‘Voor mij zijn het helden’

  • Datum 22-03-2014
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Productiestill van La jaula de oro

Zeven jaar bereidde Diego Quemada-Diez, de regisseur van La jaula de oro, zich voor en toen sprong hij met camera en al op een rijdende trein.

Door Barend de Voogd

"Ik wilde een stem geven aan de migranten", vertelt Diego Quemada-Diez die te gast is op het Movies That Matter Filmfestival in Den Haag. Zijn regiedebuut en openingsfilm La jaula de oro volgt de gevaarlijke reis van vier jongeren die vanuit Guatemala naar de Verenigde Staten proberen te komen. De documentaire beelden van arme latino’s op de daken van oude, vervallen treinen en de aangrijpende confrontaties met de grenspolitie en de bendes vormen de achtergrond voor een verrassend subtiel coming-of-age verhaal.

Quamada-Diez is zelf migrant. Geboren in Spanje, waar hij in 1995 voor het eerst op een filmset stond als camera-assistent bij Ken Loach’ Land and Freedom, verhuisde hij zeventien jaar geleden naar de Verenigde Staten. Hij bouwde er een carrière op als cameraman voor o.a. Isabel Coixet, Alejandro González Iñárritu en Fernando Meirelles. "Ik had ook een American Dream. Ik wilde films maken. Het was een zware tijd, want ik was illegaal in het land en had valse papieren gekocht. Ik reisde gelukkig niet op het dak van een trein, maar ik weet dus hoe het is om in een ander land terecht te komen, in een Angelsaksische cultuur, en te zien hoe je dromen uiteenvallen. La jaula de oro is een mix van mijn eigen gevoelens en het verlangen om over het lot van de migranten te praten."

Wat gaf de aanzet om La jaula de oro te maken? "Ik was in Mexico bevriend geraakt met een taxichauffeur, Toño. Hij woonde vlak bij het spoor. We zagen iedere dag die migranten voorbijkomen op de treinen en gaven ze water en voedsel. Ik was geschokt door hun verhalen. In mijn ogen zijn het een soort helden. Ze offeren alles op voor hun familie. In het begin wilde ik er een documentaire over maken, maar het lukte me niet om daar het geld voor bijeen te krijgen. Met een fictiefilm creëerde ik meer kansen voor mezelf: een groter budget, een grotere scope, een dramatische structuur, een film die meer als een avonturenfilm zou aanvoelen. Tegelijkertijd stond ik er wel op dat we de film in sequentie zouden schieten. We stappen op een échte trein, met échte migranten. We maakten die reis samen met die vier kinderen. De camera is ook een soort personage. Hopelijk opent dat de ogen van veel Amerikanen: die gastarbeiders zonder papieren, dat zijn mensen. Jij zou in hun plaats hetzelfde doen."

U heeft zich jarenlang voorbereid. "Ik heb in zeven jaar met ongeveer zeshonderd migranten gesproken, in Mexico, de VS en Guatemala. Ondertussen verdiende ik mijn geld als cameraman. Ik heb met ontzettend getalenteerde regisseurs gewerkt, en vaak hebben die een heel complexe esthetiek, maar uiteindelijk voelde ik dat ik terug moest naar wat ik van Ken Loach heb geleerd. Geen dolly’s. Geen helikopters. Geen steady-cam. Natuurlijk licht. Focus op de personages en op het verhaal dat je wilt vertellen."

Maar voor welk verhaal kies je dan, met al die getuigenissen? "Precies. Eigenlijk heb ik teveel onderzoek gedaan. Ik had net zo’n recordertje als jij hebt. Zeshonderd interviews, dat resulteerde eerst in een veel te lang script, een soort televisieserie. Uiteindelijk heb ik al die ooggetuigenverslagen gebundeld in die vier kinderen. Alsof je met lego speelt. Je hebt al die blokjes werkelijkheid en daaruit bouw je een verhaal. Iets wat iemand me verteld heeft. Iets wat ik heb gezien. Dat ze haar haar liet afknippen. Dat zijn schoenen gestolen werden. Dat hij een kip stal omdat hij honger had."

De film profiteert van vier goede niet-professionele acteurs. Ik geloof dat alleen Karen Martínez enig theaterervaring had? "Ja, maar dat was eigenlijk een probleem. Ze had veel talent, maar ik moest haar die toneelmaniertjes afleren. Ik heb zesduizend kinderen auditie laten doen: drieduizend in Guatemala, drieduizend in de inheemse gebieden. Daaruit heb ik deze jongeren gekozen. Juan (Brandon López ) staat symbool voor de stedelijke migranten, Chauk (Rodolfo Domínguez), die ook echt geen Spaans sprak, vertegenwoordigt de migratie vanaf het inheemse platteland. Sara representeert de vrouwen."

Waar lette u nog meer op bij de casting? "Mijn eerste vraag was steeds: wil je ook naar Noord-Amerika? Als ze nee zeiden, dan hield het daarmee natuurlijk al op. Verder zoek je vooral naar die vonk in hun ogen. Deze kinderen… alles wat ze doen is interessant: hoe ze bewegen, hoe ze praten."

