Acteurs Nerea Barros en Jesús Castro over La isla mínima

  • Datum 28-05-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Still uit La isla mínima

Gisteravond opende in Pathé Tuschinski het Amsterdam Spanish Film Festival. Openingsfilm La isla mínima is een uitstekende thriller en winnaar van maar liefst tien Goya Awards. Eén daarvan ging naar Nerea Barros, als beste nieuwe actrice; haar tegenspeler Jesús Castro werd genomineerd in de categorie beste mannelijke nieuwkomer. Beiden waren bij de opening aanwezig.

Alberto Rodriguez’ La isla mínima voert ons naar het Spanje van 1980. Het land bevond zich in een overgangsperiode, tussen de dood van dictator Franco in 1975, het referendum over de eerste democratische grondwet in 1978 en de mislukte fascistische coup van Antonio Tejero in 1981. In een van de eerste scènes zien we zien we twee detectives hun intrek nemen in een hotel in de moerasachtige omgeving van de rivier de Guadalquivir, in het zuiden van Spanje. Er staat een crucifix in de hotelkamer, gedecoreerd met portretten van Franco, Mussolini en Hitler.

De politiemannen Pedro en Juan (sterke tegenpolen en uitstekend neergezet door Raúl Arévalo en Javier Gutiérrez), doen onderzoek naar de verdwijning van twee tienermeisjes. Carmen en Estrella hebben in het dorp de reputatie ‘gemakkelijk’ te zijn. Langzaam maar zeker leggen de politiemannen niet alleen de waarheid over de meisjes bloot, maar ook de verborgen machtsstructuren en misogynie in deze arme, verlaten streek — die tegelijkertijd van een weergaloze schoonheid is. Cameraman Alex Catalán verleende de film een intense, bijna surreële sfeer.

La Isla Mínima trok bijna 3,5 miljoen bezoekers in Spanje. Nerea Barros speelt de rol van de moeder van Carmen en Estrella. Jesús Castro de rol van Quini, een knappe jongeman die vrijwel alle meisjes uit het dorp kent, en dus de hoofdverdachte is. "Het gebied is heel arm", legt Barros uit. "Het ligt zo’n twintig kilometer van Sevilla. Onder Franco werd er veel rijst verbouwd. Er kwamen ook mensen die zich verscholen, die op de vlucht waren voor de dictatuur. Met de industrialisatie werd alle landarbeid langzaam maar zeker vervangen door machines en raakte de streek ontvolkt. Er bleven heel veel van die kleine leegstaande huisjes over, zoals je die ook in de film ziet. Begin jaren zeventig had de streek ook een reputatie voor heroïnesmokkel. De macht was en is er in handen van een kleine groep. Er waren veel verkrachtingen, vermissingen, ontvoeringen… Het is een prachtig gebied, met een ongelofelijke flora en fauna, maar er gebeurden verschrikkelijke dingen. Albert Rodríguez en [coscenarist] Rafael Cobos raakten geïnspireerd toen ze een fototentoonstelling zagen van Atín Aya met portretten van de bewoners van de regio."

Naast het landschap speelt ook de politieke periode een grote rol in de film. Jullie waren toen nog niet eens geboren: Nerea is uit 1981, Jesús uit 1993. Barros: "Voor mij was dat een reden om mee te doen. Het is een belangrijk deel van onze geschiedenis. In Spanje hebben we het probleem dat we het verleden onder het tapijt hebben geveegd. Wat er toen gebeurd is, moet aan het licht komen zodat we beter begrijpen waar we nu zijn. We moeten erover praten. Alberto wilde deze film maken als een weerslag van de Spaanse samenleving. Daarom concentreert hij zich op deze personages. Je hebt de twee politiemannen; de één is van de nieuwe tijd, de ander meer van het verleden. En in het dorp heb de lokale machthebber, de man met de hoed, de cacique, en je hebt het haantje, dat is Quini. Zo is het altijd geweest in Spanje en zo is het nog steeds."

In de scène waarin we voor het eerst kennismaken met dat personage — Quini is dan achterin de auto van Juan en Pedro gekropen — voel je ook meteen die dreiging. Castro: "Quini is niet bang voor de agenten. Hij is iemand die daar leeft en alles controleert. Hij weet welke auto’s er komen, wie waar is. Hij heeft een zwarte ziel. Dat was de regieaanwijzing die Alberto me gaf: hij heeft weinig gevoel, geen medelijden, dat is zijn rol in het dorp."
Barros: "Alberto is een echte acteursfluisteraar. Hij zit naast je en praat heel zachtjes op je in: hoger, lager, een beetje harder… Hij geeft perfecte aanwijzingen, maar alles heel subtiel."

Jij speelt de rol van de moeder van Carmen en Estrella. In Spanje ben je bekend van televisieseries, je poseerde voor Esquire, je bent jong, mooi… Deze rol kon nauwelijks verder van je afstaan. Barros: "Ja, dat is zo. Ik heb geen kinderen, ik heb een totaal andere achtergrond. Rocio is veertig en moeder. Haar man deed zijn militaire dienst in Galicië en ze is met hem meegekomen naar deze steek. Ze moet zich aanpassen aan de harde omstandigheden: werkloosheid, armoede, weinig liefde van haar man, en ze maakt zich zorgen over haar twee dochters. Weet je, Alberto wilde mij aanvankelijk ook helemaal niet. Hij zocht een echte Sevilliaanse, een moederlijk type. Maar de mensen van de casting hielden vol dat ik de beste zou zijn voor de rol. Toen ik de eerste dag kwam, keek hij me aan en zei: ‘Oh nee, nee, dit was een vergissing.’ Later hebben we samen die foto’s van van Atín Aya bekeken en toen begon mijn personage zich te vormen. Ik hoefde, om in de rol te komen, alleen maar te denken aan de ogen van mijn moeder. Daarin vind je al die onvoorwaardelijke liefde. Ik dacht ook aan de vrouwen die ik in Galicië gekend heb, altijd gekleed in het zwart, weduwen. Ik dacht dat het heel moeilijk zou zijn, maar eenmaal op de set en in deze kleding bleek dat ik heel veel houvast had."

Jesús, je speelde eerder in El nino (Daniel Monzón, 2014) met onder meer Luis Tosar en Sergi López en je zit momenteel in de populaire televisieserie El príncipe. Castro: "Ja, en in deze film speel ik met Raúl Arévalo en Javier Gutiérrez. Indrukwekkende acteurs, allebei. Ik heb het gevoel dat ik als beginnend acteur een soort stoomcursus krijg. Ik zit in het tweede seizoen van El príncipe. Ik mag er verder weinig over zeggen, want het is net begonnen. Ik speel Paco Ben Barek. Hij is lid van een familie van drugshandelaren."
Barros: "En ik speel iemand van de inlichtingendienst! We zitten allebei in die serie. El príncipe is fantastisch, vijf miljoen televisiekijkers."

Hebben jullie dan ook gezamenlijke scènes? Barros: "Dacht het niet."
Castro: "Hopelijk wel."

Barend de Voogd

Het Amsterdam Spanish Film Festival vindt plaats van 27-31 mei in Pathé Tuschinski en EYE, en toert vervolgens naar Den Haag (5-7 juni, Pathé Buitenhof) en Utrecht (12-14 juni, Louis Hartlooper Complex).

La isla mínima (distributie: Cinéart) draait vanaf 9 juli in de bioscopen.