Peter Krüger en Ben Okri over N — The Madness of Reason

  • Datum 20-10-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Ben Okri en Peter Krüger (foto: Mokum Filmdistributie/Johan Jacobs)

Eigenzinnigheid kost tijd. Negen jaar duurde het om N — The Madness of Reason te maken. Het is een film die in geen enkel hokje past. Toch gaat deze film juist over categorisering, de westerse neiging tot benoemen en definiëren, en het spirituele tegenwicht dat de Afrikaanse werkelijkheid kan bieden. Een film als een polyritmische droom.

N — The Madness of Reason
vertelt het verhaal van de Fransman Raymond Borremans, die in 1929 naar West-Afrika vertrok en er een halve eeuw lang werkte aan een encyclopedie over de regio. Of beter gezegd: het gaat over zijn geest, die onrustig rondzwerft omdat hij is gestorven terwijl hij pas tot de letter N was gekomen. Hij zit gevangen tussen leven en dood, toen en nu, zijn westerse ratio en de non-lineaire realiteit van zijn gekozen thuis. In een hallucinante mix van beelden, waarin het perspectief voortdurend verschuift en verhalen meanderen, maakt filmmaker Peter Krüger zijn zoektocht af. De Nigeriaanse schrijver Ben Okri schreef de teksten, die afwisselend worden gezongen en uitgesproken door Borremans’ geest.

Is dit een Afrikaanse film over het westen of een westerse film over Afrika? Peter Krüger: ‘Ik wilde geen westerse film maken over Afrika. Die worden al jaren gemaakt en ze tonen altijd dezelfde beelden: dansen, maskers, exotica. Of het zijn beelden van oorlog en armoede. Dat doet het continent geen recht en levert bovendien saaie, ééndimensionale cinema op. Wat wij met deze film willen neerzetten is een dialoog. Natuurlijk, de geest van Borremans die telkens aan het woord is, is westers. Maar ergens is dit ook een Afrikaanse film over de westerse manier van denken. Door het gebruik van gezang, dat refereert aan de traditie van de griots [West-Afrikaanse troubadours, ED], wordt het heel erg een Afrikaans verhaal.’
Ben Okri: ‘Toen ik het ruwe materiaal zag, voelde ik meteen dat de film doordesemd is van Afrika. Peter heeft echt de moeite gedaan voorbij het reguliere westerse perspectief te gaan, het lineaire vertellen en de semi-toeristische camera die alleen langs het oppervlak scheert. Om dat te doen moet je een ander besef van tijd ontwikkelen, meer elliptisch. Een verhaal met begin, midden en eind — dat is niet Afrikaans. Verhalen zijn polyritmisch en worden verteld door meerdere stemmen. Afrikanen gebruiken tijd ook anders in verhalen. Het schrapen van de keel, kleine geluidjes, stiltes, zijpaden — het hoort bij wat ik ‘het gebroken oppervlak van verhalen vertellen’ noem.
Bovendien wilde ik schrijven tegen Heart of Darkness. Niet om Afrika te demystificeren maar juist om het te remystificeren.’

Dit is een film over de gesproken en gezongen taal van de orale traditie versus de geschreven taal van de archivaris. In hoeverre gaat het ook over de taal van film? PK: ‘Borremans wilde die encyclopedie maken, zijn levenswerk. Maar om zich in zijn levensonderhoud te voorzien reisde hij rond met een mobiele bioscoop. Film is iets magisch, zeker als je het nog nooit gezien hebt, zoals het geval is met de dorpelingen uit Borremans tijd. Zelfs voor ons is film nog magisch. Maar het slijt helaas. We hebben nieuwe trucks nodig. Daarom is deze film geconstrueerd als een droom. De kijker wordt meegenomen op reis zonder te weten waar hij heengaat. Dat is niet gebruikelijk in de hedendaagse filmwereld, waar alles netjes op volgorde moet. Ik heb dat geprobeerd, van a naar b naar c et cetera, maar dat werkte niet. Deze film is meer als een rivier. Je voelt geen structuur of plot.
BO: ‘Film is alleen magisch als ze permanent haaks staat op de werkelijkheid. Ook in de orale traditie gaan verhalen nooit over het alledaagse leven, maar over buitengewone omstandigheden. Cinema biedt een parallelle toegang tot die invalshoek van verbeelding.’

N — The Madness of Reason is een pleidooi tegen de streng doorgevoerde ratio, die dingen vastlegt maar uiteindelijk verstikt, zoals Borremans vlinders die doodgaan als hij ze opprikt voor zijn verzameling. Toch ontkomt ook deze film niet aan categorisering. In de Internet Movie Data Base staat hij genoteerd als ‘documentaire’. BO: ‘Wat?! Dat is onmogelijk en belachelijk. Als ze er al een etiket op willen plakken dan zouden ze een nieuwe term moeten bedenken.’
PK: ‘Ik kan een boom vastleggen op film, hem een naam geven, categoriseren dus. Maar als ik iets meer van die boom wil laten zien, zijn mysterie wil vatten, dan moet ik andere cinematografische middelen inzetten dan pure documentatie. Geluiden, tekst, muziek zijn nodig om suggesties op te roepen en het onbegrijpelijke te tonen.
Maar als je een film wilt financieren, bestaan er slechts twee categorieën: documentaire en fictie. Voor mij bestaan beide tegelijkertijd. De geest van Borremans is echt, hij leeft in mensen zoals zijn uitgever die besluit de laatste delen van zijn encyclopedie uit te geven. Maar om dat te tonen heb je fictie nodig.’

