Rúnar Rúnarsson over Volcano

'IJslandse mannen tonen hun emoties niet'

  • Datum 05-07-2012
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Foto Noordelijk Film Festival – René Veldhuis

"Als twintiger heb je nog een heel leven voor je, maar Hannes niet." De hoofdpersoon van Rúnar Rúnarssons Volcano staart in het gapende pensioengat.

Een coming-of-age verhaal over een man van 67. Dat was de pitch waarmee de IJslandse regisseur Rúnar Rúnarsson zijn producenten verleidde om zijn speelfilmdebuut Volcano (Eldfall) te financieren. "Hannes is een ouderwetse man," legt Rúnarsson uit, "die is opgevoed met het idee dat je als man je emoties niet laat zien, zoals veel IJslandse mannen van die leeftijd." Twee wendingen in Hannes’ leven maken dat hij daar verandering in moet brengen: zijn pensioen en vrouw Anna, die altijd voor hem zorgde, wordt ziek. Zo worden hun rollen omgedraaid.
Rúnarssons eerdere kortfilms Síðasti bærinn (The Last Farm, 2004), Smáfuglar (Two Birds, 2008) en Anna (2009) lieten ook steeds zulke ingrijpende overgangen zien. "In zulke situaties staat meer op het spel. Of dat nu de overgang van kindertijd naar tienerjaren is of die naar volwassenheid, of zoals in Volcano de transitie van werk naar pensioen. Hoewel pensionering nog ingrijpender is. Oude mensen weten dat die overgang hun laatste zal zijn. Nou ja, er zal nog één andere overgang volgen. Hannes heeft slagen gemist in het leven. Hij heeft zijn vrouw verwaarloosd en geen band met zijn kinderen opgebouwd. En nu heeft hij weinig tijd meer om dat in te halen. Als twintiger heb je nog een heel leven voor je om dat waar je spijt van hebt te veranderen."

Egoïstisch
Hannes is, zacht gezegd, een lastig personage: knorrig, bot, bruusk, gesloten. "Daar heb ik me nooit zorgen over gemaakt. Mijn dramaturgen wel", lacht Rúnarsson. "Iedereen struikelde over die onaangename hoofdpersoon. Ik begrijp hun protest wel, maar het is juist een van die dingen die ik interessant vind in het verhaal. Dat was de uitdaging die ik zocht: de toeschouwer langzaam onderdeel maken van Hannes’ wereld."
Die eigengereidheid toonde Rúnarsson op alle vlakken. "Ik ben een egoïstische filmmaker. Ik maak films die ik zelf wil zien, en die in zekere zin over mijzelf gaan. Ik lijk niet op Hannes: ik ben 34, ik zou een moderne man moeten zijn, die over emoties kan praten. Maar uiteindelijk ben ik op dezelfde manier opgevoed dus ik hang daar ergens tussenin. Net als Hannes’ zoon in de film. Hij denkt dat hij beter is, maar hij lijkt ongewild meer op zijn vader. De film gaat vooral over wat het betekent om een man te zijn. En in die zin dus ook over mijzelf."

Schuren
De zwijgzame hoofdpersoon is tekenend voor Rúnarssons filmstijl, waarin nooit een woord teveel gezegd wordt. "Het is geen hoorspel, je hoeft dingen niet steeds uit te spreken. Ik hou ervan om met kleine visuele dingen te spelen. Neem bijvoorbeeld Hannes’ boot, een symbool van zijn verleden, en in zijn afgetakeldheid ook een teken van hoe hij zijn leven en zijn echtgenote heeft verwaarloosd. De naam van de boot, die in de ondertiteling niet vertaald wordt geloof ik, is ‘Rots’. Wanneer Hannes’ kleinzoon helpt de boot op te knappen, schuurt hij precies die naam weg."
Dat betekent niet dat alles vooraf vastligt. "Ik ben een control freak, en met mijn cameravrouw Sophia Olsson heb ik ruim vier maanden gewerkt aan de storyboards en het uitdenken van de sfeer. Maar daar gebruiken we uiteindelijk hooguit veertig procent van. Doordat we alles zo grondig hebben doordacht, kunnen we tijdens het draaien sneller oplossingen bedenken als er problemen zijn en de cadeautjes die je op je pad vindt makkelijker in ontvangst nemen."
Zo is bijvoorbeeld het slotbeeld van de film tot stand gekomen. "We waren aan het draaien op een klein eilandje en terwijl ik moest wachten tot de set was omgebouwd, reed ik rond. Toen stuitte ik op een prachtig uitzicht: het was de hele dag rotweer geweest, maar nu brak de zon voorzichtig door het wolkendek. Daar hebben we snel gebruik van gemaakt, wat het eind van de film compleet heeft veranderd. Het einde dat ik geschreven had, was meer ambigu; dit einde is simpeler maar ook poëtischer. Het krijgt iets religieus. Ik zie Hannes niet als een gelovige man, maar op een bepaalde manier wordt hij daar geconfronteerd met zijn zonden in het oog van zijn maker."

Joost Broeren