Tales (Ghesse-ha)
Teheran revisited
Met haar twaalfde speelfilm presenteert de Iraanse filmmaakster Rakhshan Bani-Etemad een omnibus van haar eerdere verhalen en een beeld van de onverzettelijkheid van het Iraanse volk.
Wat gebeurt er met verhalen die we vertellen nadat ze verteld zijn? Hoe vergaat het de personages? Het zijn vragen voor de vertellers van die verhalen. Zeker als dat verhalen zijn die iets aan de kaak willen stellen over de wereld waarin de verteller leeft. Dan is het lot van de personages deels ook het lot van zijn wereld.
Zo is dat met de films van Rakhshan Bani-Etemad, de bekendste vrouwelijke filmmaker uit Iran. Al sinds 1986 maakt de ‘First Lady van de Iraanse cinema’ films die de misstanden in haar samenleving blootleggen, met een scherp oog voor de ondergeschikte positie van vrouwen. Sinds haar laatste speelfilm Mainline (2006) richtte ze zich op documentaires, en Tales refereert zijdelings aan de moeilijkheden daarvan door een filmmaker op te voeren die tracht de Iraanse realiteit vast te leggen maar telkens op barrières stuit. Er is fictie nodig om de werkelijkheid te tonen, lijkt Bani-Etemad te willen zeggen.
Tales is een soort omnibus van haar werk: in een reeks korte vignetten krijgen we kleine verhalen uit hedendaags Teheran voorgeschoteld. Telkens wordt een bijfiguur uit het ene verhaal, vervolgens de hoofdpersoon van het volgende. Die vorm doet natuurlijk denken aan Richard Linklaters Slacker, en Bani-Etemad onderstreept de verwijzing door net als die film te openen met een korte scène over een filmmaker in een taxi. Maar in tegenstelling tot Slacker gaat het er in Teheran weinig gemoedelijk aan toe. Constant staat er iets op het spel — ook voor de maakster zelf. De omnibusvorm werd uit nood geboren, want scenario’s voor speelfilms moeten voor het filmen al worden goedgekeurd door de censuur, maar voor korte films geldt die restrictie niet. Door deze speelfilm te maken als een reeks korte films omzeilde Bani-Etemad dus de beperkingen die de samenleving haar oplegt, net als haar personages dat proberen te doen.
Dat zijn veelal personages uit haar eerdere films, gespeeld door dezelfde acteurs. De drugsverslaafde rijkeluisdochter Sara (Baran Kosari) uit Mainline werkt nu in een afkickkliniek. De jong getrouwde Nargess (Atefeh Razavi) uit de gelijknamige film uit 1992 is inmiddels op de vlucht voor haar gewelddadige echtgenoot. Moeder Touba (Golab Adineh) uit Under the Skin of the City (2001), internationaal Bani-Etemads meest bekende film, strijdt nu voor het achterstallig loon uit de textielfabriek waar ze zich een leven lang kapot heeft gewerkt.
Je hoeft die eerdere films niet gezien te hebben om Tales te kunnen waarderen: de verhalen staan op zichzelf. Gelukkig maar, want haar films waren in Nederland alleen incidenteel op festivals te zien. Maar het heeft wel tot gevolg dat ook de meest bescheiden scènes doorleefd voelen, met een onuitgesproken maar rijke voorgeschiedenis.
Joost Broeren