Pieter-Jan De Pue over The Land of the Enlightened

'Die kinderen kun je gerust beschouwen als mini-volwassenen'

  • Datum 30-03-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Je filmdebuut opnemen in Afghanistan: het klinkt hardcore en dat is het ook. Acht jaar werkte Pieter-Jan De Pue aan de film die hem het onbegrip van zijn eigen familie, het einde van zijn relatie en een gewelddadige confrontatie met de Taliban opleverde. Maar ook: een plek in de IFFR Tigercompetitie, een uitnodiging voor Sundance én de speciale juryprijs voor Beste Cinemato­grafie.

Door Sasja Koetsier

Hoewel weinigen vandaag de dag de Afghanen ergens om zullen benijden, wonen ze volgens de legende waarmee The Land of the Enlightened opent in Gods eigen tuin. Een genereus gebaar van de Almachtige, maar ook een vergiftigd geschenk. Want — zo verklaart diezelfde legende — vanwege zijn natuurlijke schoonheid en rijkdommen verkeert het land haast voortdurend in oorlog. Die oorlog vormt samen met het prachtige berglandschap de achtergrond waartegen de Belgische filmmaker-fotograaf Pieter-Jan De Pue het leven en de dromen van diverse groepen Afghaanse kinderen en een peloton Amerikaanse soldaten in hypnotiserend mooie, en soms verontrustende scènes vastlegt.

Raketwerper
Zijn prijs — De Pue hanteerde merendeels zelf de camera — heeft hij nog maar net een paar dagen op zak wanneer we hem spreken op het International Film Festival Rotterdam, waar de film opnieuw volop in de aandacht staat. De première op Sundance was de gelukkige afsluiting van een reeks opofferingen, onderlinge strubbelingen en frustraties — de hoofdproducent was er op zeker moment van overtuigd dat hij failliet zou gaan, De Pue’s familie verweet hem dat hij veel teveel risico’s nam en zijn vriendin beëindigde de relatie. In totaal nam de productie van de film bijna acht jaar in beslag. "Dat we er zo lang mee bezig zijn geweest, heeft verschillende redenen", legt De Pue uit. "Afghanistan is een moeilijk land om een film te maken; alles gaat er zeer traag, en mensen begrijpen niet wat je van plan bent. Ze zijn niet bekend met filmmaken, dus als je een camera tevoorschijn haalt, kan dat voor hen net zo goed een raketwerper zijn. Er was een scène die we onmogelijk in de realiteit konden filmen, namelijk wanneer een karavaan met munitiekisten wordt afgeladen. Dat moesten we dus in scène zetten, met kisten die we heel precies hadden nagemaakt. En hoewel de politie had gezien dat ze leeg waren, was het voor hen nog steeds volkomen onwaarschijnlijk dat we iets anders waren dan wapensmokkelaars. Het onderscheid tussen realiteit en fictie is heel vaag."

Theedrinken
De regio waar dit alles zich afspeelt, het noordoosten van Afghanistan, leerde De Pue kennen tijdens zijn werk als fotograaf voor verschillende humanitaire organisaties. "Tijdens het maken van die reportages stuitte ik op de verhalen van kinderen die overleven door schroot en explosieven te verzamelen, of door mee te helpen bij de ontginning van edelstenen, het telen van opium, de smokkel van wapens. Ik ontdekte een rode draad: veel explosieven gaan naar een mijn, waar ze worden gebruikt om lapis lazuli te ontginnen, die edelstenen worden naar Tadzjikistan gesmokkeld, en daar komen wapens voor terug. Op elk van die niveaus zijn er groepen kinderen bij betrokken." Een voordeel van die lange productieperiode was dat De Pue telkens wanneer hij terug was in Afghanistan de kinderen weer opzocht. "We dronken thee, ik legde het scenario uit, we bedachten hoe we dat zouden gaan filmen. Het vertrouwen van mensen win je door daar fysiek aanwezig te zijn. Doordat ik de cultuur en de taal kende, kon ik rechtstreeks met de kinderen communiceren. Dat was een voorwaarde om de film op zo’n intieme manier te kunnen draaien." Hoewel lang niet alle kinderen wees waren, zijn ouders nergens in de film te bekennen. "Kinderen zijn daar al op jonge leeftijd zeer zelfstandig, je kunt ze gerust beschouwen als een soort mini-volwassenen. Dat maakte dat ik echt hún verhaal wilde vertellen. Op een leeftijd van twaalf, dertien, veertien jaar handelen ze als mensen van 25 of 30. De helft van die jongens in de film was al getrouwd."

Fantasieën
"Veel kinderen zijn bezig met gedachten over hoe Afghanistan eruit zal zien als de Amerikanen vertrokken zijn", vertelt de Pue. Hij filmde dan ook niet alleen de realiteit waarin de kinderen leven, maar visualiseert ook hun dromen en toekomstperspectieven. En daarbij filmde De Pue embedded bij de Amerikaans troepen zelf, die op een bergtop een kamp hebben opgeslagen. Ook enkele soldaten houden er levendige fantasieën op na van wat zich afspeelt buiten hun post, die zij natuurlijk niet konden verlaten. "Er was één soldaat die de hele tijd lollig aan het doen was. En een ander met een gitaar, en samen waren die constant een soort voordrachten aan het doen. Dus dat zijn we maar gaan filmen; het was er gewoon. In de montage was dat heel dankbaar, omdat we het konden plaatsen tegenover die wereld van de kinderen — die zij niet kenden, maar die eigenlijk hetzelfde deden. Ook zij waren ook aan het dromen, aan het nadenken: ‘Wat gaan de Amerikanen doen? Wanneer gaan ze weg? Wanneer is het aan ons? Wanneer grijpen wij de macht?’"

Hinderlaag
De Pue had al vijf jaar aan de film gewerkt toen hij in 2013 met zijn crew door de Taliban werd overvallen. "We waren te zichtbaar", analyseert hij achteraf. "Op dat moment waren we met vier Europeanen plus een Afghaanse crew van rond de twaalf, iedereen wist waar we heen gingen en wat we van plan waren. De Taliban hadden op een bepaald moment gewoon een hinderlaag voor ons opgezet, en daar zijn we ingereden. Gelukkig zijn er geen doden gevallen, maar wel gewonden, en al het materieel was kapot. De productie wilde daarna het filmen eigenlijk helemaal stopzetten, maar na alle energie die ik erin had gestopt wilde ik niet zomaar opgeven. Ik moest het verhaal voor een deel herschrijven en een nieuwe aanpak bedenken: meer low-profile, met een heel kleine en meer flexibele crew, die per locatie wisselde. En met verschillende plannen voor verschillende omstandigheden. Om zo te werken kost veel tijd; dus het laatste opnameblok duurde zeven maanden. Aangezien de verzekering geen Europeanen meer wilde dekken, ging ik van start met alleen Afghanen, die ik eerst volledig moest opleiden en trainen om met camera’s, lenzen en geluidsmateriaal te kunnen werken. Omdat ik op 16mm wilde draaien was het bovendien evident dat ik dan zelf het camerawerk zou doen. Het was moeilijk, maar het was de enige mogelijkheid om de film nog te kunnen draaien." Het bleek uiteindelijk een gouden greep te zijn. De Pue: "Ik heb het met veel liefde gedaan. Maar nu wil ik een klassieke fictiefilm gaan maken. Ga ik dan nog steeds zelf de camera hanteren? In Afghanistan was die keuze eenvoudig: er was geen andere manier."