Vooral Juan, met al zijn tekortkomingen, is mooi. Hij is onvriendelijk, jaloers, egoïstisch, racistisch… (Lacht) "Veel daarvan komt van mijzelf. Het is ook een verhaal over transformatie. Ik ben soms ook egoïstisch en bevoordeeld, net als iedereen. Chauk is geïnspireerd op mijn vriend Chak, een Maya. Zijn grootvader stelde hem altijd van die bijzondere vragen. "Waarvan dromen de wolken?" Dan zou je bijvoorbeeld kunnen antwoorden. "De wolken dromen ervan om met de vissen te spelen, want alle wolken worden uiteindelijk regen en keren terug naar de oceaan." Chauk leert Juan poëzie. Hij leert hem om het mysterie te omarmen, te delen. Je moet een balans vinden tussen individualisme en gemeenschapsgevoel. We zijn allemaal samen. We delen een planeet.  Ik wilde in de film het idee benadrukken dat we, buiten alle grenzen, nationaliteiten en talen, allemaal ook iets delen. La juala de oro vertelt dat aan de hand van Juan, een stadsjongen die individualistisch en materialistisch is, en Chauk, die van een totaal andere kosmologie uitgaat. (Pauzeert en lacht dan:) Eigenlijk is het gewoon weer een film over een cowboy en een indiaan. Alleen verandert ditmaal niet de indiaan, maar de cowboy. Wat nu, als ik mezelf verander? Dat deel in me, dat altijd maar wil bezitten, koloniseren? Wat als je jezelf verovert? Dat is de groei die Juan doormaakt."

Hoe werk je met zulke onervaren acteurs? "De casting is het belangrijkste. Als je de goede acteurs hebt, dan heb je meer dan de helft al gedaan. Daarnaast hebben we ze ongeveer anderhalve maand workshops gegeven. Wat we ze níet gegeven hebben, was een script. Ze kenden het verhaal niet, ontdekten pas vijf minuten voor de scène wat er zou gaan gebeuren. Bij praatscènes vroeg ik ze hoe ze het tegen hun vrienden zouden zeggen en dan schreef ik de dialogen opnieuw. Maar verder: in plaats van ze te vertellen wat ze moesten doen, concentreerde ik me op de omgeving waarop ze moesten reageren. Opeens stopt de trein en is er overal grenspolitie. Wat doe je? Je begint te rennen. Het is bijna automatisch. Simpel. Met dank aan Ken Loach: geef ze de ruimte zichzelf te zijn. De kinderen zeggen tijdens interviews nog steeds dat ze eigenlijk helemaal niet geacteerd hebben."

Zo konden zich ze ook niet mentaal voorbereiden op enkele van de meest heftige scènes in de film. "Klopt. We huilden allemaal tijdens die scène waarin iedereen uit de bus moet stappen. Ter voorbereiding zijn we in de workshops wel heel diep met ze gegaan. Ze huilden, maar daarna waren ze zoveel sterker en waren ze in staat iedere emotie aan te gaan. Brendon huilde bijna iedere dag tijdens de workshops. Hij miste zijn moeder. Hij miste de stad. De geluiden van de auto’s, de sirenes, de muziek. Hij wilde naar huis. Na een week hield hij op met huilen. Ik geloof dat je hem echt op camera volwassen ziet worden. Maar zélfs de finale heb ik ze pas vijf minuten van te voren verteld. "Kom," zei ik. "We gaan even een stukje lopen." Toen heb ik ze verteld hoe het zou aflopen. Ze werden heel kwaad."

Dat kan ik me voorstellen. "Maar wat er in die woestijn gebeurt, is een wedergeboorte voor Juan. Mensen trekken naar de VS om geld te verdienen, met de ergste baantjes die niemand wil. Alleen maar omdat ze meer dingen willen bezitten. Ze weten niet eens waar ze naar toe gaan. Ik wilde laten zien dat het een val is. Maar als je daar dan uitkomt, zie je opeens dat de mens ook iets oneindigs heeft. Ken je die film van Jack Arnold, The Incredible Shrinking Man? Die finale! Hij wordt steeds, kleiner en kleiner, en gaat uiteindelijk op in de kosmos. Ik heb zo gehuild toen ik dat zag. Ik kan daar niet aan tippen, maar zoiets wilde ik ook. Voor mij is het laatste shot in La jaula de oro, met de sneeuw, een moment van hoop. We moeten eerst voelen wie we allemaal verloren hebben onderweg, en dan kennen we ons deel van het universum. De sneeuw verandert in sterren. We zweven in de ruimte. We zijn slechts stipjes licht… Snap je? Het is het begin van een nieuwe reis."

La jaula de oro is maandag 24 maart nog tijdens het Movies That Matter festival in Den Haag te zien (moviesthatmatter.nl) en vanaf 3 april in de bioscoop.