John Crowley over BOY A
John Crowley
Bestaat er zoiets als een tweede kans? boy a bespeelt ons verlangen naar hoop, maar ook de stiekeme overtuigingen dat deugnieten deugnooiten zijn. Regisseur John Crowley in Berlijn: "Hoe zou ik me voelen als de dader mijn beste vriend was? Of het slachtoffer mijn eigen kind?"
Jack Burridge heeft het grootste gedeelte van zijn jonge leven in jeugdgevangenissen doorgebracht wegens betrokkenheid bij een moord die in zijn kinderjaren gepleegd is. Misschien heeft hij het gedaan. Misschien ook niet. Aan de vooravond van zijn 24ste verjaardag wordt hij eindelijk vrijgelaten. Om een nieuw leven op te kunnen bouwen, krijgt hij met behulp van zijn reclasseringsambtenaar en surrogaatvader Terry (Peter Mullan) een andere identiteit aangemeten. Misschien dat daarmee zijn echt straf pas begint. De Filmkrant sprak regisseur John Crowley eerder dit jaar op het Filmfestival Berlijn.
Uw film roept de James Bulger-zaak in de herinnering, toen begin jaren negentig twee schooljongens de peuter James Bulger vermoordden en daarvoor levenslang kregen. boy a is gebaseerd op een roman van Jonathan Trigell, die op zijn beurt weer is gebaseerd op een vergelijkbare zaak, die in werkelijkheid een gelukkiger verloop kende. Voor Trigell was het een aanleiding om een verhaal te schrijven over de vraag in hoeverre rehabilitatie mogelijk is. Maar ik zal niet ontkennen dat het onmogelijk is om als je naar de film kijkt niet aan die zaak te denken.
Veroorzaakte de Boy A-zaak evenveel opschudding en mediahysterie toen de jongens vrijkwamen? Dit soort zaken creëert moderne zondebokken en boemannen, gebaseerd op een mythologische verlangen naar uitsluiting van de slechte ander. In het geval van de Bulger-zaak worden de daders nog steeds als eerste verantwoordelijk gesteld als er ergens een onopgelost misdrijf plaatsvindt: een moord in Nieuw-Zeeland, een verkrachting in Ierland, alsof het geruststellender is om weinig daders voor veel kwaden verantwoordelijk te stellen dan in te zien dat er veel meer slechtheid is. Het is niet goed om al deze zaken over één kam te scheren. Wat in dit geval interessant is, is de vraag hoe een kind een ander kind kan vermoorden. Hoe gaat het een grens over? Is het zo dat als je alleen maar geweld gewend bent, dat je dan het vermogen niet ontwikkelt om jezelf te corrigeren? Hoe werken de mechanismen van daders een meelopers? Natuurlijk heeft boy a vele sociale en politieke aspecten, maar wat ik vooral heb geprobeerd is om de emotionele kant van de zaak te belichten. Ik wil ook dat de toeschouwer zich emotioneel met het onderwerp en de hoofdpersoon engageert. Ik hoop niet dat mensen hem als een issue-film ervaren.
Verdienen mensen een tweede kans? Ik zou deze film niet gemaakt hebben als ik dat niet zou geloven. Maar ik zou willen dat het zo eenvoudig was. Het is de complexiteit van dat antwoord die me ook tot het maken van deze film heeft aangezet. Hoe zou ik me voelen als de dader mijn beste vriend was? Of het slachtoffer mijn eigen kind? Filmmakers worden vaak om antwoorden gevraagd met betrekking tot de onderwerpen die ze in hun films aansnijden. Maar is dat hun taak? Ze moeten mensen verrassen omtrent hun eigen vooroordelen en zo zelf aan het denken zetten.
Laat u daarom open hoe de schuldvraag in deze film beantwoord moet worden? Ja en nee. Er zit een antwoord in. Wat ik erover kan zeggen is dat ik denk dat hij geen keuze heeft. Het is meer als een Pavlov-reactie. Het is een kinderlijke respons: niemand komt aan mijn vriend.
Als u zegt dat het een Pavlov-reactie is, impliceert u eigenlijk dat rehabilitatie niet mogelijk is, tenzij iemand als kluizenaar verder leeft of wordt gedeprogrammeerd. Misschien. Maar de mens heeft wel een keuze. Misschien. Ik weet het eigenlijk niet. Ik geloof in keuzes.
De rol van Peter Mullan is tamelijk cruciaal voor de film; bovendien is de aanpak van boy a zeer verwant aan zijn eigen regiewerk. Heeft hij nog invloed gehad op de regie? Peter is als regisseur zeer uitgesproken en onomwonden. Als acteur is hij het tegenovergestelde. Dan werkt hij intuïtief en legt al zijn vertrouwen in de handen van de regisseur. Je zou bijna niet eens merken dat hij zelf films heeft geregisseerd. Wat spannend was dat we uit verschillende scholen komen: hij improviseert, ik kom uit het theater en werk aan de hand van een tekst. Voor Peter is een tekst bijna een dwangbuis. Hij gaat altijd voor de emotie en niet voor het denken achter een rol.
Lastig te geloven is wel dat zijn personage zoveel drinkt. Als het echt zo’n belangrijke zaak was, dan zouden ze daar toch geen alcoholistische sociaalwerker op zetten? Uiteindelijk spreekt hij zijn mond voorbij. Hoezo?
Hij zegt tegen zijn zoon als ze samen dronken op de bank hangen: "I love you so much Jack." Hij verspreekt zich.
Maar het zet zijn zoon wel aan het denken. Misschien. Ik zie dat niet zo. Waar het om gaat is ouderschap. Terry is een surrogaatvader voor Jack en met zijn eigen zoon maakt hij er een potje van. Die parallellen interesseren me. Omdat zoveel van deze zaken het gevolg zijn van slecht ouderschap. Al het goede dat hij voor Jack doet is nooit genoeg als er ergens anders iemand in de steek wordt gelaten. Kinderen groeien niet vanzelf op. Je wordt niet op een dag als volwassene wakker. Daar zijn andere volwassenen aan te pas gekomen. Die hebben een enorme verantwoordelijkheid. Die moeten je af en toe bij de hand nemen en zelfvertrouwen geven.
Dana Linssen