A girl & a gun
Dick Tuinder en Dana Linssen tekenen en schrijven en struinen door de filmgeschiedenis op zoek naar A Girl & a Gun. Meer was er volgens Jean-Luc Godard immers niet nodig om een film te maken?
Deze maand: Het begin.
Het begint. Met het begin. Want zoals elke geschiedenis moet het ergens beginnen. In den beginne. Toen "den baiert nog woest en duister was", zoals Vondel dichtte aan het begin van Adam in ballingschap. Want wie beter dan een dichter kan de wereld bedacht hebben? Daar hebben we helemaal geen goden voor nodig.
En toen was er licht. Filmlicht. Zelfs de filmgeschiedenis begint niet met het eerste licht. De filmgeschiedenis begint in het donker. Met die trein van de gebroeders Lumière. Doe je ogen maar dicht om je voor te stellen hoe hij in 1895 op het publiek van de Salon Indien aan de Boulevard des Capucines in Parijs af kwam stormen. En daar begint het al. Om dat te kunnen ‘zien’, hebben we verbeeldingskracht nodig. Want die trein is er nog wel. Ergens op een armzalig stukje celluloid. Maar die bezoekers? Die dames met hun hoeden? En die heren met hun snorren en hun sikjes? Die zijn al lang tot stof vergaan. We moeten ze erbij verzinnen.
En daarom begint de filmgeschiedenis ergens anders. De filmgeschiedenis kan alleen maar beginnen als we ons kunnen voorstellen dat hij begonnen is. Achterin dat zaaltje waar illusionist, uitvinder en fantast Georges Méliès direct 10.000 franc aan de broers aanbood in ruil voor een van hun camera’s. Die kreeg hij niet. Natuurlijk. Ze waren ook niet gek. Die Lumières. Maar Mélies ook niet. "Anything you can do I can do better." Dacht hij. Maar dan in het Frans. Wat nou Cinématographe? Ik koop gewoon in Engeland een Theatrograph. En bouw ietsje later zelf een Kinématographe. "Yes I can, yes I can, yes I can!"
Films maken dingen zichtbaar. In dat filmlicht. Maar Méliès maakte ook films om dingen te laten verdwijnen. Je bent per slot van rekening een goochelaar of niet. Het liefste liet hij natuurlijk meisjes verdwijnen. Ook daarvoor ben je goochelaar. Je zaagt ze doormidden of tovert ze weg. Bijvoorbeeld in Escamotage d’une dame au théâtre Robert Houdin (1896), de eerste filmtruc die de cinemagiër bedacht: door de camera te stoppen kon hij actrice Jehanne d’Alcy in een skelet veranderen. Zijn hele leven heeft hij geprobeerd haar weer terug te krijgen. Maar dat is een ander verhaal.
Daarna vond hij en passant ook nog montage, superimposities, time-lapse en andere trompe l’oeil-effecten, ingekleurde films en nog wat van die dingen uit. Dat reisje naar de maan was toen nog maar een fluitje van een cent.
Over Arthur Dauphin, die andere pionier, moeten we het bij gelegenheid ook nog maar eens hebben.
Tekst Dana Linssen | Beeld Dick Tuinder
Klik hier voor de voor de hoge resolutie-versie van de illustratie.