Trumbo

De zwarte lijst van Hollywood

  • Datum 30-03-2016
  • Auteur
  • Gerelateerde Films Trumbo
  • Regie
    Jay Roach
    Te zien vanaf
    01-01-2015
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

De heksenjacht van Joseph McCarthy begin jaren vijftig op (vermeende) communisten kwam niet uit de lucht vallen. Trumbo laat zien dat Hollywood al in 1947 gezuiverd werd van on-Amerikaanse invloeden. De werkelijkheid was alleen ingewikkelder dan de film laat zien.

Door Jos van der Burg

Het oogt als een absurdistisch en surrealistisch kamerspel. In 1947 werd Bertolt Brecht, die in 1933 Hitler-Duitsland ontvluchtte, waarna hij vijf jaar in Denemarken en vanaf 1941 in de Verenigde Staten woonde, door het House Un-American Activities Committee (HUAC) ondervraagd over zijn politieke sympathieën. Braaf beantwoordde de (toneel)schrijver, die het kapitalisme als de wortel van het kwaad zag, de vraag die iedereen voor het comité moest beantwoorden: was hij lid, of geweest, van de communistische partij? Brecht antwoordde ontkennend. Maar zo makkelijk lieten de communistenjagers het er niet bij zitten: Brecht had toch "zeer revolutionaire gedichten, toneelstukken en andere schrijfsels" geschreven? Ja, dat was waar, erkende Brecht, maar dat werk was volgens hem uitsluitend tegen Hitler gericht. Daar kon toch niemand tegen zijn? Komisch wordt het als de communistische rattenvangers Brecht met een artikel denken klem te zetten, waarna hij hun er fijntjes op wijst dat die tekst geen artikel is, maar een passage uit zijn toneelstuk ‘Private life of the master race’. Nog geven de communistische poortwachters het niet op en vragen of het klopt dat veel van Brechts werk gebaseerd is op de ideeën van Lenin en Marx. De in het kat-en-muisspel bedreven schrijver antwoordt dat schrijvers van historische toneelstukken zich natuurlijk ook in Marx’ ideeën moet verdiepen. Als laatste troef toveren de communistische vuurvreters Brechts gedicht ‘Praise of learning’ uit de hoge hoed, dat arbeiders aanspoort om zoveel mogelijk kennis op te doen als voorbereiding op de toekomstige machtsovername. Brecht praat zich eruit met de opmerking dat de voorgelezen Engelse vertaling van het gedicht niet klopt met het Duitse origineel. Wie materiaal zoekt voor een tragikomisch theaterstuk over de Amerikaanse communistenjacht kan terecht bij deze transcriptie van Brechts verhoor. Titelsuggestie: Jagen op spoken.

Verraders
Voor de VS was Jozef Stalin na de oorlog het grote spook. Na het verslaan van Hitler viel de alliantie tussen de Verenigde Staten en Rusland snel uit elkaar. Onderling wantrouwen speelde in de oorlog al een grote rol, maar werd in toom gehouden door het gezamenlijke doel. Na de oorlog veranderde dat wantrouwen in vijandschap, die uitmondde in de Koude Oorlog. Plotseling waren Amerikaanse communisten, die tijdens de oorlog als aanhangers van een bondgenoot werden gezien, met de vijand heulende verraders. Wilden zij de geesten rijp maken voor uitlevering van de Verenigde Staten aan Stalin? De door rechtse Amerikanen aangewakkerde communistenangst kreeg snel een hysterisch karakter. In die paranoïde sfeer richtte men de pijlen niet alleen op de ongeveer zeventigduizend leden van de communistische partij (op een bevolking van honderdvijftig miljoen), maar ook op hun sympathisanten. Tienduizenden ambtenaren, leraren en andere overheidsfunctionarissen werden gescreend op hun politieke loyaliteit. Honderden werden zonder opgaaf van redenen ontslagen. Een groter aantal nam zogenaamd vrijwillig ontslag. De anticommunistische campagne werd gedreven door communistenangst, maar was ook een afrekening door conservatief Amerika met de erfenis van Roosevelts New Deal. Het ingrijpen en stimuleren van de economie in de jaren dertig door de overheid was de aanhangers van het pure kapitalisme al jaren een doorn in het oog. HUAC-voorzitter J. Parnell Thomas noemde Roosevelt New Deal ‘sabotage van het kapitalistische systeem’. Het stimuleren van de cultuur, dat ook een aspect was van de New Deal, leverde volgens hem voornamelijk ‘openlijke propaganda voor het communisme of de New Deal’ op.