In de Famished Road-trilogie [Ben Okri’s romans The Famished Road, Songs of Enchantment en Infinite Riches, ED] wordt het verhaal grotendeels verteld vanuit het perspectief van de kindgeest Azaro. In hoeverre was die constructie een inspiratiebron voor de tekst in N — The Madness of Reason? BO: ‘Peter staat open voor een bepaalde spirituele dimensie waarin het onderscheid tussen leven en dood is opgeheven, waar het leven in sommige opzichten pas begint na de dood. Hij is de eerste om dit idee over te brengen naar een Europese context. Dat is nog nooit gedaan. Hij hanteert daarbij dezelfde open toon als in de Famished Road-trilogie. Nieuwe verhalen ontstaan alleen als je grenzen afschaft. Hemingway heeft ooit gezegd: "alle verhalen leiden naar de dood." Maar dat vind ik extreem beperkend. Verhalen gaan juist verder na de dood, de wereld is vol onafgemaakte verhalen.’
PK: ‘Ik heb het idee van spiritualiteit altijd serieus genomen maar heb ook veel research gedaan. In Mali heb ik gesproken met schrijvers en andere intellectuelen, hun het idee van Borremans’ geest als levend in deze wereld voorgelegd. Dat was ook om zelf het idee van een levende geest te leren bevatten, om voet aan de grond te krijgen in de Afrikaanse cultuur.
BO: ‘We hebben deze film niet willen maken vanuit wat we al konden en wisten, maar vanuit het onbekende. Ik heb geschreven als Miles Davis: improviserend en zoekend, gebruik makend van wat er nog niet is. Mijn woorden moesten een relatie aangaan met het beeld maar dat beeld niet dupliceren of ermee in gevecht gaan. De tekst moest het beeld oprekken. Er is maar een soort taal waarmee dat kan: poëzie. Als je goed luistert, hoor je ook dat het een erg ritualistische tekst is, vol ritme en herhaling die net geen echte herhaling is.’

Met deze film maken jullie in wezen het verhaal van Borremans — of zijn geest — af. In hoeverre identificeren jullie jezelf met Borremans, die als encyclopedist in de twintigste eeuw eigenlijk een anachronisme was? BO: ‘Het encyclopedisch streven, alles benoemen en in kaart brengen, is iets erg westers. Anderzijds is de orale traditie van Afrika ook een vorm van categoriseren. Hij is alleen minder streng en eenduidig, heeft meerdere dimensies.
Als schrijver herken ik Borremans’ obsessie met het willen afmaken van zijn levensproject en het trauma dat het voortijdige einde met zich meebrengt. Zoiets wordt doorgegeven aan de geest. Ik ben opgegroeid met de onvolmaakte dromen van familieleden en vrienden. Die bleven spoken. Als Afrikaan in Europa [Ben Okri woont al geruime tijd in Londen, ED] probeer ik een voor mij vreemde wereld te begrijpen door er mijn eigen vorm van categorisering op los te laten. Ik heb tijdens het schrijven dan ook veel gepraat met Borremans, vaak tijdens wandelingen.’
PK: ‘Ik begrijp de obssessie van Borremans goed.’
BO (lachend): ‘Peter heeft veel Borremans in zich.’
PK: ‘Maar ik wilde geen biopic maken. Zo’n portret is toch een reductie, een lemma in een encyclopedie. De film gaat meer over zijn denken en zijn geest dan over de man zelf.’

De film gaat ook over het Afrika van nu. Het beeld dat wordt geschetst is niet fraai: oorlog, doden, honger, vluchtelingen. Lijkt dat toch niet weer erg op de beelden die we dagelijks via het nieuws krijgen voorgeschoteld? PK: ‘Het is de werkelijkheid. Maar ik wilde die werkelijkheid anders presenteren, verbinden aan het verhaal van Borremans. Dat gebeurt bijvoorbeeld door het personage van de journalist die verslag doet van onrusten. De manier waarop hij de lijken langs de weg turft, dat objectiverende, is zoals Borremans de wereld in kaart bracht. Maar ik hoop dat ik de oorlog en armoede op een zodanig andere manier heb weergegeven dat je er anders naar gaat kijken.’
BO: ‘We hebben het er lang over gehad, of we die beelden erin moesten laten. We hebben een versie gemaakt zonder maar die film miste een bepaalde stekeligheid. En de beelden hebben over de tijd ook een andere betekenis gekregen. Toen Peter aan het filmen was, brak in West-Afrika oorlog uit. Daar moet je dan mee omgaan. En de geest van Borremans, waar deze film om draait, kwam noodgedwongen ook in contact met opstandelingen en rebellen, iets wat hij niet kende uit zijn tijd, toen juist Europa het slagveld van de wereld was en Afrika rustig.
Als je goed oplet, merk je dat die passages erg weinig tekst bevatten. De connectie tussen Borremans en de hedendaagse realiteit is er al. De gevaren van categorisering — etnische groepen definiëren, natiestaten nauw omschrijven — zijn hier manifest. Als er meer ratio is dan spiritualiteit ligt de weg geopend voor fascisme. Daarom moesten die oorlogsbeelden er absoluut in.
En het probleem is inmiddels hier, met alle vluchtelingen. De werkelijkheid van Afrika heeft Europa bereikt. Dat is hoe kunst verrijkt of aangevuld wordt door de realiteit. Ik kijk nu anders naar de film dan vorig jaar bij de première in Berlijn.’

Edo Dijksterhuis