet. Dus we laten de spelers beginnen en ondertussen sturen we bij. Met kaartjes en benen trekken en onder de tafel signalen geven. Buiten beeld dan. Daar hebben we vóór de opnamen twee maanden op geoefend.
Ga eens staan.
[…]
Kijk, een professionele acteur weet precies waar hij moet staan, met licht en camera enz. Maar wij moesten onze spelers soms corrigeren en dan trokken we buiten beeld aan de benen.
[trekt aan broek]
Als ze dat voelden moesten ze een stap zetten. En misschien nog één.
En we gebruiken kaarten. Rood kaartje is mond houden, groen kaartje is verder praten. Of een kaartje met ‘aansteker’. ‘Shit ik moet iets met die aansteker,’ denkt de acteur dan.

Maar de spelers acteren vloeiend. Ze staan niet houterig na te denken. Nee, precies, dat moet ook niet. Ze moeten niet denken maar doen. Ze moeten reageren op elkaar. Constant. En als ze niet goed reageren dan stuur ik bij. Laat ik nog een keer een kaartje met ‘aansteker’ zien. ‘Ik moet iets anders met die aansteker,’ denkt die acteur dan.
Soms vloog het helemaal uit de bocht. Maar dan draaiden we gewoon door. Ik draai altijd het liefst zo lang mogelijk door. Want we hebben de acteurs erop getraind dat ze door moeten gaan, nooit uit hun rol moeten vallen, altijd moeten blijven reageren. Mislukte opnamen gooien we er dan wel uit in de montage.
Op die manier kregen we hele verrassende dingen. In het begin zit een scène van Timo, het zoontje, die snoep verkeerd inslikt waardoor hij geen lucht krijgt. Wij waren op dat moment met een andere scène bezig maar toen dacht ik ‘skip it, dat doen we wel een andere keer. Hier! Filmen! Dit levert iets veel mooiers op!’ Geweldig ook hoe Willy reageerde. Zij gingen door met acteren. En wij filmden.

Dat is toch extreem? Het had uit de hand kunnen lopen. Ja. [Lacht] Ja.

Over drama gesproken. Kon je het persoonlijke verhaal van Dicky, waar de film toch om draait, goed in balans houden met het grote verhaal over dat circus waar het niet goed mee ging? Dat verhaal over het circus zat inderdaad veel meer in het oorspronkelijke script. We hebben daar ook veel meer materiaal over gedraaid: dat het moeilijk is om zo’n circus in stand te houden. Maar in de montage vonden we Dicky’s verhaal zo sterk dat het verhaal over het circus meer naar de achtergrond is verdwenen.

Er zit een fantastisch orkest in dat met liedjes commentaar levert op het verhaal. Ja, als een Grieks koor. Dat heeft Stienette ooit bedacht. Kijk, zonder te verklappen: we moesten de kijker een paar dingen vertellen over het verleden. Maar we wilden niet dat de personages erover gingen praten en we wilden ook geen flashbacks gebruiken. Dus hoe vertel je dat dan? Met een koor dus.
We hebben drie Duitse muzikanten aan de instrumenten gezet, gezegd waar de liedjes over moesten gaan en zijn toen gaan filmen. Die scènes zitten nu door de hele film. Dus ook de discussies van die muzikanten over de liedjes. Ze vroegen ons of wij helemaal gek waren geworden. Omdat we het zo deden. Maar ja, we hadden nou eenmaal geen gewone manier van werken.

Wat deden jullie nog meer voor buitensporige dingen dan? Nou, door zo vrij te werken. Door überhaupt een filmploeg met caravannetjes achter een circus aan te laten hobbelen. Door heel documentair te draaien. Door open te laten wat er gaat gebeuren in scènes. Onze opnameleider roept ook geen ‘actie!’. Want dan heb je de actie meestal al verpest.

Kregen jullie nooit kritiek van het circus? Of het verhaal niet wat zonniger kon? Maar er zit toch een hele zonnige kant in? In de kracht van de karakters en in de lol die ze samen hebben? Daarom vond ik het dus belangrijk dat ze zichzelf speelden. En niet het script lazen. Ik wilde geen dingen opleggen waarmee de spelers het niet eens zouden zijn.

Tarek, een van de tentbouwers, krijgt in de film 9 euro per uur. Is dat geen slavernij? Zo gaat dat. Het circus verdient zelf ook niks. Dat was soms wel een ‘ding’ tussen de circuswereld en de filmwereld: de filmwereld heeft geld, de circuswereld heeft bijna niets. Tenminste, dat dacht men. Dat was hier en daar best lastig. Peter, de directeur, schrok zich wezenloos toen hij zag hoeveel de vliegtickets naar Marokko kostten. Maar hij moest toch met een van de regisseurs daarheen om tentenbouwers te zoeken. ‘Ik ga niet’, kregen we te horen. Hij vond dat we geld over de balk smeten.

tussenland ging over twee mensen die een beetje buiten de samenleving stonden. Circussen zou je ook zo kunnen zien. Is dat toeval of is het jouw fascinatie? Ik heb daar wel iets mee. Met mensen die…
[Denkt na.]
Ik moet überhaupt iets met mensen hebben. Met échte mensen. Niet zozeer met de setting. Ik denk dat het voor mij om mensen moet gaan die niet de veiligheid en geborgenheid hebben die veel anderen wel hebben.
[Denkt na.]
Ja.

Ronald Rovers