Aïda Begic over SNOW
Niets in het universum verdwijnt
Aïda Begic
De oorlog is voorbij. De vrouwen kunnen beginnen met puinruimen. Na een zegetocht langs internationale festivals is het Bosnische debuut snow van Aïda Begic nu hier te zien als openingsfilm van het Best of Sarejevo Film Festival-festival.
‘Sneeuw valt niet om de heuvel te bedekken’, luidt de raadselachtige opneingstekst van Aïda Begics debuutfilm snow, ‘maar zodat ieder dier zijn sporen na kan laten.’ Het is een half verzonnen, half waarbestaand spreekwoord, gaf de jonge filmmaakster toe toen ik haar afgelopen december in Kopenhagen sprak, waar zij aanwezig was als een van de kandidaten voor de European Film Award voor Discovery of the Year. Begics soms magische, soms magisch-realistische en vaak fel-realistische debuut confronteert haar publiek niet alleen met de gruwelijke gevolgen van de oorlog in het voormalige Joegoslavië, maar ook met zichzelf. En zoiets komt altijd aan.
Een kleine verlaten nederzetting, vol vrouwen en kinderen, met als enige mannen een oude geestelijke en een nog net niet puberende helderziende jongen. Dat is het Bosnië waar we in snow aankomen, net na de oorlog. Waarom neemt u ons juist mee naar die plek? In de oorlog was ik nog een kind, en toen ik me na de oorlog als opgroeiende jonge vrouw vragen begon te stellen die iedere jonge vrouw en man zich stelt, over de zin van het leven en waarom hem of haar nu juist de dingen overkomen die hem overkomen, was een van de dingen die ik me afvroeg wat nu typisch Bosnisch was. Wat is Bosnië? Wat is dit land waar mensen tegen en voor gevochten hebben, en waar mensen naartoe terugkomen, en naar verlangen? Het kan de rijkdom niet zijn. En eigenlijk ook niet eens de schoonheid, hoewel het mooi genoeg kan zijn. Uiteindelijk was mijn conclusie dat het de schoonheid is die in de mensen zit. Ik zag mensen om me heen die de verschrikkelijkste dingen hadden meegemaakt in de oorlog, alles verloren hebben, en toch hun waardigheid en hun menselijke schoonheid hadden behouden. Veel van hen waren vrouwen.
Via die realistische situatie leidt u ons binnen in een magisch-realistische wereld. Om te overleven hebben veel mensen een innerlijke wereld voor zichzelf ontwikkeld die niets met religie te maken heeft, maar wel iets met spiritualiteit of magisch-realisme zoals men dat in West-Europa liever noemt. Dat zit diep geworteld in onze cultuur. Wij ervaren de fysieke wereld en de metafysische wereld als werelden die elkaar kunnen ontmoeten. De doden, de ongeborenen, de geesten, zijn allemaal ergens aanwezig. Niets in het universum verdwijnt ooit, het wordt alleen anders gerangschikt. In de film zijn dat de magisch-realistische momenten.
En op de momenten dat u de echte werkelijkheid de film laat binnenkomen, met z’n projectontwikkelaars, buitenlandse investeerders en allerlei maffiose types, ontstaat een soort hyperrealisme. Die vrouwen moeten op een gegeven moment hun dorp uit om geld te verdienen. En de buitenwereld komt hun dorp binnen met de belofte van materiële welvaart. In die zin staat hun dorp natuurlijk ook voor heel Bosnië: kies je voor isolement en puurheid of verkoop je je ziel en trek je de wereld in? Als je het heel zwart-wit wilt stellen.
Zit daar ook een vorm van sociale kritiek in? Ja, op een bepaalde manier wel. Ons land bevindt zich in een overgangsstadium. We zijn gevoelig voor fenomenen als de zwarte markt, illegaliteit, witwasoperaties, corruptie. Geld is steeds meer het enige referentiekader dat we hebben. Cultuur, identiteit, als je geld hebt is alles te koop.
U gebruikt een aantal intrigerende symbolen, met name het haar van het jongetje dat in één nacht tijd enorm kan groeien. Maar ook de grot, die een plek van gruwel en troost tegelijkertijd is. Dat is op reële voorbeelden geënt. In het begin van de oorlog werd de vader van een vriend van mij in Sarajevo op een nacht uit z’n huis gehaald. Mijn vriend was toen een jaar of 15 en zou ook zijn opgepakt als hij niet zulk lang haar had gehad dat ze dachten dat hij een meisje was. Zijn haar heeft hem gered. Op die manier groeit het haar van Ali in de film steeds als een beschermingsmechanisme als hij zich bedreigd voelt, al is het maar in zijn dromen. Die grotten bestaan ook werkelijk, als plekken waar mensen in de oorlog naartoe zijn gevlucht, maar ook als massagraven waar soldaten talloze lichamen hebben gedumpt. Die combinatie vind ik heel onwerkelijk.
Moeten uw hoofdpersonen daarom een riviertje oversteken om er te komen, alsof ze de Griekse onderwereld ingaan? In ieder geval omdat ze onze fysieke wereld voor even verlaten. Daarom heeft de grootmoeder ook een kleed met al haar aardse bezittingen bij zich. Bijna wat je in iemands graf zou leggen. Maar ook als een brug tussen die twee werelden, en daarmee tussen het verleden en het heden. Maar op een praktisch niveau: ik ben nog niet eens in staat geweest om de film in alle delen van mijn land, of wat ooit mijn land was, te vertonen. In de Servische Republiek ligt hij nog veel te gevoelig.
Dana Linssen
SNOW (Aïda Begic, Bosnië, 2008) is te zien als de openingsfilm van het Best of Sarejevo Film Festival-festival van 7 t/m 17 mei in Filmhuis Den Haag. Het programma bestaat uit 7 recente speelfilms, 8 docu’s en 8 kortfilms uit de Balkan-regio. Voor meer informatie: filmhuisdenhaag.nl.