Zonder bijgedachten de film in
Portret Jantien de Bood
In het nieuwe programma Forum van de Regisseurs op het Nederlands Filmfestival leidt vanavond Raoul Heertje de Nederlandse Oscarinzending The Paradise Suite van Joost van Ginkel in. "Ik vind het een enorm raar fenomeen dat je volwassen mensen in een zaal gaat vertellen hoe ze naar een film moeten gaan kijken."
Je hebt The Paradise Suite tijdens de première ingeleid zonder de film van tevoren te zien. Hoe heb je dat aangepakt? "Toen heb ik als onderwerp genomen dat ik het een enorm raar fenomeen vindt dat je volwassen mensen in een zaal gaat vertellen hoe ze naar een film moeten gaan kijken. Als het goed is spreekt een film volledig voor zichzelf. En als dat niet zo is, dan is dat een beetje vreemd, omdat dat zou betekenen dat ik elke week mee moet om die film in te leiden."
"Ik relateer dit soort dingen heel erg aan mezelf. Als ik naar een film ga en er gaat iemand van tevoren een speech houden — iets van een papiertje oplezen, heel geforceerd allemaal huishoudelijke mededelingen doen, zeggen dat ze heel hard gewerkt hebben of even reclame maken — dan ga ik me daar aan storen of ik wordt afgeleid. Daardoor zit ik niet meer klaar voor de film, ik sta er minder voor open. Als de film goed genoeg is — en dat is The Paradise Suite — dan raak ik dat gevoel wel kwijt. Maar dat vind ik zonde. Zonde van de tijd en van mijn energie. Dus vanuit die gedachte deed ik tijdens de première ook mijn inleiding. En ik vind het ook leuk om met de spanning te spelen, dat ik me dus eigenlijk afvraag waarom je zo’n inleiding zou doen."
Waarom heb je dan toch besloten dit te doen? "Het enige wat er bij een filmvertoning mis kan gaan is dat het publiek niet prettig zit, niet goed voorbereidt is op de film. Als ik optreed, dan kan ik tijdens mijn optreden nog iets veranderen, of het publiek kan zich aanpassen aan mij. Maar die film is er al, dus die film kan zich niet meer aanpassen. Dan moeten dus die mensen zo goed mogelijk zitten, dus dat is waar ik me op heb geconcentreerd."
"Als ik kan bijdragen aan dat het publiek zonder enige bijgedachten de film in kan, dan heb ik het heel goed gedaan. Maar als ik voor de film iedereen ga proberen te overtuigen van hoe grappig ik ben, en de helft van die zaal vindt mijn grappen niet leuk, dan is een deel van de zaal met iets anders bezig op het moment dat die film begint. Die zijn dan met mij bezig. Dat is zonde. Film is kunst en daar moet je zo open mogelijk naar kunnen kijken. Als ik naar het museum ga en ik sta me alleen maar te ergeren aan toeristen die niet kijken maar alleen maar foto’s maken, dan ik het kunstwerk niet meer goed in me op. Dat is zonde."
Maar je gaat dus ook niet jouw mening geven over de film? Of de film duiden? "Je gaat toch niet van tevoren zeggen wat je van een film vindt die niemand in de zaal nog gezien heeft? Dat interesseert toch niemand? Ik vind mijn mening natuurlijk enorm belangrijk, maar daar zit op zo’n moment niemand op te wachten. Ik zou wel kunnen vertellen wat de film met mij gedaan heeft, maar dan wil ik dan zo doen dat het mensen niet een richting op duwt. Al is dat heel ingewikkeld. Daarom vind ik het idee van een inleiding wel heel goed en leuk, maar ben ik er eigenlijk tegen. Ik doe het dus eigenlijk vooral omdat ik er tegen ben. Het werkt voor mij heel goed om mezelf in situaties te brengen waarvan ik denk: ‘Daar moet ik me dan maar uit zien te lullen.’ Dat is eigenlijk ook wat ik in dit gesprek gedaan heb."
Sacha Gertsik
Lees meer over het programma in het Filmkrant-dossier over het Forum van de Regisseurs.