New Malaysian Cinema

Niet lullen maar poetsen

  • Datum 31-03-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

FLOWER IN THE POCKET

Nederlandse minderheden kunnen op filmgebied veel leren van Maleisië. Het programma New Malaysian Cinema laat zien dat filmculturen het best gedijen onder spanning.

Hoe word je filmmaker? In Nederland loopt de weg meestal via de Filmacademie. Soms belanden ook afgestudeerden van kunstacademies in de filmwereld. Maar het kan ook anders. Veel films in het retrospectief New Malaysian Cinema zijn gemaakt door filmmakers zonder filmopleiding. Het stond het winnen van internationale prijzen niet in de weg. Tan Chui Mui, die een opleiding computeranimatie volgde, won vorig jaar met love conquers all een Tiger Award in Rotterdam. Amir Muhammad studeerde rechten, maar heeft inmiddels een handvol prijzen gewonnen met documentaires en fictiefilms. Ho Yuang is ingenieur, maar de internationale filmwereld kent hem als maker van sanctuary (eervolle vermelding Tiger Competitie). Yasmin Ahmad studeerde psychologie in Engeland, zat achter de piano in een nachtclub, schreef teksten voor reclamebureaus, maar pakte op een dag een camera. Haar film mukhsin is de openingsfilm van New Malaysian Cinema. En dan is er nog James Lee, de spin in het Maleisische web, die als grafisch ontwerper de kost verdiende. Lee maakt niet alleen zelf films, maar produceert ook werk van anderen. Ook staat hij geregeld achter de camera bij collega’s, schrijft scenario’s voor hen en speelt in hun films. Het lijkt alsof de punkmentaliteit uit de jaren zeventig van ‘Do it yourself’ in Maleisië weer opduikt. Hoewel: ‘Do it together’ is misschien een betere omschrijving, want de Maleisische filmmakers zijn geen solisten, maar bendeleden.

Censor
De Maleisische New Wave laat zien dat interessante filmontwikkelingen zich altijd daar voltrekken waar de oude garde de greep op de samenleving verliest. Het nieuwe hangt in de lucht, maar heeft nog geen vorm. Het is sneu voor welvarende, in vrijheid levende samenlevingen als de Nederlandse, maar belangwekkende films worden gemaakt in landen met repressieve regimes waarin de geur van verandering binnendringt. Dat is geen opvatting, maar een wetmatigheid. Hij verklaart dat uit Noord-Korea en Birma geen interessante films komen — onwrikbare regimes leggen daar de bevolking nog hun wil op — maar wel uit Maleisië, waar de onder een democratisch laagje opererende politieke elite zijn langste tijd lijkt te hebben gehad. Wie nog niet overtuigd is, moet de filmgeschiedenis bestuderen. Toen Stalin zijn bevolking met terreur onder de duim hield, kwamen er geen interessante films uit dat land. Die werden voor en na de dictator gemaakt, toen de repressie niet volledig was en filmmakers verandering roken. Het beste voorbeeld is misschien Spanje: de sociaal en politiek geladen cinema in het laatste decennium van Franco’s regime — toen de politieke controle verslapte — maakte na de dood van de dictator in 1975 plaats voor oninteressante alles-kan-en-mag-cinema.

