Redactioneel – 26 september 2013
Illustratie Typex
Het beroep van filmjournalist heeft soms iets van dat oude kinderspelletje ik-ga-op-reis-en-ik-neem-mee. Filmjournalisten zijn namelijk voortdurend onderweg. Van de ene film naar de andere en ondertussen in je hoofd naar al die werelden die in die films worden opgeroepen. In die koffer zit dus op z’n minst een paar ogen. En soms zou je willen dat je een paar reserve-ogen had, want er zijn zoveel films te zien, er is zoveel te zien dat je soms niet weet wanneer je je ogen rust moet gunnen.
Een filmjournalist is soms ook een soort klaar-over die op een kruispunt halt houdt en de weg wijst: voor La vie d’Adèle rechtdoor, voor Dummy Jim het fietspad nemen, en ondertussen probeer je je niet van de sokken te laten rijden door bezoekers op weg naar Formule 1-film Rush.
En soms reis je even met het publiek mee. Als een reisleider in de bioscoopzaal in de vorm van een inleiding. Die vorm van live-journalistiek is bijzonder avontuurlijk, want hoewel je de film kent, wordt elke film toch weer een beetje anders door de zaal, de bezoekers of alles wat er in de wijde wereld buiten voorbij raast.
Onlangs was ik in Cinema Oostereiland in Hoorn en kreeg een lift terug naar het station van directeur Margret Wagenaar. We spraken over filmtheaters als ontmoetingsplaatsen. En dat het filmtheater van de toekomst steeds meer ook een sociale functie zal krijgen.
Dat is iets waar ik de afgelopen tijd veel aan heb gedacht. Dat kwam natuurlijk door dat gekke beroep dat er door onze misantrope koning op ons wordt gedaan om deel te nemen aan onze samenleving. Alsof we dat daarvoor niet deden. En als je vindt dat mensen niet genoeg deelnemen, hoe je dan zorgt dat dat wel gebeurt? Door ze in de steek te laten? Ik dacht dat deelnemen iets te maken heeft met mensen ontmoeten, met leren, vallen, opstaan, empathie ontwikkelen, verantwoordelijkheidsgevoel, nieuwsgierig (mogen) zijn en tegen de stroom in kunnen zwemmen om een drenkeling te redden. Een gedeeld doel hebben. Dezelfde interesses. Scholen, musea, concertzalen, theaters, bibliotheken, sportcomplexen, filmtheaters: vensters die andere werelden dichtbij brengen. Vergezichten.
En een blik van herkenning in de ogen van degene naast je in de kleedkamer, de leeszaal, de schoolbanken, het (film)theaterdonker. Een reden om je hand naar iemand uit te steken. Zo simpel kan het zijn, toch?
Toen waren we op het station. Een nieuw kruispunt. Mijn ogen waren nog niet moe.
Dana Linssen | twitter @danalinssen