Rijpe appel
Parnell Thomas en zijn medestanders keken met argusogen naar Hollywood, volgens hen een broeinest van communistische sympathieën. Ze verdachten Hollywood ervan de geesten rijp te maken voor communistische ideeën, zodat de VS als een rijpe appel in Stalins schoot zouden vallen. Veel aanleiding voor die opvatting was er niet. Zeker, er werkten communisten in Hollywood en mensen met liberale ideeën, maar communistische propagandafilms waren er niet. De invloed van communisten op de filmproductie was nihil. Het verhinderde niet dat honderden acteurs, scenaristen, regisseurs en andere filmmedewerkers onder ede werden verhoord over hun politieke ideeën. In elk verhoor was de sleutelvraag of men lid was, of was geweest, van de communistische partij. Wie er bevestigend op antwoordde, kon het verder schudden in Hollywood, omdat de grote studio’s zich uit overtuiging of, wat vaker het geval was, uit opportunisme achter de communistenjagers schaarden. Brecht hoefde niet bang te zijn om verstoten te worden, omdat de politieke kloof tussen hem en Hollywood al zo groot was, dat hij er toch niets van de grond kreeg. Al in 1942 had hij zijn opvattingen over Hollywood als kapitalistische steunpilaar verwoord in de serie gedichten Hollywood Elegies (Gold in their Mountains/Oil on their coast/Dreaming in celluloid/Profits them most) Dat het HUAC-verhoor hem diep kwetste, blijkt uit zijn vertrek de dag erna uit de Verenigde Staten. Brecht keerde terug naar Europa en zette nooit meer voet op Amerikaanse bodem.

Zwarte lijst
Het HUAC-verhoor was voor Brecht onder meer vernederend geweest omdat hij er geen heldenrol in speelde. Zijn gevatheid en ironische behendigheid ten spijt, had hij wel braaf antwoord gegeven op de sleutelvraag of hij lid was (geweest) van de communistische partij. In de ogen van principiële Hollywoodmedewerkers, die weigerden om deze vraag te beantwoorden, was hij een lafaard. "Mijn beroep is niet held, maar schrijver", was Brechts gevatte, maar niet helemaal overtuigende verdediging. Over iemand die schrijver én held was, gaat Trumbo, de speelfilm over Dalton Trumbo (1905-1976), een gerenommeerde Hollywoodscenarist, die in 1943 lid was geworden van de communistische partij. In zijn HUAC-verhoor weigerde hij, evenals negen andere creatieve Hollywoodgeesten, de vraag naar het communistische partijlidmaatschap te beantwoorden. Deze ‘Hollywood Ten’ stelden dat de vraag in strijd was met de Amerikaanse grondwet, die vrijheid van meningsuiting, religie en vereniging garandeert. Het leverde Trumbo, en de negen andere weigeraars, een jaar gevangenisstraf op wegens minachting van het Congres. Bovenop deze straf kwam nog een straf, want deze mannen kwamen in Hollywood op een zwarte lijst te staan, die hen uitsloot van werk. Ze waren bepaald niet de enigen, want op de lijst stonden ongeveer honderdvijftig namen. Daarnaast was er nog een ‘grijze lijst’ met 350 namen van (vermeende) communistische sympathisanten. Ook deze mensen kwamen jarenlang niet meer aan werk.

Communistische gelovige
Dalton Trumbo was een atypisch voorbeeld van de desastreuze persoonlijke gevolgen van de communistenjacht, omdat Hollywood hem als briljant scenarist niet kwijt wilde. De studio’s lieten hem na zijn vrijlating onder pseudoniemen scenario’s schrijven. Of ze verschenen onder de naam van andere scenaristen. Het levert in Trumbo een grappige scène op, waarin hij in 1954 met zijn gezin thuis voor de televisie zijn script van Roman Holiday de Oscar ziet winnen. Niemand weet dat hij de scenarist is, want op de credits staat Ian McLellan Hunter, die de Oscar in ontvangst neemt. De ironie wil dat een paar jaar later ook Hunter op de zwarte lijst in Hollywood belandde. Drie jaar na Roman Holiday won Trumbo met The Brave One weer een Oscar en ook die kon hij niet zelf ophalen.
Er zit een geweldig verhaal in het leven van Dalton Trumbo, maar de makers van Trumbo volstaan met een heiligenleven, dat het de hedendaagse kijker makkelijk maakt. Hij hoeft alleen ach en oh te roepen over de bizarre heksenjacht. De film portretteert Trumbo als een gezellige gezinsman en politieke liberaal en niet als de diehard communist die hij lange tijd was. Verborgen blijft dat de scenarist in 1939 het Molotov-Ribbentroppact verdedigde, waarin Duitsland en Rusland Polen verdeelden. Ook komen we niet te weten dat hij Stalin ‘één van de democratische leiders in de wereld’ noemde. Evenmin horen we iets over zijn pogingen om in Hollywood verfilmingen te torpederen van anticommunistische boeken, zoals Arthur Koestlers Nacht in de middag. Trumbo was geen heilige maar lange tijd een communistische gelovige. De stalinist, naïeveling en held verdient een film met meer lef dan het schoongeboende Trumbo. Evenals de kijker.