Verrraadster
Terug naar Maleisië, waar de New Malaysian Cinema een uiting is van een spannende periode in de ontwikkeling van het land. Sinds de onafhankelijkheid van de Britse kolonisator in 1957 wordt het land geregeerd door de Maleiers, die zestig procent van de bevolking uitmaken. De Chinezen, die tijdens de Engelse koloniale bezetting in het land waren komen wonen, vormen bijna dertig procent van de bevolking, maar zijn altijd als tweederangsburgers behandeld. Dat geldt ook voor Indiërs, die zeven procent van de bevolking vormen. Tot voor kort waren filmmakers bijna per definitie Maleiers. Het subsidiesysteem werkt dat in de hand, want films die niet in het Maleisisch, de officiële taal, worden opgenomen, zijn uitgesloten van financiële steun. Het illustreert de achterstelling van minderheidsgroepen, maar ook de diepe etnische segregatie in Maleisië. Chinezen en Indiërs gaan niet naar Maleisische films, maar naar Hollywood- en Bollywoodfilms.
Maar er hangt verandering in de lucht. Zoals in de jaren zestig de Nederlandse verzuiling afbrokkelde, zo ligt in Maleisië de etnische segregatie onder vuur. Indiërs en vooral de Chinezen verzetten tegen zich tegen hun achterstelling en de New Wave brengt dat in beeld. Dat levert films op van makers die zich niet langer laten weerhouden door bureaucratische regels en tegenwerking. Geen subsidie? Dan zonder subsidie met hulp van vrienden en goedkope digitale camera’s. Het levert films op die soms tot verhitte debatten leiden in Maleisië. Zo stoorde een filmproducent zich in een radiodebat hevig aan Yasmin Ahmads films sepet en gubra (beide te zien), die draaien om de relatie van een Maleis-Chinese jongen met een Maleiers meisje. De films corrumperen volgens hem de Maleisische cultuur. "Maleisië is van de Maleiers", blafte hij Yasmin Ahmad toe, die overigens, als een van de weinigen in de nieuwe Maleisische cinema, een Maleier is. Misschien juist daarom dat Maleiers hun kritiek op haar richten. Dat zij ‘heult’ met Maleis-Chinese filmmakers maakt haar in hun ogen tot een verraadster. Het is die benauwende sfeer die de makers van de Maleisische New Wave niet alleen bij elkaar brengt, maar ook van adrenaline voorziet.

Hilarisch
Aan de Maleisische New Wave ligt geen artistiek credo ten grondslag. De groep is ontstaan uit emancipatorische ontwikkelingen. Het verklaart de grote diversiteit aan films. Tegenover Yasmin Ahmads subtiele Romeo en Julia-achtige puberdrama’s sepet, gubra en mukhsin staat James Lee’s absurdistische the beautiful washing machine. Amir Muhammads politieke (semi)documentaires the big durian en village people radio show ademen een andere interesse dan Yu Huangs rain dogs, een somber drama over twee broers. Dat de Maleisische New Wave geen geplande actie was, blijkt uit het vrolijke artikel van Amir Muhammad in de festivalcatalogus. De peetvader van de beweging maakte acht jaar geleden uit balorigheid zijn eerste filmpjes. Ze sloegen aan en hij maakte meer films. Zo simpel ging het. Hilarisch is zijn verhaal over de censuur van zijn laatste documentaire the last communist, waarin hij oude Maleisische communisten interviewt. De film kwam door de censuur, maar werd door de minister van Binnenlandse Zaken na een campagne van een krant alsnog verboden. De reden? Er zat geen geweld in de film. Dat kon niet, want communisten waren gewelddadig. Muhammads conclusie: "the last communist is de eerste film in de geschiedenis die is verboden, omdat hij te weinig geweld bevat." Het boek waarop de film is gebaseerd — memoires van een oude communist — verbood de minister niet. Als reden gaf hij op: "Maleisiërs lezen geen boeken." Nee, maar ze maken wel intrigerende, subtiele, tragikomische en absurdistische films. New Malaysian Cinema is na Argentinië en Zuid-Afrika het derde landenoverzicht van filmtheater Rialto. Drie keer is scheepsrecht: New Malaysian Cinema is het beste van de drie.

Jos van der Burg

New Malaysian Cinema, van 29 oktober t/m 2 november in Rialto. Daarna rouleert het programma t/m 19 november door de filmtheaters Images (Groningen), Lantaren/Venster (Rotterdam), ’t Hoogt (Utrecht), Lux (Nijmegen) en Plaza Futura (Eindhoven).