Ursula Meier over Sister

Skilift als sociale ladder

  • Datum 01-11-2012
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Ursula Meier

Een ‘sociaal fantasma’ noemt Ursula Meier haar grauw­realistische sprookje Sister over een jongetje dat hunkert naar een moeder maar met een zus zit opgescheept in een Zwiters bergdorp en ski’s steelt om in hun levensonderhoud te voorzien.

"Als er een ding not done is", beaamt de Zwitserse en in Brussel woonachtige regisseuse Ursula Meier (1971) desgevraagd, "dan is het wel het stelen van ski’s en skispullen uit een skigebied. Het is erger dan winkeldiefstal. Op de piste laat iedereen zijn spullen rondslingeren omdat het een van de laatste plekken is waar men elkaar vanzelfsprekend vertrouwt."
En toch is dat precies wat er gebeurt in haar nieuwe film Sister (L’enfant d’en haut), die afgelopen winter tijdens de Berlinale in première ging en daar bekroond werd met een Zilveren Beer. Inmiddels is de meer realistische opvolger van het absurdistische Home (waarin een echtpaar wordt ingebouwd door een snelweg) ingezonden als kandidaat voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film en doet Sister na zijn Nederlandse pre­mière op het Leids Film Festival ook hier de bioscopen aan.

Droommoeder
Sister zou zomaar een kans kunnen maken op een nominatie, aangezien een belangrijke bijrol is weggelegd voor Gillian — X-Files — Anderson. Ze vervult de rol van droommoeder voor het jongetje Simon, die alleen met zijn oudere zus die zeer tegen haar zin de rol van moeder moet spelen, in een Zwitsers bergdorp woont. Geld hebben ze niet. Zus Louise (Léa Seydoux) is mooi en sexy, en ook Simon bewondert haar mateloos, maar erg veel verantwoordelijkheidsgevoel heeft ze niet. Vandaar dat hij dus zijn steentje aan de huishoudpot bijdraagt door een handeltje op te zetten in tweedehands ski’s, brillen en helmen.
"Simon weet precies dat hij op de piste weinig risico loopt om gepakt te worden", vertelde Meier aan een groepje journalisten in Berlijn. "Hij weet ook dat skiën een dure sport is, en dat de meeste toeristen niet echt arm zijn, dus voelt hij zich niet schuldig over wat hij doet. Zijn slachtoffers kunnen heus wel een paar nieuwe ski’s kopen denkt hij."

Sociale ladder
De skipiste is een filmisch nog weinig ontgonnen terrein, terwijl hij fotogeniek is en symbolisch: "De plek is theatraal. Simon draagt een helm en een skipak, dus hij is onherkenbaar. Hij speelt de rol van anonieme toerist. Elke keer moet hij zich met de skilift naar boven laten vervoeren om in dat paradijs te komen. Onder in het dorp zitten de arme dorpsbewoners. Boven zit de elite. Het is alsof hij fysiek elke keer de sociale ladder moet beklimmen."
"Omdat de piste zo’n dankbare locatie is, heb ik me daar voornamelijk toe beperkt. Ik laat buiten beschouwing wat ze buiten het skiseizoen doen. En laat niets van het leven van Louise zien. Ik wilde dat de film realistisch zou zijn, maar ook mysterieus. De metaforen moesten gegrond zijn in de fysieke werkelijkheid."

Zwitsers
Het realisme van de film roept al snel de vergelijking met de gebroeders Dardenne op, niet helemaal tot Meiers genoegen. "Ik ben een grote fan van de Dardennes, maar vind dat mijn films sprookjesachtiger en symbolischer is dan hun werk. Hij is bovendien door en door Zwiters. Niet alleen door onderwerp en locatie, maar ook omdat ik beïnvloed ben door Zwitserse filmmakers als Alain Tanner en Claude Goretta. Zij maken net als ik een mix tussen sociaal realisme en familiedrama."
"Bovendien valt het met dat realisme ook wel mee. Zwitserland is een van de rijkste landen ter wereld. Maar waar is de sociale dienst, waar is de politie? Simons problemen zijn problemen die gaan over de cocon van het gezin, over de vraag wat familie is. Hij hunkert naar liefde en geborgenheid. In die zin is Sister een so­ciaal fantasma."

Dana Linssen