Marco Bechis over BIRDWATCHERS

Na de Zuid-Amerikaanse genocide

  • Datum 07-02-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Marco Bechis

Rijke landeigenaren bezitten in Brazilië grote stukken land die begin jaren vijftig van de indianen zijn afgepakt. Over hun niet altijd zachtzinnige strijd om dat land terug te krijgen maakte Marco Bechis birdwatchers. De Filmkrant sprak met hem in Venetië.

Ooit was filmmaken een inferieure arbeid voor Marco Bechis. De geboren Chileen met een Chileense moeder en een Italiaanse vader groeide op in São Paolo en Buenos Aires en was naar eigen zeggen militant activist tijdens de militaire dictatuur in Argentinië. Het linkse gedachtegoed diende hij door les te geven op een kleuterschool in Buenos Aires. Cinema, besloot Bechis, was conformistisch want in een dictatuur verschijnen nou eenmaal geen kritische geluiden in de bioscoop. Maar ook het lesgeven op een kleuterschool bleek een bedreiging voor het militaire regime en in 1977 werd hij zonder pardon het land uitgezet. Sindsdien werkte hij in New York, L.A., Milaan en Parijs.
In wat hij "de indianenkwestie" noemt, was Marco Bechis al op jonge leeftijd geïnteresseerd, vertelt hij scherp kijkend boven een vriendelijke glimlach. Maar de meeste Argentijnen zijn dat helemaal niet. "Mensen beschouwen indianen nog steeds als inferieur. In het begin van de negentiende eeuw waren ze praktisch uitgeroeid in Argentinië. Maar officieel bestaat dat probleem niet eens. Als je een Argentijn vraagt over de indianen die er ooit leefden, dan zal hij zeggen dat die er nooit zijn geweest."
Als leraar tussen 1975 en 1977 had Bechis al het plan opgevat om indianengemeenschappen in het noorden van het land te onderwijzen over hun eigen geschiedenis. Want in de officiële geschiedenis van Argentinië wordt dat verleden verzwegen. Maar dat plan ging niet door toen hij in ’77 plotseling het land uit moest. In 2002, na zijn vorige film figli/hijos (‘zonen en dochters’), besloot Bechis om naar Argentinië terug te gaan en rond te reizen. "Om te zien wat er was overgebleven na de genocide. Om te zien wie het hadden overleefd en waar die mensen woonden."

Fazendeiros
Op een van die reizen ontmoette Bechis de Guarani-Kaiowà indianen, een groep waartoe tegenwoordig nog zo’n 40.000 mensen behoren. Volgens de legende een stam van strijders. "Ik ontmoette hun leider Ambrosio de eerste keer midden in een veld en toen ik zijn verhaal over de bezetting van hun land hoorde, wist ik meteen dat de film over deze groep moest gaan." Bechis had vooraf flink getwijfeld, vertelt hij, omdat een film misschien alleen maar zou bijdragen aan de toeristenshow waar veel indianen onderdeel van zijn geworden. Toeristen komen naar de indianen kijken zoals ze naar de vogels komen kijken. Ze geven wat geld en betalen zo hun schuldgevoel af. Een film zou misschien niet meer opleveren dan de mooie kiekjes die we op National Geographic zien, ook een soort ‘birdwatching’.
Maar het verhaal dat Ambrosio vertelde over hun strijd tegen de ‘fazendeiros’, de rijke blanke landeigenaren, was zo krachtig dat Bechis besloot daar een film van te maken. Want hun verhaal werd nooit verteld.
Bechis bezocht bijeenkomsten waar de indianen voor hun zaak pleitten en het viel op hoe sterk ze waren. Hoe goed ze hun verhaal konden vertellen. Dat deed Bechis besluiten de indianen zelf als acteurs in de film te casten. Hij begon de principes van film uit te leggen en schakelde theatermensen in om hen te leren improviseren. "Het was niet makkelijk om producenten hier in Italië daarvan te overtuigen. Maar ik zei: zij erin of ik ben weg. Ik kon doorgaan."
Hij vertrok alleen naar Brazilië. "Ik wilde geen filmteam uit Italië want dat zou allemaal veel te duur worden. Dan zou de spaghetti uit Italië moeten worden overgevlogen, ik ken dat. Dus nee, een radicale keuze: ik ging alleen en ik kende mijn hele filmteam niet. Zo werk ik elke keer, elke film is voor mij een prototype. Ik herhaal mezelf nooit. Maar dat maakt het allemaal wel erg intensief. Ik ben wel eens jaloers op mensen die elk jaar een film maken"

Klootzakken
Ondanks Bechis’ politieke agenda is het veel te simpel om birdwatchers een soort antropologische agitprop te noemen. Het onrecht dat de indianen wordt aangedaan is onmiskenbaar maar het zijn geen hulpeloze kneusjes. Zo zijn er binnen de groep veel problemen met drank, al dan niet veroorzaakt door hun ellendige achtergestelde positie. Die leiden tot pijnlijke en soms gewelddadige taferelen. Aan de andere kant zijn er de blanken die soms ook niet beter weten dan dat ze juridisch in hun recht staan. Niet alle indianen zijn heilig en niet alle blanken zijn dictators. Sommigen blanken willen het onrecht niet zien en kijken de andere kant op en sommigen zijn te zeer gewend aan hun eigen luxe om iets af te willen staan. Maar er zijn ook de klootzakken. Die laat de film ook zien. Klootzakken die geweld gebruiken om hun land te behouden.
Bechis gelooft niet dat de indianen de strijd zullen verliezen, ondanks hun achterstandspositie. "Er zijn juridische processen aan de gang. In de Braziliaanse grondwet is dit nog steeds het land van de indianen. In de jaren vijftig is die grond gewoon verkocht door de overheid, zonder de grondwet aan te passen. Dus de overheid zal het uiteindelijk moeten afleggen tegen de wet. Ik zie het als een kwestie van tijd. De zaken zullen veranderen." Tot die tijd blijven de problemen van de indianen bestaan: armoede, opgejaagd worden omdat ze geen vaste woonplaats hebben en dus ook geen gestructureerd onderwijs aan hun kinderen kunnen geven. En dat kan weer gevolgen hebben voor de volgende generatie. Maar ze kunnen zichzelf beschermen, het zijn niet voor niks strijders, vertelt Bechis. "Ze weten hoe ze de publiciteit moeten gebruiken en hoe ze aan arbeid, geld en voedsel moeten komen. Het is een stevige gemeenschap. Zij bestuderen ons ook. Wij zijn dan misschien ‘birdwatchers’ maar zij zijn het ook."

Ronald Rovers