“Kunstenaars bezuinigen al op zichzelf”
Steven ten Thije
Werken voor weinig of niets is een fenomeen dat vaak voorkomt in de cultuursector. Kunsthistoricus en researcher Steven ten Thije legt uit waarom en wat dit betekent binnen de veranderende politiek.
Waarom komt het fenomeen werken voor niets zoveel voor in de culturele wereld? "Ik zie vier redenen. Als eerste heeft de cultuursector een ‘bijzondere economie’, zoals Hans Abbing het in zijn studie noemt, omdat hij primair op giften draait. Niet dat al het geld in de kunst een gift is, maar het is een dermate substantieel deel, dat het de hele culturele economie kenmerkt. De normale omgang met geld is daarmee bepaald door de psychologie van de gift en die is meedogenloos. Kunstenaars zijn zich vaak erg bewust van de bijzondere omstandigheden waaronder ze hun middelen krijgen en willen daar respectvol mee omgaan. Ze bezuinigen dus op zichzelf om maximaal resultaat te behalen.
"Daarnaast is het ook geen historische anomalie dat cultuur door giften wordt betaald. Kunst en cultuur zijn een uitzonderlijk onderdeel van de gemeenschap, dat wordt gedeeld en niet ‘gekocht’. Zelfs de meest private omgang met kunst — verzamelen — is vaak niet puur egocentrisch. Mensen doen het voor hun nageslacht en soms zelfs voor de gemeenschap.
"Dan is er ook een probleem bij de opleiding en studiekeuze. Als je op je negentiende kiest om kunstenaar te worden is het laatste waar je over nadenkt geld. Maar in feite kies je ervoor om zelfstandige te worden; die werkvorm is veruit het grootst in de culturele sector. Zo krijg je een hele sector met ondernemers tegen wil en dank. Dat heeft ook zijn uitwerking op de arbeidsomstandigheden, omdat het voor niemand prioriteit is er iets aan te veranderen.
"Tot slot is de ‘verdienmarge’ in de culturele sector heel groot . Een klein percentage verdient veel en een heel groot deel verdient bijna niets. Omdat de groep veelverdieners zo klein is, maakt het een soort natuurlijke solidariteit met elkaar onmogelijk; je zou namelijk altijd meer kunnen gaan verdienen. Het is daarom heel moeilijk om een blok te vormen met een CAO of andere vorm van regulatie."
Deze werkwijze wordt extra onder druk gezet door de huidige regering. "Je ziet vooral een volledige desinteresse vanuit de gevestigde partijen om zich serieus met deze discussie bezig te houden. Kijk, dat de PVV niet bezig is met cultuur is niets nieuws. Maar het feit dat het CDA en de VVD met zo veel gemak overgaan tot deze visieloze bezuinigingen is natuurlijk treurig. De omvang ervan is enorm, maar, als je het bij elkaar optelt, is het 1 procent van alle bezuinigingen bij elkaar. Het levert niks op en het maakt heel veel kapot. En er zit ook geen duidelijke visie achter over welke plek cultuur in het publieke bestel moet hebben. De staatsecretaris en de politieke partijen hebben eigenlijk geen idee.
"Ik heb geen goed woord voor dit beleid over. Het CDA zou als middenpartij zorg moeten dragen voor de bindende werking van cultuur en het algemeen belang. De VVD zou als geen ander moeten weten dat welgestelde mensen niet zomaar, zonder enige stimulans, massaal honderden miljoenen in cultuur gaan investeren. De partij gaat uit van het liberale idee dat de wens vanuit de samenleving moet komen. Maar het rare van de bezuinigingen, en ook het tegenstrijdige ervan, is dat ze aan de ene kant willen dat er meer geld uit de private sector komt en vervolgens alle middelen die er zijn om dat te doen afkappen of terugdraaien.
"Daardoor zijn er weinig nieuwe argumenten die de culturele sector kan gebruiken in het gesprek met marktpartijen. Er is bijvoorbeeld geen regeling van geversaftrek of een andere vorm van belastingsvoordeel. Ook vanuit de VVD is er dus geen stimulans om de marktpartijen te bewegen en terwijl hun ideologie dat eigenlijk voorschrijft."
Is de waarde van kunst überhaupt te meten aan de hand van de opbrengst en de investeringen? "Nee, pertinent niet. Filmmakers, kunstenaars, theatermakers, schrijvers, maar eigenlijk iedereen die iets zinnigs te zeggen heeft over kunst of cultuur, moet de verleiding weerstaan om te suggereren dat kunst ook economisch rendabel is. Niet dat cultuur geen geld kan opbrengen, maar het is geen sector waar handel bedreven wordt zoals elders. Je moet er dus geen markteconomische logica op loslaten. Zelfs in Amerika — het Mekka van de privaat gefinancierde cultuur — is de verhouding giften tegenover verdienste uit verkoop vergelijkbaar met Europese landen. Natuurlijk zijn er kunstvormen die geld opbrengen, maar dat is iets anders dan zeggen dat cultuur in het algemeen dat doet. Bovendien verleid je de andere partij ermee om te denken: ‘Nou, als het zoveel geld opbrengt, waarom zorg je dan niet voor jezelf?’
"De cultuursector is een giften-economie en dat zal en moet misschien zelfs zo blijven. Het gaat bij cultuur niet over private behoeftebevrediging, maar om gemeenschappelijke belangen en waardes. Arjo Klamer, cultuureconoom aan de Erasmus Universiteit, werkt als econoom aan dit thema. Hij probeert een model te ontwikkelen om die verschillende waardes of belangen in kaart te brengen. Ook sociale waardes zijn daarbij in een aparte categorie ingedeeld. Ik denk dat die verrijking van ons vocabulaire heel belangrijk is. We zijn namelijk hard aan het infantiliseren als het gaat om het spreken en omgaan met het publieke leven en dat is heel erg zorgelijk."
Hoe kan dat ons uiteindelijk helpen? "Het zou misschien bij de politieke discussie kunnen helpen. Vanaf de jaren negentig is de term cultureel ondernemerschap een soort eikpunt geworden in de discussie over het cultuurbeleid. Maar er is geen discussie gekomen over wat cultureel ondernemenschap is. Ik heb het gevoel dat cultureel ondernemerschap net zo wordt beoordeeld als iemand die paperclips maakt of luciferdoosjes produceert. En dat is natuurlijk niet het geval. Je hebt een ander soort product, dat voldoet aan andere behoeften. Arjo probeert een systeem te maken dat meer waardes laat zien dan alleen de financiële. Dat zou bij de politieke debat iets kunnen opleveren, omdat je niet meer op een efficiency-manier over cultuur praat en dus niet meer puur op hoe veel publiek kunst trekt. De vraag is namelijk of dat je bij elk type van cultuurproductie moet willen en of de bijdrage van sommige culturele uitingen niet op een andere manier moeten worden gemeten."
Laura van Zuylen
Lees ook het interview met Steven ten Thije in de Filmkrant van juni naar aanleiding van een gesprek met Jim Taihuttu, Victor Ponten en David Verbeek over lowbudgetfilmen.