Webfilm: Hip Hop fata morgana
De overdonderende zwart-wit videoclip van Kendrick Lamar’s Alright overstijgt elk traditioneel beeld van de rapvideo. Het is een megalomane verbeelding van post-Ferguson Amerika die werkt door juist alle hip-hopclichés erin te verwerken.
To Pimp a Butterfly, het nieuwste studio-album van superrapper Kendrick Lamar, luistert weg als een ambitieuze film van Spike Lee. Het album verschuift vloeiend van het extreem intieme — de getroebleerde grijze materie die in Lamar’s briljante schedel zit — naar het epische, grootse — slavernij, de zwarte diaspora en institutioneel racisme. Het is een caleidoscopische luisterervaring die met evenveel humor als ernst in context kan plaatsen hoe het is om een zwarte superster te zijn in post-Ferguson Amerika.
Het nummer Alright werkt daarbij als een belangrijk kantelpunt. Midden op de plaat, genesteld tussen het haatspuiende U en de Faustiaanse fabel For Sale? (Interlude), vormt Alright de emotionele brug van To Pimp a Butterfly: van depressie en hulpeloosheid naar commerciële verleiding en faam, met deze feestelijke catharsis in het midden. Maar het is geen zorgeloos genot: het is de verpletterende haat en depressie van het voorgaande nummer die smeken om deze verlossende euforie.
Het dubbele gevoel van rouwen en vieren in Lamars nummer is perfect gevisualiseerd in de door Colin Tilley geregisseerde videoclip. Anaconda-regisseur Tilley (die verder vooral clichématige hip-hopvideo’s heeft gemaakt, vol met de overbekende billen, tieten, wapperende flappen en mooie auto’s) laat de klassieke rapvideo in deze zwart-wit clip uit zijn voegen barsten door juist alle clichés te gebruiken. Het resultaat is net zozeer een spirituele opvolger van Dr. Dre’s Let Me Ride als van Mathieu Kassovitz’ La haine.
Wat gebeurt er als de hip-hopfantasie werkelijkheid wordt? Dan wordt de rapper letterlijk gedragen op de schouders van de Amerikaanse politie, is er genoeg geld voor iedereen, staat de rapper boven de wetten van de natuur en stijgt die letterlijk op om door zijn verdiende rijk te vliegen. Kendrick Lamar staat in de egotrip van Alright bovenop de apenrots en iedereen viert dat met hem mee.
Het is een beeld dat zo vaak is geschetst in muziekvideo’s: rappers met geld, met vrouwen, met faam en met macht. Maar zelden is deze fata morgana zo scherp gerelativeerd als hier. Dit is de natuurlijke tegenhanger van al die andere bekende beelden: politiegeweld, onderdrukte protesten en aanhoudende discriminatie. De indrukwekkende proloog van Alright laat die grimmige realiteit zien in een sequentie die haast sneller aan elkaar lijkt te zijn gemonteerd dan dat de beat op de soundtrack bonkt. We worden eerst geconfronteerd met de realiteit om daarna in Lamars fantasiewereld te worden gezogen.
Het escapisme is overigens maar van korte duur. Wie te dicht bij de zon vliegt, moet vanzelfsprekend ook neerstorten. Dat geldt ook voor Lamar die gezeteld op een lantaarnpaal boven de straten van Los Angeles uittorent. Zijn egotrip komt tot een einde met een symbolisch schot in het hart. In een soort Vertigo-moment storten we ons met hem mee terug de realiteit in.
Daar ligt de rapper dan, verstild, met zijn rug op het asfalt. Totdat een laatste glimlach zich nog op zijn gezicht tovert. Wie het album heeft geluisterd weet waar die lach vandaan moet komen. Wie dat nog niet weet, heeft genoeg reden om To Pimp A Butterfly snel op te zetten.
Hugo Emmerzael